Het goede doel


Eén keer kwam het voor dat ik iets in een collectebus deed en iets later dacht: ”Dit klopt niet”. De ’dame’ die me bij de deur de bus voorhield werd (heel aandoenlijk) begeleid door haar zoontje, een peuter nog. Zij beweerde dat het voor Natuurmonumenten was. Achteraf leek me dat geen instelling waarvoor bij de deur wordt gecollecteerd. Mevrouw had geluk dat niet direct bij mij een belletje ging rinkelen, want wat doe je dan in dat geval…

Standaard doe ik een bankbiljet met de kleinste waarde in de collectebus. Dat is ook het bedrag dat ik meestal invul op de acceptgiro’s die via de post worden bezorgd. Het wordt steeds meer gemeengoed dat ze zijn bijgevoegd bij al bestaande abonnementen en daar ga ik wel iets kritischer mee om. Zo steun ik sinds heugenis Vogelbescherming Nederland waardoor hun blad Vogels jaarlijks 6 keer bij mij op de mat valt. Vrijwel altijd – of is het altijd – wordt er aandacht gevraagd voor alweer een actie om iets te ondersteunen. Daarvoor trek ik lang niet altijd de beurs. Als het bijvoorbeeld gaat om een stuk regenwoud in corrupte landen als Brazilië of Indonesië te behouden, omdat er zeldzame vogels voorkomen, dan pas ik. Daar moet structureel veel meer op natuurbeschermingsgebied gebeuren. Je gaat geen postzegel sparen als er tegelijkertijd een album vol wordt vernietigd. Sowieso spreekt een actie meer aan als het geen ver weg gebeuren is. Elders in Europa valt er veel te verbeteren wanneer het gaat over vogelbescherming. Wat dat betreft ben ik op dat gebied zonder meer voor Europese regelgeving, maar voeg daar direct aan toe dat het op tal van andere terreinen wel een onsje minder mag.

In het laatste nummer van Vogels werd aandacht besteed aan de Zomertortel, waarvan er vroeger wereldwijd miljoenen voorkwamen. Drie jaar geleden schreef ik al eens over deze trekduif en dat werd toen begeleid door een foto van Pia Zomer. Deze foto is opnieuw van Pia. In de column werd het aantal broedparen in Nederland van de Zomertortel door de jaren heen vermeld. In het begin van de vorige eeuw broedden er nog 50.000 paartjes, omstreeks 1950 waren daar nog 35.000 van over en via ca. 30.000 in 1989 kachelde de stand hard achteruit. In het begin van deze eeuw waren het er nog maar 10.000 paartjes en nu wordt het aantal becijferd op 1200 tot 1400. Dan mag je met recht spreken over een dramatische achteruitgang en ligt uitsterving op de loer, iets dat ik drie jaar geleden min of meer al voorzag. De oorzaak is bekend: door de intensivering van de landbouw is er steeds minder leefgebied (akkerbouwgebieden) waar nog voedsel (zaden) valt te halen en (onkruid)bestrijdingsmiddelen zijn er mede debet aan. Verder verdwijnen in rap tempo de slaapbossen in de overwinteringsgebieden (in Afrika) en tijdens de trek worden ze bij bosjes in veel mediterrane landen uit de lucht geschoten. Daar gelden ze als een delicatesse en is de jacht nota bene wettelijk toegestaan. Daar moet in Europees verband toch echt eens iets aan worden gedaan. Dat geldt trouwens voor meer vogels, zoals de Wulp en de Grutto die ook nog vogelvrij zijn. Het is te gek voor woorden dat wij hier vogels beschermen die elders worden afgeknald.

De actie die nu gaande is bestaat uit het bijvoeren van de tortels in kansrijke gebieden. Die bevinden zich in Drenthe, Flevoland, Noord-Limburg en Zeeland. Daar komt nog een redelijk aantal broedparen voor. Ik moet zeggen dat de actie ietwat kunstmatig overkomt. En de voorbeelden om geld te storten ook: ”voor 75 euro zorgt u voor de aanleg én het zaaigoed voor een 850 m² groot voedselveldje”. Je draagt bij naar vermogen en om dan 75 euro te vragen…. In onze contreien hoor je de Zomertortel niet meer, dan moet je meer in Midden-Drenthe of het Drents-Friese Woud zijn. De laatste keer dat ik het karakteristieke, spinnende, verdragende ”toerr-toerr-toerr” hoorde is alweer een behoorlijk aantal jaren geleden. Dat was in het Tonckensbos, gelegen tussen Westervelde en Zuidvelde.