‘Het mooiste aan op vakantie gaan, is thuiskomen’

Geboren en getogen

Gina Kamminga-Van Dijken

Ze groeide op in het huis van de buren. Gina Kamminga-Van Dijken zag het levenslicht op Veldstreek 28 te Zevenhuizen. In 1989 kocht ze samen met haar man Johan de aangrenzende boerderij op nummer 30. Gina kan zich eigenlijk geen andere plek dan ‘Het leukste dorp van Groningen’ voorstellen. Nee, voor haar en haar man staat één ding vast: ‘Wij blijven hier altijd wonen. Het is zo’n mooi plekje.’

In de 57 jaar dat Gina nu deze aarde bewandelt, woonde ze nog nooit ergens anders dan in Zevenhuizen. Sterker nog: ze woonde nog nooit in een andere straat dan de Veldstreek. ‘Het was dertig jaar geleden dat het huis van de buurvrouw te koop kwam. Ik had al eens aan haar gevraagd om aan ons te denken wanneer ze overwoog haar huis te verkopen. Zodoende konden wij het huis uiteindelijk overnemen.’

We gaan terug naar haar jeugd. Een onbezorgde jeugd. ‘Ik groeide op in een gezin met één oudere en drie jongere broers. We speelden veel buiten. Vooral voetballen. Samen met de andere buurkinderen speelden we dan partijtjes. Destijds woonden er veel kinderen in deze buurt. Nu nog steeds trouwens.’ Het waren andere tijden. Zo herinnert Gina zich hoe ze samen met een vriendje zomers naar Leek ging. ‘Om zwemles te volgen. Vroeger ging je niet met je ouders die kant op, maar fietste je gewoon zelf. Een auto hadden wij nog niet, dat kwam pas later. Toen gingen we vaker logeren bij ooms en tantes in Apeldoorn, Ede of Noordhorn. Mooie tijden waren dat. En je had de tienertoer. Kon je voor dertig gulden in de trein door heel Nederland reizen. We hadden familie in Amsterdam en Utrecht wonen, waardoor we daar ook terecht konden. Dat waren nog eens tijden.’

Gina ging naar school in Zevenhuizen. ‘Basisschool De Haspel. Het voortgezet onderwijs volgde ik in Leek. In Zevenhuizen had je namelijk wel de huishoudsschool, maar daar voelde ik niet zoveel voor. Ik ben toen in een havo/mavo klas in Leek terecht gekomen. Uiteindelijk heb ik de havo gevolgd en afgerond, maar ik moet zeggen dat het me aardig wat moeite kostte. Veel tijd om uit te gaan had ik dan ook niet. We gingen af en toe naar De Koegang, dat was een soort soos aan de Veldstreek. Daar dronken we dan shandy, haha.’ Echt op stap was er voor Gina nog niet bij. ‘Later natuurlijk wel. Dan gingen we naar Pruim in Zevenhuizen bijvoorbeeld. Ik weet nog dat als er bekende artiesten kwamen, wij al voor de ingang stonden te wachten. Artiesten als Vader Abraham, Rita Corita en Arne Jansen kwamen dan.’ De stapavonturen van Gina beperken zich niet tot Zevenhuizen. ‘We gingen bijvoorbeeld ook naar de Rodermarkt. Daar kreeg ik op mijn 23ste verkering met Johan. Wij kenden Johan al goed, hij woonde namelijk ook op de Veldstreek, op nummer 43 welteverstaan. Mijn moeder vond hem altijd een al een leuke jongen en was dus best tevreden dat ik met hem thuiskwam.’

Ondertussen ging Gina werken bij de Rabobank in Haulerwijk. Onlangs vierde ze haar veertigste jaar als medewerker bij de bank. ‘Inmiddels staat ons kantoor in Oosterwolde. Of ik als Groninger een beetje op kan schieten met Friezen? Haha, jawel hoor. Oosterwolders zijn Stellingwerfers. Die hebben een beetje dezelfde moraliteit als Westerkwartierders. Ik versta Fries inmiddels heel goed. Soms moet ik oppassen dat ik zelf geen Fries ga praten.’

