Het oude liedje

column-cees-oranje-wasplaat

Puur Natuur

Het is een jaarlijks terugkerend probleem dat ik in het najaar minder tijd aan de tuin besteed. Een probleem, want door het achterstallige onderhoud dat daardoor ontstaat stapelt het werk zich tot het voorjaar op. In onze doorgaans zachte winters blijft het onkruid namelijk welig tieren en voordat dit in de vroege lente al leidt tot een ongewenste zaadexplosie moet je er op tijd bij zijn. Nou scheelt het natuurlijk wel dat je er dan graag met hernieuwde energie tegenaan gaat.

Het onderhoud van de tuin begint in augustus al een beetje plichtmatig te worden. Het moet allemaal wel gebeuren, maar de tijd ontbreekt steeds meer en meer. Het houdt vooral verband met mijn bezigheden op paddenstoelengebied. Vanaf die tijd neemt het aantal inventarisaties namelijk steeds meer toe. Hoe groter het aanbod van zwammen, des te minder is er de lust om in de tuin aan het werk te gaan. Afhankelijk van het weer komen er in september al steeds meer paddenstoelen en dat neemt verder toe in oktober. Vorige week schreef ik over een bezoek aan de omgeving van het Hoornse Meer. Daar vonden we iets van 180 soorten. Afgelopen vrijdag waren we actief in de omgeving van Marum en Leek en noteerden daar al meer dan 200 verschillende paddenstoelen. En dan zijn we niet eens ontzettend fanatiek bezig. Een inventarisatie kenmerkt zich vooral door een soms tergend langzaam tempo. Vergeet niet dat er zwammetjes zijn die nog niet eens 1 mm groot zijn. Het is dan zaak je ogen goed de kost te geven, waarbij kleine takjes en bladeren gekeerd worden om ze op verborgen zaken te controleren. Dat is misschien ook wel de reden dat we af en toe gasten hebben die graag mee willen, maar het na één sessie al voor gezien houden. Het gaat hen allemaal veel te langzaam.

Vorige week dinsdag was ik samen met drie mycomaatjes (net als ik liefhebbers van paddenstoelen) actief in een bosje op het Buinerveld. Het is een sparrenbosje van ongeveer 700 meter lengte bij een breedte van hooguit 150 meter. We waren nog niet eens op het eind van het bosje aangekomen toen we vanwege de tijd nodig terug moesten. Dat was 4,5 uur na de start, een absoluut record van iets meer dan 100 meter per uur. Zo lang hadden we er nog nooit over gedaan. Het is daar dan ook een heus paddenstoelenparadijs waar weliswaar een bepaalde tendens van een teveel aan stikstofdepositie is waar te nemen, maar nog wel binnen de perken. Wanneer ik er ben worden telkens weer soorten ontdekt die ik nog niet eerder heb gezien. Dat leidt dan weer tot uitgebreide fotosessies, wat ook weer een tijdrovende bezigheid is, want alle vier willen we voor onszelf een eigen gemaakte foto. Deze keer stonden bijvoorbeeld de Amandelslijmkop, Roetkluifzwam, Slijmige spijkerzwam en de Gebochelde grauwkop uitgebreid in de belangstelling. Ik noem er slechts een paar.

Twee dagen later bezocht ik samen met een vriendin een beschermd natuurgebied bij Ommen, waarvoor we een ontheffing hadden ontvangen om onderzoek te plegen. Het is een terrein waar veel wasplaten groeien, soorten die worden gezien als de orchideeën onder de paddenstoelen. Dit vanwege de vaak spetterende kleuren en hun ecologie. Ze stellen namelijk hoge eisen aan hun leefomgeving, net als de meeste orchideeën. Op de foto ziet u de Oranje wasplaat, één van de (meestal zeldzame) vijftig wasplaten die je in Nederland kunt bewonderen. Afgelopen zondag zag ik ook weer enkele wasplaten, nu op de zeedijk bij Noordpolderzijl. Een dag eerder was er een tussendoortje en bezochten we dichtbij, met de vogelwerkgroep van IVN Roden, het in grijze nevelen gehulde natuurgebied De Onlanden. ’s Middags liep ik even de tuin in, er was even tijd om de laatste frambozen te plukken, en zag dat er nog steeds enkele planten in bloei staan. Maar echt boeien kan het me niet meer. De tuin moet maar weer wachten tot het voorjaar is.