‘Het moeilijke is dat je nooit weet waar je aan toe bent’

De kromme wereld van de agrariër door de ogen van Erwin de Haan

EEN-WEST – Oktober 2019 kenmerkte zich door de boerenprotesten. Ruim een jaar later houdt het coronavirus Nederland in zijn greep, maar op de achtergrond speelt de stikstofproblematiek nog steeds. Erwin de Haan was één van de boeren die vorig jaar actief deelnam aan de protesten rondom de stikstofmaatregelen. Een jaar later neemt hij de stand van zaken nog eens door.

‘Het is boeren eigen om je niet direct overal over druk te maken. Het valt wel mee, denk je dan.’ Was getekend: Erwin de Haan. De jonge boer uit Een-West – op de grens van Drenthe, Groningen en Friesland – voelde aanvankelijk dan ook weinig voor protesteren. ‘Op 1 oktober vond het eerste protest plaats. Daar ben ik niet heen geweest. Ik zag mij niet met een hooivork vooraan staan.’

Toen op er op 14 oktober een protest plaatsvond bij het provinciehuis van Drenthe, was hij er wel bij. ‘We protesteerden tegen de provinciale maatregelen voor stikstof’, zegt hij. ‘Later zijn we ook nog naar Groningen geweest. Uit solidariteit. In Groningen wilden ze eerst de maatregelen niet terugdraaien. Ondanks dat wij daar niets mee van doen hebben, wilden we onze collega’s steunen. Al was het maar met vijf trekkers.’

Twee dagen later toog De Haan met enkele andere boeren uit de buurt naar Den Haag. De boer die niet wilde protesteren, stond er toch. Vooraan op het Malieveld nog wel. Waarom? ‘Omdat ik inzag dat de boeren die protesteerden, er ook voor mij stonden.’

Anno 2020 lijken de boerenprotesten heel ver weg. Het coronavirus maakt dat protesteren met grote groepen niet verantwoord is, iets waar De Haan best begrip voor heeft. ‘Het heeft nu niet zoveel zin. Op 22 juli zijn we nog bij het RIVM in De Bilt geweest, maar je merkt dat het moeilijk is afstand te houden. Dan moet je het gewoon niet doen.’

Op zijn boerderij aan de rand van de gemeente Noordenveld, lijkt Den Haag ver weg. Voor Nederlandse begrippen is dat ook zo. Tweeëneenhalf uur rijden, geen kattenpis. Maar gevoelsmatig is Den Haag voor boeren als De Haan dichterbij dan ooit. Dagelijks hebben ze te maken met de regels die vanuit het kabinet zijn opgelegd en de laatste jaren alleen maar strenger zijn geworden.

De Haan groeide hier op, aan de Bakkeveenseweg, waar zijn ouders dertig jaar geleden begonnen. Een landbouwontwikkelingsgebied heette het. Er zou hier genoeg mogelijkheid zijn tot uitbreiding, werd hen verteld. Totdat in 2000 een stuk land aangrenzend aan dat van de familie De Haan tot ‘Natura 2000 gebied’ werd aangewezen. De Haan, die de boerderij runt met zijn ouders maar er dus zelf woont, verwacht op termijn te moeten uitbreiden. ‘Dat kon nog wel eens lastig worden.’

De Haan is er niet het type naar om te gaan zitten somberen. ‘Als er weer nieuwe regels werden ingevoerd, sprak ik altijd over een uitdaging. Maar de laatste twee à drie jaar nam die houding wel af.’ Het vervelende, zo vindt hij, is dat het lijkt alsof de boeren de gehele stikstofproblematiek maar moeten oplossen. Vliegvelden mogen uitbreiden, maar boeren moeten de lasten van de stikstofcrisis op zich nemen. ‘En dan komt Tjeerd de Groot van D66 die roept dat de veestapel maar gehalveerd moet worden. Het is krankzinnig. Als je kijkt wat er in de boerensector geïnvesteerd wordt op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn, dan zijn we in vergelijking met de rest van Europa koploper. Andere landen kijken tegen ons op, maar in Nederland is het niet genoeg. We halen liever ons eten uit het buitenland. Daarbij vergeet men dat onze gewassen ook stikstof opnemen.’