Gina heeft drie kinderen. Eén zoon en twee dochters. Allen komen ze nog graag thuis. Op het moment dat we Gina spreken, is de feestweek van Zevenhuizen in volle gang. Haar jongste dochter is daarom bijna de hele week in het dorp. ‘Ze vindt het prachtig. Ze zegt dat ze het idee heeft dat Zevenhuizen jarig is. Ik deel dat gevoel wel. Het is gewoon heel leuk om in het dorp te zijn, onder de mensen. Er heerst een vrolijke stemming en iedereen lijkt elkaar te kennen. Het is altijd een topweek.’

En deze editie lijkt het zelfs dubbel feest in Zevenhuizen. In juni werd namelijk duidelijk dat het langverwachte multifunctionele centrum er gaat komen. ‘Dat is fantastisch nieuws. Ik heb diep respect voor de mannen die dit voor elkaar hebben weten te boksen. Er heerste echt een feeststemming toen dat duidelijk werd. Op den duur dacht ik wel eens: ik weet niet of het MFC er gaat komen. Of het ons überhaupt gegund is. Maar we krijgen het als Zevenhuizen toch maar mooi voor elkaar. Dat typeert Zevenhuizen. Zeuv’mhuusters zijn doorzetters. Samen de schouders eronder, dan gaat het lukken. En dat blijkt. Schitterend.’

Op de vraag of er veel veranderd is in Zevenhuizen, antwoordt Gina ontkennend. ‘Onlangs zag ik nog een dorpsfilm van rond 1981. Dan zie je dat het straatbeeld weliswaar enigszins is veranderd, maar dat de mensen niet zozeer veranderen. Natuurlijk is het jammer hoe nu bijvoorbeeld de oude discotheek erbij staat. Dat is momenteel een doorn in het oog. Maar voor de rest heb ik niet per se iets wat anders of beter moet in ons dorp. We krijgen een MFC en er wordt gebouwd voor nieuwe gezinnen. De jeugd wil hier blijkbaar graag blijven wonen. Hoe dat komt? Ik denk door de saamhorigheid hier. In ieder geval valt er als inwoner weinig te klagen. Behalve dus de verpauperde discotheek. Ik zou zeggen: schuif die rommel plat.’

Gina, die zelf nog een paar jaar bij SVMH in Niebert voetbalde, is nog steeds voetbalfan. ‘We gaan vaak naar het eerste van Zevenhuizen te kijken. Dan is het vaak erg gezellig. En ja, er komen nog best wat supporters op af. De verbondenheid is groot. FC Groningen en Feyenoord volg ik ook. Het blijft een leuk spelletje. De dames boven de 35 van Zevenhuizen hebben mij nog benaderd om bij hen te komen voetballen. Daar moet ik nog even over nadenken.’

Gina zit verder nog in de diakonie van de protestantse kerk in Zevenhuizen. ‘De kerk is nog niet zo lang geleden mooi opgeknapt. Dat is ook iets om trots op te zijn’, zegt ze. ‘Het kerkleven is door de jaren heen veranderd. Het is niet meer zo saai als vroeger. Er kan meer, men is wat losser. Ik ga geregeld naar de kerk. Ook binnen de kerk is er een grote verbondenheid. Er zijn altijd mensen die wat willen doen. Het omzien naar elkaar is belangrijk en dat merk je binnen de kerk.’

Een gesprek met Gina over Zevenhuizen verzandt al gauw in één grote lofzang. Ze is trots op haar dorp. ‘Trots en tevreden. We zijn één met elkaar. En toch moet je het zelf doen. Dat wil zeggen: je moet geven en nemen. Omzien naar elkaar, dat begint bij jezelf.’ Dat Gina hier de rest van haar leven wil blijven, moge duidelijk zijn. Ze verlaat de Veldstreek slechts sporadisch voor vakanties. Binnenkort bijvoorbeeld. Dan staat een 13-daagse trip naar Canada gepland. ‘We gaan met z’n vijven. Ik ben nog nooit zo lang van huis weggeweest, dus dat wordt een groot avontuur. Maar het mooiste van op vakantie gaan is toch altijd thuiskomen. Ik weet nu al dat het heel goed voelt als we er weer zijn.’