Harm Soegies bewaakt de Drentse taal en de dorpse nostalgie

Waarom Drenten veel praten, maar eigenlijk niets zeggen

PEEST –  De echte Drent is aan het verdwijnen, zo denkt Harm Soegies. Harm, zelf geboren en getogen op Drents zand, ziet langzaamaan het gemeengoed van de Drenten veranderen. Verandering is niet per se slecht, weet Harm. Maar met het verdwijnen van de Drentse identiteit, dreigen ook veel herinneringen te vervagen. Gelukkig schrijft Harm nog wekelijks zijn herinneringen op. Columns wil hij het niet noemen. Liever noemt hij het stukkies. Maar ondanks dat die stukkies volgens eigen zeggen vaak ‘niks om hakken hebben’, worden ze goed gelezen en legt hij een fraaie link tussen het heden en verleden. Nu hij voor de tweede keer deze stukkies heeft laten bundelen tot een boek, wordt het hoog tijd voor een kop koffie bij Harm en zijn vrouw Roelie in Peest.

In de voormalige gemeente Norg kent iedereen Harm. Hij woont in Peest, gaf les in Norg en was schoolhoofd in Westervelde. Ondertussen speelde hij nog bij VV GOMOS en weet ook bijna iedereen in Langelo en Huis ter Heide wie Harm is. Dat krijg je als je al jaren in een bepaalde regio woont. En als je dan ook nog een tijd lang hoofd van de school in Westervelde bent geweest, gaat het hard. Maar Harm zijn ‘schrieverij’ heeft zeker bijgedragen aan zijn naamsbekendheid.

Het schrijven zat er bij Harm altijd al in. Eerst in het Nederlands, maar later toch vooral in het Drents. Toen twaalf jaar geleden het ‘Huus van de Taol’ werd opgericht in Beilen, werd Harm aangewezen als ‘Taolschulte’. ‘Iedere gemeente had een taolschulte’, vertelt Harm. ‘Dat was iemand die de belangen van de streektaal in zijn gemeente behartigde. Anne Doornbos vroeg aan mij of ik dat in Noordenveld wilde doen.’ De voornaamste taak was het onder de aandacht brengen van de taal en ervoor zorgen dat de plaatselijke bladen hier aandacht aan zouden besteden. ‘Ik ben begonnen te schrijven. In de Eenige Courant, het blad van de Historische Vereniging Norch, de Norger Courant en zelfs het GOMOS-krantje. Het doel was om in zoveel mogelijk kranten en blaadjes te publiceren.’ Ook de Krant gaf dit initiatief graag een podium. In de rubriek ‘Moi Noordenveld’ komt het Drents nog steeds aan bod. ‘In deze rubriek wisselen enkele Drentse schrievers elkaar af’, zegt Harm, die zelf wekelijks op persoonlijke titel publiceert. Net als ‘Moi Noordenveld’, hebben de stukkies van Harm altijd een vaste kop. ‘Met de klink in de haand’ is de titel van zijn wekelijkse bijdragen. ‘Die kop is heel toepasselijk op het Drents. Ik zeg vaak: ‘een Drent prat veul, maor zegt niks’. Als je vroeger een boodschap wilde overbrengen, kwam je bij mensen langs. Dan dronk je een kop koffie en praatte je over van alles en nog wat. Als de boodschapper dan op het punt stond om naar huis te gaan, stond hij vaak al met de deurklink in de hand toen hij zich bedacht waar hij eigenlijk voor kwam’, zegt Harm, die daarom ‘met de klink in de haand’ een toepasselijke kop vindt voor zijn stukkies.
In zijn schrijfsels is ‘Wa’k je vertellen wil’ standaard de eerste zin van de laatste alinea. ‘De columns gaan best vaak over helemaal niets. Bijvoorbeeld over dingen die ik bij de dokter of op het terras heb gehoord. Uit het leven gegrepen, zeg maar. Aan het eind van mijn stukkie wil ik de mensen dan tóch nog wat meegeven. Dan maak ik nog even een punt’, zegt Harm.

Zelf weegt Harm niet zo zwaar aan zijn stukkies. ‘In het begin kreeg ik er niet veel reactie op en dacht ik dat mensen het niet leuk vonden, dat het niet gelezen werd. Typisch Drents om aan jezelf te twijfelen. Pas later hoorde ik van mensen dat ze het toch veel waarderen. Mooi om te horen, maar het heeft eigenlijk maar weinig om hakken’, zegt hij. ‘Ik grijp vaak terug op mijn eigen jeugd. Ik groeide op in een boerengezin. We waren de laatste generatie die alles met de hand deden. Het was een andere tijd. De ontwikkelingen zijn er altijd, maar de laatste jaren gaat het wel héél snel. In de stukkies die ik schrijf zien mensen zichzelf en de tijd van toen terug.’ Een voorbeeld van hoe de wereld verandert, is de manier waarop er  tegen een dokter werd aangekeken. ‘Als de dokter bij ons thuis langskwam, was dat heel indrukwekkend voor mijn moeder. Die was dan helemaal van slag. In die tijd kende men van elkaar de achternaam niet en het woord ‘u’ was hier niet bekend. Dus noemde mijn moeder hem steevast ‘dokter’. “Ja, dokter. Nee, dokter. Een bakje koffie dokter?”, ging het dan.’

Een derde boek lijkt op handen, want de inspiratie van Harm is nog lang niet opgedroogd. ‘Ik lig nooit wakker over mijn stukkies en weet altijd wel iets om over te schrijven. Op zondagochtend schrijf ik meestal. Letterlijk: met pen en papier, want met de computer kan ik niets. Roelie voert het voor mij in en stuurt het op. Zo doen we dat ook met het mailverkeer. Als er een berichtje binnenkomt, krijg ik dat van Roelie te horen of print ze de mail uit’, lacht Harm.

Het tweede boek van Harm Soegies heet ‘Wa’k je vertellen wil’ en is te koop bij COOP Spithost in Norg. Ook is het boek rechtstreeks bij Harm en Roelie te bestellen, via tel. 0592-613210 en harosoegies@hotmail.com.