(Hersen)spinsels

Puur natuur

In het koude en vochtige naseizoen word ik ’s ochtends regelmatig getrakteerd op een mistige rit naar kantoor. Die traktatie slaat op de sfeervolle mistvlagen die boven het oeroude Drentse landschap zweven, vol glinsterende, beparelde spinnenwebben. Hier dachten onze oude streekbewoners vroeger anders over. Je kon maar beter thuis blijven als de Witte Wieven zich door het landschap bewogen. Maar ik moet door naar kantoor…

Onderweg zorgen de mistvlagen voor een sprookjesachtige sfeer als de eerste warme zonnestralen door de bomen glijden en prachtige lichtbanen door de mistige lucht trekken. Op zo’n moment rij ik door een laaghangende ‘wolk’ naar mijn werk. Want dat is min of meer wat mist is.

Wat mij onderweg raakt zijn die schitterende, vol ‘parels’ hangende spinnenwebben in het opkomende zonlicht. Je ziet ze overal in het gras en in de struiken. Ik kan het dan niet nalaten om de auto even op een veilige plek te parkeren en versteld te staan van de enorme hoeveelheid spinnenwebben. Er moeten dus ook veel spinnen zijn. Ik vraag me vaak af hoe insecten het voor elkaar krijgen om zoveel vangnetten te ontwijken als ze tussen de bloemen en planten vliegen. Als de zon vervolgens aan kracht wint, verdampen de waterdruppels en verdwijnen de spinnenwebben weer aan het zicht.

Spinnen intrigeren me al tijden. Spinnen horen bij de spinachtigen en zijn geen insecten zoals veel mensen denken. Er komen honderden verschillende soorten in Nederland voor. Hieronder zijn de bekende Kruisspin, de Huisspin en de minder bekende Tijgerspin. De laatste soort is pas enkele jaren in ons land. Spinnen zien er best ‘griezelig uit met hun acht ogen en acht poten. De spinnen die in ons land van nature voorkomen zijn allemaal ongevaarlijk. Alhoewel, mannetjesspinnen moeten wel oppassen want menig vrouwtjesspin vreet het mannetje op na de paring. Het mannetje moet dus rennen voor zijn leven. Maar hoe beweegt een spin met acht poten zo razendsnel over een kleverig web? Dat is toch best bijzonder?

Als je een spinnenweb goed bekijkt, is het een waar kunststukje. Gemaakt van zeer dun maar sterk, zelfgeproduceerd spinsel of spinrag. Op het internet zijn mooie filmpjes te vinden waarop je in close-up het maken van zo’n vangnet kunt volgen. Het net bestaat overigens uit verschillende typen draden. De sterke ‘spaken’ zijn van een andere samenstelling dan de kleefdraden. Alle draden worden gemaakt in spintepels op het achterlijf. De meeste draden zijn voorzien van kleverige druppeltjes. Hier blijft de prooi in kleven. De plek van het web wordt zorgvuldig uitgekozen afhankelijk van het menu van de spin. Kruispinnen hangen hun web in bomen en struiken boven de grond, om vliegende insecten te vangen. De tijgerspin is naast insecten ook gek op sprinkhanen en hangt zijn web daarom lager bij de grond.

Ook de wetenschap is geïnteresseerd in spinrag en spinnenwebben. Het is sterk, veerkrachtig en kan regen, wind en worstelende insecten weerstaan. Sommige spindraden zijn sterker dan staaldraad van dezelfde dikte. Hoe doet een spin dat toch? Deze geheimen hebben de spinnen echter nog niet prijsgegeven. Genoeg hersenspinsels dus om over na te denken…. 

André Brasse