Herfst

Na de prachtige nazomer met hoge temperaturen, die duurde tot oktober, is de herfst toch vrij plotseling gekomen. Eerst zaten de bomen nog goed in het blad en gezien de toen heersende temperaturen overdag dacht ik dat dit nog wel even langer zo zou blijven. ’s Nachts was het echter wel aan de frisse kant en wellicht was dat de oorzaak dat veel bomen en struiken op een bepaald moment toch vrij massaal hun bladeren lieten vallen om zich op te maken voor de winterperiode (foto: sfeerbeeld met gevallen blad .

Omdat ik veel in het veld verkeer valt het mij desalniettemin op dat er nog vrij veel bomen redelijk in het blad zitten. Niet van dat al verkleurende en verdorrende blad, maar nog groen blad. Dat viel me op bij elzen, linden en ook bij eiken. Om die reden hoopte ik dat bepaalde paddenstoelen nog zouden verschijnen, de symbionten. Zwammen dus die samenwerken met bomen, zoals boleten, amanieten, melkzwammen en russula’s. Dat gebeurt ook wel, zij het maar mondjesmaat. Zo’n rooie met witte stippen bijvoorbeeld, de Vliegenzwam (een amaniet), is een soort die in goede jaren zeer talrijk in bermen is te zien. Dit jaar echter zie je ze nauwelijks, je bent zelfs blij dat je er af en toe één ziet. De Vliegenzwam kun je beschouwen als een allemansvriend. Je ziet hem weliswaar vooral bij Berken, maar ook bij Eik, Den, Beuk, Spar, Linde en zelfs bij Kruipwilg. Er zijn ook soorten die zich strikt houden aan één soort boom. De Bruine ringboleet is zo’n soort. Zie je die dan weet je dat er een Den in de buurt staat. Zo zijn er meer van die soorten. De Beukenridderzwam bijvoorbeeld, de naam zegt het al, die tref je dus bij de Beuk. Deze karakteristieke zwam troffen we vorige week vrijdag in het bos bij Veenhuizen aan de Hospitaallaan waar beuken staan. Eén van de deelnemers aan deze excursie reageerde verontwaardigd op de werkzaamheden die er plaatsvonden. Takken werden daar bijkans tot op een hoogte van 7 meter verwijderd. Alsof er daar verkeer langskomt dat er hinder van ondervindt.

Een dag later was ik in de Kleibos in Foxwolde waar een bij mycologen vermaarde eikenlaan ligt vanwege de vele bijzondere paddenstoelen die er kunnen staan. Dat ’kunnen’ moet hier wel nadrukkelijk worden vermeld, want ondanks het veelal groene uiterlijk van de bomen stond hier werkelijk helemaal niets. Dat was een behoorlijke domper. Wat wel meeviel was het onderhoud aan de laan. De werkzaamheden in het kader van ecologisch beheer waren keurig uitgevoerd. Overigens was het niet verwonderlijk dat ik er niets trof, want de door mij gewenste soorten verschijnen meestal in augustus, uiteraard afhankelijk van het weer (veel regen), en in september. Daarna wordt het in oktober al hard minder. Voor paddenstoelen moet je nu meer in het bos zijn waar weer en wind er minder vat op hebben. Ook daar dus weinig symbionten, maar des te meer saprotrofe soorten, de afbrekers van organisch materiaal. Dat is namelijk een taak van schimmels. Die afbrekers vormen verreweg de grootste groep in het schimmelrijk. Alles dat in de natuur dood gaat komt immers weer terug in de kringloop. Champignons en Oesterzwammen zijn  bekende afbrekers die worden gekweekt op een substraat van organisch materiaal. Cantharellen daarentegen zijn symbionten en staan dus altijd bij bomen.

Wintergasten

Vorige week woonde ik een werkgroepavond bij van de provinciale vogelwerkgroep (WAD) in Assen. Een gezelschap van pakweg 80 mensen was aanwezig: veelal oudere grijze (en kale) mannen, weinig vrouwen en een enkeling die als ’jongere’ kon worden aangemerkt. Er waren drie lezingen, twee over de Klapekster, een wintergast die je nu kunt verwachten, en een interessante over de Grauwe klauwier. Die was dus zeer de moeite waard, maar de andere twee… Eén ging over uiterlijke verschillen tussen Klapeksters. Een (zeer) geoefend oog kan kennelijk individuen herkennen aan hun uiterlijk, een knappe prestatie, dat wel. Voor mij waren ze echter bijna allemaal identiek. En dat sudderde tot vervelens maar door. Lang niet alles over de natuur is de moeite van het volgen waard. Ook over paddenstoelen niet…