‘Het heeft weinig met oorlog te maken, alles met liefde voor legervoertuigen’

Klaas en Roelie en de Dutch Peace Army

RODEN – Zo. Roelie Kooistra zegt lid te zijn van de Dutch Peace Army (DPA). Dan kijk je even op. Activiste? Op oorlogspad? Of juist zo’n flowerpower vrouw, die overal wereldvrede wil en dat predikt. Niets van dat alles dus. Roelie is gewoon Roelie. Een normale vrouw uit Roden, moeder van twee dochters met één grote passie: legervoertuigen. Roelie en andere liefhebbers van dit soort voertuigen zijn verenigd in Dutch Peace Army. Met oorlog of vrede heeft het dus niet heel veel te maken.

‘We zijn een legervoertuigclub. Onze voertuigen zijn in elk geval een kwart eeuw oud en in originele staat. Dat is het. Het zijn dus legervoertuigen en leger kun je associëren met oorlog. Maar dat is het dan ook wel. Ik moet wel zeggen dat ik zelf wel meer gefascineerd raakte door de oorlog na het zien van de reeks Band of Brothers. Klaas, mijn man, en ik zijn zelfs twee keer naar Normandië geweest, naar de plek waar de serie zich afspeelde. Maar dat heeft nog steeds niets met onze club te maken.’ Hoe het dan wel begon? Heel simpel eigenlijk, of toevallig. ‘Klaas en ik hadden een Opeltje staan. Een oldtimer. Klaas’ collega Heiko wilde die auto wel voor zijn museum. Hij de Opel, kregen wij een DAF YA-314, zonder huif. We moesten aanvankelijk vooral lachen. En het was nog een opknappertje ook. We hebben het toch maar gedaan. Het leek Klaas wel wat, zo’n voertuig restaureren. Zo is onze groene hobby ontstaan. Heiko was al lid van DPA en dan is één plus één al heel snel twee. Het virus had ons te pakken. Onze interesse in deze voertuigen was gewekt en is nooit meer verdwenen.’ DPA speelt niets na. ‘Je krijgt er een heel nieuwe wereld bij’, vertelt Roelie. We hebben ondertussen drie voertuigen, want we bezitten ook een DAF 126 – die is van mij- en een Necaf, je weet wel zo’n wagen die je steevast in elke oorlogsfilm ziet. De cijfers staan trouwens ergens voor, wist je dat. Neem de mijne: 126. Dat houdt in 1 tonner, 2e uitvoering en 6 wielen. Met deze auto’s mag je overigens zo de straat op, als ze maar een kenteken hebben. Ondertussen hebben we meer familie met het virus besmet en zijn ook onze dochters er mee bezig. We hebben veel evenementen en activiteiten. Zelf vind ik rijden op een militair oefenterrein echt fantastisch. En de auto’s hè; ik vind ze stoer. Het zijn echte werkpaarden, oersterk. Je rijdt gemakkelijk door diepe waterplassen, ze mogen vies worden en een krasje? Ach, verf je zo weer weg. Ik kan de huif open doen, of alles er af halen. Heb ik een cabriootje. En dan heb ik het nog niet eens over het geluid’, zegt Roelie, overduidelijk verliefd. Klaas heeft stevige concurrentie.

Klaas en Roelie sleutelen beiden aan de wagens. ‘Nou ja, Klaas vooral, ik help. Ik sta er bij en geef aan. Onze club is toch al een club met veel gezinnen. Kinderen gaan mee, de vrouwen natuurlijk ook. Het is gewoon heel gezellig allemaal.’ De voertuigen staan bij schoonmoeder. Ruimte voor meer is er eigenlijk niet. Toch worden Marktplaats en andere meer specifieke sites afgestruind op zoek naar dat ene juweeltje. Een REO bijvoorbeeld. ‘Onze voertuigen proberen we op niveau te houden. Kopen we een keer een ander motorblok, dat soort dingen. Klaas en ik en onze dochters nu ook hebben samen een geweldige hobby’, zegt Roelie, die samen met andere clubleden meewerkt aan het Bevrijdingsfestival Amherst in Zuidlaren. Daar wordt in het weekend van 7 tot en met 9 april de vrijheid gevierd. Het evenement is een samenwerking tussen verschillende verenigingen (waaronder DPA) – en het Ministerie van Defensie. In en rond het dorp staan verschillende activiteiten gepland, waardoor Zuidlaren weer een weekend een echte garnizoensplaats is. Er worden kampementen opgezet, er zijn demonstraties en displays getoond van militaire voertuigen en uitrusting. Ook wordt een monument onthuld voor de enige in Zuidlaren omgekomen geallieerde parachutist Paul Duquesne, een van de zevenhonderd parachutisten die met operatie Amherst in april 1945 in Drenthe zijn geland. ‘Dat wordt iets heel speciaals. Wij zetten een kampement op een van de Brinken op. Dit is dus zo’n evenement waar wel een duidelijke link is met de oorlog, maar dat is niet altijd zo hoor. Amherst in Zuidlaren belooft heel leuk te worden. Mooi en toch ook wel emotioneel. Zelf hebben we er ook iets speciaals mee, maar daar kom ik later wellicht wel eens op terug. Wie ons wil zien, iedereen is welkom. Misschien kunnen we meer mensen met dit geweldige virus besmetten’, besluit Roelie