Hééél zielig

column-cees-huiler

Het gebeurt zelden dat ik me (bewust) te buiten ga aan een foutieve spelling (hééél), maar het onderwerp is van een dermate tranen trekkend gehalte dat het me hier wel op zijn plaats lijkt. Het gaat dan ook over zeehondenbaby’s, over echte huilers (foto: Daan de Rongens) die door hun moeder in de steek zijn gelaten. En over meerdere partijen die over elkaar heen buitelen wanneer het gaat over de opvang van deze dieren.

In de tijd dat Lenie ’t Hart de zeehondencrèche in Pieterburen startte (in 1971) was dat niet eens zo’n gekke zaak. Toen was de zeehondenstand in de Waddenzee dramatisch gekelderd tot enkele honderden dieren. Dan hebben we het over het Nederlandse deel, maar ook elders ging het niet goed met zeehonden. Zonder meer heeft haar inzet er mede toe geleid dat het later weer beter met zeehonden ging (en gaat). Maar niet alleen zij was daarvoor verantwoordelijk, want er waren veel meer oorzaken (onder andere de leefomstandigheden) die daartoe hebben geleid. Op een gegeven moment zou het dan mooi zijn geweest dat je een punt achter de opvang van zeehonden zet, zoals bijvoorbeeld de Stichting Das die, toen het weer heel goed ging met de Das, zichzelf ophief. Dat Pieterburen, waar veel in is geïnvesteerd, als een soort educatief centrum is gebleven, okay, maar dat er nu maar liefst 6 opvangcentra voor zeehonden zijn is echt van de gekke. Het onderwerp zeehonden heeft al lang niet meer mijn belangstelling, vooral vanwege het gedoe dat ’zeehondenmoeder’ Lenie er nu van heeft gemaakt. Het valt haar kennelijk te zwaar afstand van haar ’lovebaby’s’ te nemen.

Eigenlijk stuitte ik per ongeluk op het onderwerp zeehonden. Vorige week wilde ik iets verifiëren op TV Drenthe. Ik kijk zo vaak naar televisie dat ik niet eens wist op welk kanaal ik deze zender kon vinden. Was dat nou op nr. 201 of 301? Niet dus. Na een paar pogingen belandde ik dan toch op een regionale omroep, maar uiteraard was dat niet de Drentse maar de Groningse omroep. Er gaat immers niets boven Groningen! Er was net een gesprek gestart dat over de zeehondenopvang (Eemsdelta) in Termunten ging, waarvoor staatssecretaris Martijn van Dam een vergunning had afgegeven. De discussie ging tussen directeur/rentmeester Marco Glastra van het Gronings Landschap en Enno Kruijer van de opvang. Marco was teleurgesteld dat deze vergunning was verleend, want met Pieterburen was er immers al een goede opvang. Enno, betrapt op het illegaal opvangen van zeehonden in Spijk, was eerder in Pieterburen werkzaam, maar daar (net als Lenie) met trammelant vertrokken. Beiden zijn namelijk van mening dat daar de zeehonden veel te snel weer in zee worden teruggezet. Enno maakte Pieterburen daarom zelfs uit voor een criminele organisatie. Daar maak je dus geen vrienden mee. In Termunten huldigen ze andere principes, want: ”Onze stichting (en haar medewerkers) is van mening dat ieder in nood verkerend dier recht heeft op de best mogelijke zorg”. Enno vond dat zelfs een zielige kraai recht heeft op zorg. Ik vond dat hij toch wel echt te ver ging in zijn liefde voor dieren en ook dat de opvang van een zeehond beter is geregeld dan die van oorlog ontvluchtende asielzoekers.

Ik kreeg niet de indruk dat Glastra er op zit te wachten dat Kruijer c.s. actief op zoek gaan naar huilers en andere in nood verkerende zeehonden in hun gebied (de Punt van Reide). Een woordvoerder van Pieterburen ging verder en had het zelfs over dijk- of kustbewaking om te voorkomen dat ’hun zeehondjes’ voor hun neus zouden worden weggekaapt. Kortom, een gênante toestand. Van de kant van Lenie bleef het stil, maar ik meen me nog uit het nieuws te herinneren dat juist zij zich beijverde voor een zeehondenopvang in haar woonplaats Termunten. Dat ze over invloed beschikt is duidelijk, want een beoogde opvang in Westvoorne ging niet door, maar in Stellendam wel. Bij de opening daarvan schreef ze nogal ronkend: ”De combinatie van opvang, wetenschappelijk onderzoek en educatie is een succesformule gebleken voor de Waddenzee en voor heel veel andere gebieden in de wereld waar men mijn filosofie en benadering heeft willen invoeren”.