‘Het geeft een stuk rust. Als je hier bent ga je even terug naar niks’

Jonge molenaar Jochem van Engelenhoven is opvallende verschijning in molenland

NORG – Wie weleens de molens De Hoop en Noordenveld in Norg heeft bezocht, is hem vast wel eens tegengekomen. Molenaar Jochem van Engelenhoven is per slot van rekening vrijwel ieder weekend op één van de molens te vinden. Met zijn dertig lentes is hij een opvallende verschijning in molenland. Hij is één van slechts een handjevol jonge molenaars in Nederland. ‘De meeste mensen gaan dit doen als zij na hun pensioen op zoek zijn naar een nieuwe hobby,’ vertelt Jochem. ‘Daarom is de gemiddelde leeftijd ook zo hoog.’

Al op jonge leeftijd vond Jochem molens interessant, maar nadat hij op zijn twaalfde of dertiende naar Norg verhuisde duurde het nog een lange tijd voordat hij doorhad dat er twee molens in het dorp staan. Toen hij daar echter achter kwam, stapte hij al snel over de drempel. ‘Ik ben gewoon een keer naar binnen gegaan toen ik de molen zag draaien. Daar raakte ik in gesprek met molenaar Harm Jansen. Hij legde zoveel uit, dat ik er een hele middag heb gezeten.’ Jansen gaf Van Engelenhoven de tip om eens een instructieles te volgen en te proefdraaien, om te kijken of het molenaarschap iets voor hem was. Zo begon de passie.

Zijn opleiding volgde Jochem bij molenaar Nico van den Broek op molen de Hazewind in Gieten. De opleiding tot molenaar bestaat uit twee dikke boeken theorie en een groot deel praktijk. ‘Het begint simpelweg met gewoon naar de molen gaan,’ aldus Jochem. ‘Daar leer je eerst de basisvaardigheden, zoals het stilzetten van een molen. Dat is echt het begin.’ Bijna ieder weekend was hij te vinden op de Hazewind. ‘Daar deed ik praktijkervaring op en leerde ik hoe alle onderdelen van de molen heten en waarvoor zij bedoeld zijn.’ Om examen te kunnen doen moet een molenaar minimaal 150 draaiuren maken in vier verschillende seizoenen. Ook is het noodzakelijk om een aantal uren te draaien op andere molens, omdat er verschillende bouwtypes zijn. Naast zijn opleiding op de Hazewind deed Jochem bijvoorbeeld praktijkervaring op op De Hoop, Noordenveld en Woldzigt. Daarnaast genoot hij tijdens zijn opleiding van excursies met andere molenaars naar molens in heel Nederland. ‘Het is wel een kwestie van tijd die je in de opleiding moet steken,’ geeft Jochem aan. ‘Maar er zit geen eindtijd aan de opleiding. Je kunt zelfs altijd leerling blijven, alleen mag je dan niet zelfstandig een molen draaien.’

Op 13 oktober 2016 deed Jochem windmolenexamen op molen Eben Haëzer in Enumatil. Sindsdien mag hij zich gediplomeerd molenaar noemen, wat betekent dat hij bijna zijn vijfjarig jubileum viert. Nu draait hij bijna ieder weekend op De Hoop of Noordenveld, zodat er altijd één molen in Norg open is. ‘We draaien het hele jaar door, dus ook in de winter. Dat is soms wel lastig qua temperatuur en weersomstandigheden. We draaien alleen niet bij onweer, maar zelfs dan kunnen we nog steeds wel wat doen aan onderhoud.’ Het is een tijdrovende hobby, maar Jochem heeft het er graag voor over. Zelfs op vakantie bezoekt hij samen met zijn vriendin molens, tot in Nieuw-Zeeland aan toe.

Wat hij zo mooi vindt aan het werk als molenaar? ‘Het geeft een stuk rust. Als je hier bent ga je even terug naar niks,’ is Jochems eerste reactie. Daarnaast houdt hij ook van de techniek en het ambacht van molens. ‘Zelf heb ik een technische opleiding gedaan,’ geeft Jochem aan. ‘De opleiding mechatronica is een combinatie van werktuigbouwkunde, elektronica en besturingstechniek. Dat komt hier van pas. We hebben ook een aantal onderdelen of delen daarvan teruggebouwd of gerepareerd om alles weer te laten werken.’

Als molenaar heeft hij al veel mooie momenten meegemaakt. Zo heeft hij geholpen bij de reparatie van de elektro- en dieselmotor naast de molen in Gieten. ‘Die stonden 30 à 40 jaar stil en draaien nu weer. Daar heb ik de besturing voor gemaakt,’ geeft Jochem aan. Ook vindt Jochem het leuk om buitenlanders rond te leiden in de molen. ‘Zij kennen het niet en hebben soms nog nooit een molen gezien,’ vertelt Jochem. Maar ook mensen die uit de buurt komen worden soms aangenaam verrast: ‘Afgelopen zaterdag was er nog iemand die vijftig jaar in Norg woonde en hier nog nooit was geweest.’ Jochem krijgt zelfs fanmail – aan de balken hangen een paar kleurrijke tekeningen, die hij ontving tijdens Open Monumentendag.

Naast zijn werk als vrijwillig molenaar is Jochem afgelopen zomer ook begonnen aan de opleiding tot watermolenaar. ‘De coronamaatregelen lieten weer meer toe, dus dan is het leuk om iets te doen,’ zegt hij daarover. Watermolens worden aangedreven door – de naam zegt het al – water en komen in het noorden van het land niet voor. ‘Die zijn alleen in provincies met veel hoogteverschil. Dan kom je al snel op de Veluwe of in Limburg terecht,’ lacht Jochem. Hij is dan ook niet van plan om in de toekomst iets met deze opleiding, maar hij vindt het interessant om te leren hoe hij moet malen. ‘Tijdens de opleiding tot windmolenaar leer je alleen hoe je de molen draait. Wind is altijd een uitdaging, waarbij je continu moet opletten,’ geeft hij aan. ‘Bij de opleiding tot watermolenaar komt ook een stuk malen kijken, anders hoef je alleen de sluis open te zetten en de molen draait. Water is een stuk constanter en dat maakt het voorspelbaarder.’

De toekomst voor molens in Nederland ziet Jochem rooskleurig in. ‘Het is typisch Nederlands en blijft zeker bewaard.’ Ook over het verdwijnen van kennis maakt hij zich niet zorgen: ‘Dat blijft wel. De eerste molens waren er al in de zestiende eeuw. Het aantal molens blijft ongeveer gelijk en worden zelfs weer molens in ere hersteld en opgeknapt. Dat vind ik goede ontwikkelingen.’ Beroepsmolenaar wil hij niet worden. ‘Ik wil het gewoon als hobby houden, het moet geen werk worden. Bovendien is het onderhoud aan een molen niet te betalen als je privéeigenaar bent.’