Om maar niet te spreken over het gehannes met de PAS-meldingen in Groningen of de regels over medicijngebruik. En dan vergeten we bijna de eiwitregel die werd ingesteld voor het voer van de koeien. ‘Opeens moest het voer minder eiwitrijk zijn. Dat was gevaarlijk voor de dieren, sommige koeien werden zelfs ziek’, schetst De Haan. Niet zo vreemd ook. ‘Je moet onze dieren zien als topsporters. Ook bij topsporters moet er goed voer in, dat is heel belangrijk. Door opeens te zeggen dat ze drastisch minder eiwitten mogen eten, breng je de dieren in gevaar.’

Daarmee belanden we direct bij een ander punt. De intensieve en extensieve manier van boeren. Steeds meer boeren kiezen voor de extensieve manier. Meer ruimte voor de koe, biologisch en circulair. De Haan – die zelf 140 koeien bezit – maakt zich weinig illusies: ‘Ik denk dat de toekomst van het boeren intensief zal zijn’, zegt hij. ‘De wereldbevolking groeit, de vraag naar eten zal alleen maar toenemen. Dan moeten we ons achter de oren krabben: wat willen we nou?’

Ondertussen leeft er verdeeldheid onder boeren over allerlei rekenmethodes. Neem bijvoorbeeld de methode om stikstofuitstoot te berekenen. ‘Laatst las ik een artikel waarin de vloer met één van die methodes werd aangeveegd’, zegt De Haan. ‘Maar daar moet je voorzichtig mee zijn. Je kunt niet alles geloven wat je op Facebook ziet, dat blijkt de laatste tijd wel. Ik kijk altijd goed waar ik mijn informatie vandaan haal.’

Politiek

De boeren ontdekten het demonstreren omdat ze teleurgesteld waren in Den Haag, meent De Haan. ‘We hebben jarenlang te veel van de politiek laten afhangen’, zegt hij. ‘Maar er is te weinig geluisterd naar de belangen van de boer.’

Zelf stemde hij doorgaans VVD of CDA, maar volgens De Haan hebben zij het de laatste tijd laten afweten. Bij de protesten in Den Haag probeerden partijen als de PVV en Forum voor Democratie zich te profileren als ‘partij voor de boer’. ‘Ik denk dat zeker het Forum meer kiezers uit de hoek van de boeren zal krijgen’, schat De Haan in. ‘Maar boeren moeten ook voorzichtig zijn. Sommige partijen misbruiken zulke protesten gewoon. Dat was één van de redenen dat de Farmers Defence Force Geert Wilders niet liet spreken bij een protest. Het moet geen politiek spel worden.’

Inmiddels is er zelfs een aparte partij in de maak die op moet komen voor de belangen van boeren. ‘De BoerBurgerBeweging. Volgens mij wordt Caroline van der Plas lijsttrekker. Ze mikken zelf op vier tot zes zetels bij de Tweede Kamerverkiezingen. Dat vind ik heel wat’, lacht De Haan. Of hij er zelf op gaat stemmen? ‘Dat weet ik niet. Ik vraag me af wat zij kunnen bereiken. De tijd zal het leren.’

DAJK

Zelf heeft de jonge boer geen politieke ambities. Wél is hij lid van het Drents Agrarisch Jongeren Kontakt (DAJK). ‘Ik zit in het bestuur van de Noordenveldse afdeling. Eerder was ik al bestuurslid en voorzitter, nu ben ik secretaris. In Noordenveld hebben we 52 leden. Dat is inderdaad heel wat voor zo’n kleine gemeente. Boeren in de leeftijd tot 35 jaar kunnen zich hierbij aansluiten. Zelf ben ik al één van de ouderen, de meesten zijn rond de 20 jaar. We houden informatieavonden en hebben nauw contact, maar het is ook een gezellige club. Of de leden zich zorgen maken om de toekomst? De één meer dan de ander. Ik denk dat er toch best veel zijn met vragen over later. Hoe moeten we straks verder? Dat wordt heel spannend.’

Ongewis

Het is vooral de onzekerheid die de toekomst ongewis maakt. De regels in de agrarische wereld lijken zo af en toe krommer dan een hoepel. De Haan wijst uit het raam. ‘Tweehonderd meter die kant op en je bent in Groningen, driehonderd meter de andere kant op en je zit in Friesland. Als mijn boerderij maar iets verderop had gelegen, had ik al met hele andere regels te maken gehad. Dat is het rare en moeilijke van de situatie: je weet eigenlijk nooit waar je aan toe bent.’