‘Het goed onderhouden van een schoolmoestuin is nog niet zo simpel’

Een tuin levert levensgeluk op, stelt Gerard Borren uit Leutingewolde

LEUTINGEWOLDE – ‘Ieder kind moet toegang tot een schooltuin’, kopte de Volkskrant onlangs. Want een kind dat zelf groenten teelt, eet gezonder, luidt de gedachte erachter. Gerard Borren uit Leutingewolde weet daar alles van. Hij begeleidde namelijk een schooltuin op de Tandem in Roden en geeft gastlessen natuureducatie op verschillende scholen in de regio. Ook weet hij inmiddels uit ervaring dat het goed onderhouden van een schooltuin geen eenvoudige klus is. Sterker nog, hij heeft nog geen school gevonden die er op ingericht is.

De opening van het interview met Gerard Borren: ‘wil je een maand gelukkig zijn, koop een huis, wil je een jaar gelukkig zijn trouw een vrouw (of man), wil je een leven lang gelukkig zijn neem een tuin’. Zo. Die zit. Een tuin als medicijn voor levensgeluk. Hoe simpel kan het zijn? “Over het algemeen worden huizen en huwelijken saai. Op een tuin raak je nooit uitgekeken”, begint Borren aan de keukentafel zijn idyllische woning aan de Ring in Leutingewolde. Om vervolgens toe te voegen: “Tenzij je er tegels inlegt natuurlijk. In Nederland zijn ongelofelijk veel vierkante kilometers bedekt met asfalt. Dat levert problemen op. Het regenwater kan niet weg en het grondwaterpeil is laag. Ik ben geen wetenschapper, maar ik ben ervan overtuigd dat de bomenkap debet is aan minder regenval. De gronden zijn arm geworden door gebrek aan humus. Daardoor kunnen ze geen water vasthouden. Als de humuslaag op grote diepte goed is houdt het water vast en transporteert het ook water naar boven toe, naar de plantenwortels.”

We gaan over het algemeen slordig om met organisch materiaal, meent Borren. “Ik heb het gezien in Afrika. Daar heb ik jarenlang gewerkt. In Kenia, op de koffieplantages heb ik met boosheid staan kijken hoeveel materiaal er verknoeid werd. Complete verwoesting. Uitputting van de grond. Gelukkig hebben we hier de groene container. Het groene afval wordt naar een composteerbedrijf in Winsum gebracht, waar na fermentatie compost overblijft. Compost met een lage voedingswaarde, arme grond, dat dan weer wel. Want door het fermenteren worden alle gassen eruit gehaald. Het gas vloeit terug naar het gasnet. Ik heb geen groene container. Ik composteer alles zelf. Geweldig voedzaam voor de tuin”, weet Gerard. Om te vervolgen met: “Ken je het Bodemvoedselweb? Wat er onder onze voeten gebeurt is ongelofelijk interessant. De samenwerking tussen schimmels, wormen en pissebedden is ingewikkeld. Het zorgt ervoor dat de voedingsstoffen worden teruggeven aan de plant. Dat probeer ik ook te bereiken. Ik spit niet. Dan maak je het Bodemvoedselweb in de war. Ik dek de grond zoveel mogelijk af met afgemaaid gras. Daarmee voorkom je uitwaseming én je beschermt de grond tegen grote hoeveelheden regen. Het werkt aan twee kanten. In het najaar bedek ik de tuin met blad.”

Schoolmoestuin

Ook zo’n trend. Elke school wil tegenwoordig de ‘groenfactor’, zegt Borren. Je hebt ‘Groene scholen’, scholen met ‘groene speelpleinen’ en scholen met een heuse moestuin. Leuk allemaal vindt hij, maar zijn indruk is dat scholen helemaal niet toe zijn aan het ingewikkelde proces van een moestuin.” Borren heeft het zelf ervaren bij de Tandem in Roden, de basisschool die een ton subsidiegeld kreeg voor het aanleggen van een moestuin. “Ik vroeg de directeur: wat is de doelstelling van die moestuin? ‘Dan gaan de kinderen vaker naar buiten’, was het antwoord. Nou, dat is dus geen goede doelstelling hè. Dan kun je net zo goed een boswandeling maken. Wil je kinderen écht iets leren over het houden van een moestuin, zal je het moeten passen in het leerplan. Er moeten doelstellingen geformuleerd worden die je aan het einde van het jaar bent nagekomen. Van zaadje tot product tot opeten. Zoiets moet je goed organiseren. Bij de Tandem stond er een kas, was er een groengroep en een verkoopgroep. Ze hebben zelfs de televisie gehaald. Niet badinerend bedoeld, maar uiteindelijk kwam er geen fluit van terecht. Ik ben gevraagd om het project te begeleiden. Toen ik vroeg waar het lesmateriaal was bleek dat er niet te zijn. Helemaal niets. De grond is inmiddels overwoekerd met gras. Kijk, ik wil best meedraaien, maar dan moeten de faciliteiten wel op orde zijn. Het goed onderhouden van een schoolmoestuin is nog niet zo simpel. De natuur wacht niet. En ik wil geen oppasser zijn.”

Het zwarte goud

Borren trekt zijn tuinklompen aan. “Kom, we gaan eerst naar de ziel van de tuin. Mooi hè, de ziel. Maar zo is het echt. Hier draait het om.” Hij verwijdert een paar bakstenen en trekt een dekkleed van een bult zwarte substantie. “Wormenpoep. Het zwarte goud. Wormen en pissebedden zetten het materiaal (keukenafval als notendoppen, tuinbonen, plantenbladeren en ander groenteafval) om in compost.” Je moet geen fobie hebben voor beestjes met veel poten, voelsprieten en glibberige regenwormen, want het krioelt ervan in de bult. Om een ding kunnen we niet heen: alles bloeit en groeit in de tuin van Gerard Borren en zijn vrouw Elly van Pagée. Niet alleen staan er schitterende bloeiende stokrozen, klaprozen en andere gekleurde bloemen (goed voor de bijtjes en andere insecten) in de tuin, ook de uien, wortels, rabarber, bonen, bietjes en sla lijken als kool te groeien. Achter de moestuin staat een emmer met vies uitziende groene drab. En erg lekker ruikt het ook niet. “Brandnetelgier. Maakt de planten sterk en houdt slakken tegen.”

Iedere avond staat er iets uit eigen tuin op het menu in huize Borren-Van Pagée. Vlees eten doen ze allang niet meer. Toen ze jaren geleden de ontruiming van een varkensboerderij op tv zagen, de biggen met grote grijpers in vrachtwagens met laadbakken werden gedumpt, zijn ze acuut opgehouden met het consumeren van vlees. “Elly heeft zich de vegetarische keuken helemaal eigen gemaakt. Het is iedere avond weer een verrassing wat we eten. Maar een ding is zeker: het is altijd heerlijk!” Toch maar een tuin dan, voor nog meer geluk en een smakelijke maaltijd.