‘Het geheim? Blijven werken en de buitenlucht’

Mevrouw Hummel- Ploeg: honderd kaarsjes

RODEN – Mevrouw Hummel – Ploeg uit Roden is honderd jaar geworden. Dit heugelijke feit werd zaterdag gevierd bij Onder de Linden in Roden. Ze kreeg post van de Koning, van de Commissaris van de Koning in Drenthe en de burgemeester kwam op bezoek. ‘Ja natuurlijk is dit bijzonder. Of ik een geheim heb? Nou euh, dan zeg ik: blijven werken en veel in de buitenlucht zijn.’ Mevrouw is dan wel honderd, maar nog zo scherp als een mes. Gevat ook, grappig en lief. ‘Alleen mijn ogen doen het steeds minder. Dat is, kan ik je vertellen, beslist niet leuk.’

Zaterdag, 13.30 uur. Langzaam stroomt het huis – ze woont nog ‘gewoon’ alleen- van mevrouw Hummel – Ploeg vol. Zoon Klaas (80) is er, net als de kleinkinderen en achterkleinkinderen. ‘Wat komen jullie toch allemaal doen’, vraagt mevrouw zich af. ‘Hier is niks te halen hoor.’ Ze zegt het met een lach, zoals ze ongelooflijk veel lacht. Straks gaat ze feestvieren. ‘Ik heb heel veel meegemaakt in mijn leven. Ik heb veertig jaar lang aan de Roderweg gewoond, ben ooit met de trekschuit van Leek naar Roden verhuisd en heb zowel de Eerste- als de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Ik heb als klein meisje de zappelin in de lucht gezien. Ik dacht dat het een boot was, haha. Ik heb vooral leuke dingen meegemaakt. Ik had een heel lieve man en woon hier nu al jaren met plezier. Ik heb tot mijn 93e gefietst. Nu kan dat niet meer. Mijn gezichtsvermogen holt achteruit. Ik herken wat kleuren, maar dan houdt het wel een beetje op. Ik kan je vertellen dat je dan wel inlevert hoor. Dat is echt niet leuk’, zegt ze. Heel content is ze met Buurtzuster, zes keer per dag krijgt ze bezoek, zoals Tafeltje Dekje haar van eten voorziet. Roken? Heeft ze nooit gedaan. ‘En een borrel is aan mij ook niet echt besteed. Oké, oké; een advocaatje misschien, maar dan houdt het wel op.’ Ze herkent haar gasten vooral aan de stemmen. Mooi om te zien hoe gek de familie op mama, oma en overgrootmoeder is. De liefde straalt er af. Dan vraagt ze om de mondorgel. Zonder problemen blaast ze ‘Lang zal ze leven’, zoals ze wel vaker op dit instrument speelt. Aan verhuizen denkt ze niet meer. ‘Toen ik negentig was, zou ik naar de Hullen. Ik had echter te weinig medicijnen, haha. Ik was niet ‘slecht’ genoeg. Nu is het niet verstandig om met mijn slechte ogen nog te verhuizen. Hier ken ik alles, weet ik waar wat staat. Ik red me wel’, zegt ze. Graag had ze gestudeerd, al heel vroeg moest ze echter haar moeder verzorgen. Door de jaarlijkse griepprik blijft ze verschoond van griep en de dokter ziet ze zelden. Mevrouw lacht en straalt. Behalve als het over haar ogen gaat. ‘Dokter Worst waarschuwde me jaren geleden al. ‘Je wordt nog eens blind’, zei hij toen. Hij lijkt helaas gelijk te krijgen.’ Dan is het tijd te gaan. De voetjes van de vloer, proosten met haar dierbaren op haar honderdste verjaardag. Wát een geweldige vrouw. Dat er nog heel veel jaren mogen volgen.