‘Het is een natuurlijk proces. Iedere glasaal groeit hier in z’n eigen tempo’

Tolbert Palingkwekerij

Tolberter paling doet het goed in heel Nederland

TOLBERT – Met 1,2 miljoen tegelijk komen ze Tolbert binnen: glasaaltjes van amper 0,3 gram per stuk om vervolgens het dorp te verlaten als grote jongens van een slordige 150 gram. Lang niet iedereen weet het, maar Palingkwekerij Aqua Cultuur Noord levert jaarlijks zo’n 120.000 kilo paling aan verschillende palingrokerijen in Nederland. En dat aantal wordt volgend jaar nog eens verdubbeld. Dan komen er 3 miljoen visjes vanuit de Saragossa zee naar het bedrijf in Tolbert dat vervolgens twintig procent van de vissen weer uitzet om de palingstand op peil te houden. “Alles gebeurt hier duurzaam”, vertellen ondernemer Gerlof Zuidersma en palingkweker Hans Falke, eigenaren van de Tolbertse palingkwekerij.

De kwekerij zou je best een fabriek kunnen noemen. De palingen zwemmen allemaal, gesorteerd op grootte, rond in tientallen ruime bassins die volautomatisch 24/7 voorzien worden van gezuiverd water en om de zes uur van voer. Via een speciaal ontwikkeld computerprogramma houdt palingdeskundige Hans Falke alle bassins nauwlettend in de gaten. Wie denkt dat de kronkelende diertjes daar ook de liefde bedrijven en zich voortplanten, heeft het mis. Dat gebeurt namelijk helemaal niet in gevangenschap, zo leert het verhaal van Falke. Hebben ze geen zin in. Niet het juiste sfeertje kennelijk. “Waarom dat zo is weet niemand. Er wordt wel onderzoek naar gedaan. Om met behulp van hormonen de paling te laten paren. Tot dusver zijn wetenschappers er nog niet in geslaagd om paring tussen vier muren tot stand te brengen.” Maar dat zorgt er tegelijk voor het proces volledig natuurlijk blijft, volgens ondernemer en inmiddels ook palingkenner Gerlof Zuidersma. “De glasaaltjes die hier binnenkomen, groeien allemaal in hun eigen tempo. De één doet er een half jaar over om een grote paling te worden, de ander heeft er jaren voor nodig”, weet Zuidersma.

Hoe beland je nu als glasaal uiteindelijk in de vitrine van de vishandel? Nu, dat gaat als volgt: palingen paren alleen in de Saragossa zee, in de golf van Mexico. De warme golfstroom voert de visjes vervolgens naar rivieren van verschillende Europese landen. Nadat ze ’s nachts bij springtij uit de riviermondingen bij Engeland gevist zijn, belanden de doorzichtige, drie centimeter lange diertjes binnen 24 uur in de bassins van Aqua Cultuur Noord. Per sportvliegtuig worden ze, verpakt in piepschuimdoosjes met ijs -paling kan namelijk met gemak een behoorlijke tijd zonder water- naar Eelde gebracht waar Falke ze met een vrachtauto ophaalt. Eenmaal in de bassins, begint het vetmesten. Om de zes uur valt er een afgemeten hoeveelheid voer uit een soort silo dat boven het bad hangt. Een keer per zes weken worden de vissen op grootte gesorteerd door een sorteermachine. De kleintjes glippen door een rooster en worden zo gescheiden van de grote jongens. Wanneer ze vet genoeg zijn, worden ze door een soort regenbuis gepompt die uitmondt in een buitenbassin waarna ze in tankauto’s levend naar de rokerijen vervoerd worden. Waar de rokerijen de vissen tot vorig jaar nog aan hun eind hielpen door een bad van zout en soda, een nare dood schijnt, gebeurt dat vanaf januari middels verdoving door elektrocutie. Eenmaal in de vishandel liggen ze voor 30 à 40 euro per kilo in de vitrine.

Twintig procent van de palingen zet Aqua Cultuur Noord uit in de randmeren, tussen de polders en de Veluwe. “Dat doen we om de palingstand op peil te houden”, vertelt Falke. “In 2008 klopte Greenpeace aan bij de Nederlandse supermarkten. De palingstand was zo laag, dat zij erop aandrongen dat de paling uit de schappen van de supers moest verdwijnen. Met succes. Toen heeft de sector -de vissers, kwekers en andere betrokkenen- de stichting DUPAN opgericht. Dat staat voor Duurzaam Palingfonds Nederland. Het geld in het fonds wordt besteed aan verduurzaming van de palingstand. Per jaar worden landelijk zo’n 10 miljoen palingen uitgezet.” Geen onverdienstelijk aantal, als je beseft dat van 1000 in het wild geboren glasaaltjes maar 30 uitgroeien tot volwassen palingen. In de kwekerij overleven er 950 van de 1000 glasaaltjes waarvan ongeveer 20 procent wordt terug geplaatst in de natuur. Hierdoor wordt de natuurlijke palingstand eigenlijk vervijfvoudigd.

In de grote boerderij aan de Traansterweg, die nagenoeg helemaal energieneutraal is dankzij het dak van zonnepanelen, worden namelijk nog lang niet alle bassins gebruikt. “Nu koop ik in maart-april zo’n 1,2 miljoen visjes in, in november komen daar nog eens 1,5 miljoen bij”, vertelt de palingoloog. Klanten heeft hij er al voor. “Vanuit de markt kwam de vraag of we niet meer konden leveren. Nou, dat gaan we doen natuurlijk!”