‘Het hier zijn vind ik leuk, het is een gebouw en een machine tegelijk’

Molenaar Thijs Duursma over de Paiser Meul

Zaten we de vorige keer nog lekker in het zonnetje boven op de stelling van de Norger molen voor een reportage in Noordenveld Plus, hoe anders is dat nu. Fris is nog zacht uitgedrukt. Behaaglijk is het allerminst in de molen die dateert uit 1898. Maar weer of geen weer, na Woldzigt in Roderwolde, Noordenveld en De Hoop in Norg, mag de Paiser Meul in dit rijtje zéker niet ontbreken. Tot voor kort was de korenmolen het domein van molenaar Thijs Duursma. Vijfentwintig jaar maakte hij vol op de Paiser Meul. 2020 leek hem een mooi jaar om afscheid te nemen van zijn geliefde molen. Corona zorgde ervoor dat het niet het feestje werd waarop hij had gehoopt. Voor Noordenveld Plus kwam hij speciaal nog even naar de molen achter Café Boonstra.

Thijs Duursma kreeg het molenaarsvirus te pakken via zijn zoon Marcel die op verschillende molens in Groningen draaide. Opmerkelijk, want meestal is het andersom. Jonge molenaars behoren bijna tot een uitstervend ras. Duursma ging wel eens mee met zijn zoon. Hij raakte onder de indruk van de techniek van molens. In 1993 besloot hij de opleiding tot molenaar te volgen en 1995 belandde hij op de molen in Peize. ‘Piet Koning was hier molenaar. Hij maalde er meel voor zijn eigen bakkerij in Peize. ‘Schrijf je naam maar in het boek met je telefoonnummer erbij’, zei hij. Een jaar hoorde ik niks. Een week voor de open molendag in augustus 2015 belde hij me op. ‘Je moet komen’, luidde de boodschap. Of ik wilde helpen op de molen. Dat wilde ik wel. Niet wetende dat ik dat vijfentwintig jaar zou doen. Twee middagen in de week, op woensdag en zaterdag, was ik in de molen te vinden. De molen is belangrijk voor het dorp. We hebben veel bezoek gehad van scholen. Ik heb aardig wat rondleidingen mogen geven. Het is goed dat het verhaal verteld wordt. Het vak molenaar wordt steeds lastiger.’

Machine

Blijven draaien is een must voor een molen, weet Duursma. ‘Of de molen nu water slaat, hout zaagt of graan maalt, dat maakt niet uit. De wieken moeten regelmatig draaien. Daar is ook de opleiding op gericht. Een molen is een technisch ding. Je moet de windrichting goed in de gaten houden, je moet leren te anticiperen op de weersvoorspelling. De wieken moeten altijd op de wind staan. Het mooie van een molen is dat alle elementen op je afkomen: de natuur, weersomstandigheden en de techniek van de molen. Het is twee keer gebeurd dat ik ’s avonds laat naar de molen ben gereden. Er stak een felle oosterwind op. Een oosterwind is hard en koud. Er moest gekruid worden. Dan moet je de kap van de molen met een lier draaien tot de wind weer op de wieken staat. Een zware klus’, weet Duursma die graag tijd doorbrengt in de molen. ‘Het hier zijn vind ik leuk. Het kraakt, draait en piept. Het is een gebouw en een machine tegelijk. Met de meeste machines sta je ernaast, hier sta je erin. Goed luisteren is belangrijk. Als er iets mis is, hoor ik dat direct. Soms is er een onderdeel losgeraakt, dat moet je zo snel mogelijk herstellen. En een molen is smeren, smeren en nog eens smeren. De houten kammen moeten vet gehouden worden, net als de as en de tandwielen. Je moet altijd alert zijn. Ook tijdens het malen. Als het harder gaat waaien, draaien de wieken sneller. Dan krijg je ander meel. Je moet het continu voor zijn, anders ben je te laat. Je wilt een constante kwaliteit van het meel. Op tijd de molensteen bijstellen is van essentieel belang. De onderste steen zit vast, de bovenste is verstelbaar. Hoe meer ruimte er tussen zit, hoe grover het meel. Vroeger draaide je een gigantische productie. Tonnen meel gingen er doorheen. Dat ging naar vele bakkers in de buurt.’

Zelfzwichter

Bijzonder aan de Paiser Meul is het wiekensysteem. Dat is anders dan bij de andere molens in Noordenveld, weet Duursma. ‘Dit is een ‘zelfzwichter’. Er zitten kantelbare kleppen in de wieken die automatisch hun stand aanpassen aan de kracht van de wind. Als je ze helemaal dicht trekt en de wind neemt toe, dan worden de kleppen een beetje open geblazen. Daar komt de spreuk ‘zwichten voor de wind’ ook vandaan. Andersom werkt het ook: neemt de wind af, gaan de kleppen dicht.

Het definitief stoppen was wel even een dingetje voor de molenaar. ‘Daar heb ik het zeker even moeilijk mee gehad. Alsof je een kindje loslaat. Ik had al vaker gezegd dat ik wilde stoppen. Ergens is het ook een keer klaar. Maar niemand diende zich aan. Ach, en voor mij was het geen straf. Ik deed immers wat ik leuk vond. Vorig jaar heb ik definitief het besluit genomen: in 2020 stop ik. Dan zitten er 25 jaren op. Best een mijlpaal. Ik had het graag willen vieren op de open molendag in augustus. Dat is in de soep gelopen. Net als de Nationale Molendag en de Open Monumentendagen. Een bizarre tijd. Gelukkig is Jacob Siegers er een paar jaar geleden bijgekomen. Hij woonde vroeger met zijn familie op de hoek van de molen. Mijn zoon is gastmolenaar op de Paiser Meul. Met toestemming van Het Drentse Landschap, de eigenaar van de molen, mag hij ook draaien op molendagen.  Als het nu zaterdagmiddag is denk ik vaak: ‘anders was ik vandaag…’ Nu is het vrijblijvend. Ik kan gaan wanneer ik wil. Heb alleen de verantwoordelijkheid niet meer. En dat is ook wel fijn. Maar als er een keer iets is, kunnen ze me altijd bellen. Ik blijf beschikbaar voor klusjes.’

Naam:                                  Geen naam op de baard, maar staat bekend als Paiser Meul.

Bouwjaar:                          1898

Type:                                    Achtkantige stellingmolen, hoogte stelling: 8.80 meter

Functie:                               Korenmolen

Inrichting:                           2 koppel stenen

Bedekking romp:            Riet

Bedekking kap:                 Dakleer