Het sprookje van Sinterklaas is er ook voor de volwassenen

Trouwe ‘Sinthelpers’ zien hele andere intocht

REGIO – Nu grote intochten niet doorgaan, verschansen kinderen zich massaal achter de tv of livestream om Sinterklaas aan te zien komen. Niet alleen voor de goedheiligman is het aanpassen, ook zijn vaste helpers beleven een aantal rustige weken. René Hoekzema, Arend Sijtsema en Richard Veurman verlenen jaarlijks hun medewerking aan de intochten in respectievelijk Leek, Roden en Peize. Dit jaar zien ze hoe het magische feest een andere invulling krijgt. Maar het sprookje, dat blijft.

 Hoor wie klopt daar kind’ren? Dinsdagavond 17 november, de zijdeur van de redactie van De Krant zwaait open. Het is Richard Veurman die ruim op tijd met dozen naar binnen sjouwt. ‘Nemen die andere mannen eigenlijk ook wat mee?’, vraagt hij, terwijl hij een baard en bijbehorende wenkbrauwen laat zien. ‘Yakhaar’, zegt hij. Een soort buffel dus. ‘Ik laat het ieder jaar schoonmaken. Duur grapje.’

De Peizenaar onderhoudt al jaren een uitstekende band met Sinterklaas. Dat begon op zijn 21ste, toen Veurman plotseling moest invallen voor de oude baas. ‘Bij de Handbalvereniging in Peize. Werd ik in een garage, tussen allerlei onderdelen, verkleed als Sint. Die pruik jeukt natuurlijk als een gek op zo’n kale kop… Vreselijk.’ Inmiddels weet hij, net als zijn collega Sijtsema uit Roden, dat hij het haarstuk niet op een gladgeschoren hoofd moet aanbrengen. ‘Het beste is om even twee dagen je haar te laten staan.’

Hoekzema heeft zich ondertussen achter een kop koffie genesteld. 36 jaar geleden begon hij als Zwarte Piet en al 15 jaar is hij een persoonlijke hulp voor de Sint. Af en toe valt hij nog in als Piet. Sijtsema doet dat niet. ‘Piet was en is altijd mijn grote vriend geweest, maar dat jolige is niet aan mij besteed. Nee, dan kan ik beter de Sint helpen.’

De Rodenaar weet nog hoe het begon, op zijn 22ste. ‘Ik moest me flink inleven. Nu nog trouwens. Ik volg de intocht op tv, maak er echt werk van. Op YouTube is er haast geen intocht die ik niet heb gezien.’ Als Sijtsema oude beelden terugziet, kan hij daar om lachen. ‘Maar het was wel echt minder dan nu. Het is een rol waarin je moet groeien.’

Dat weet Hoekzema als geen ander. ‘Het gaat om het totaal plaatje. De beeldvorming moet goed zijn, het moet wat uitstralen’, stelt hij. ‘Een goede Hoofdpiet is cruciaal’, meent Veurman. Hoekzema beaamt dat. ‘De Pieten doen het. Die zijn zo belangrijk.’

Met interesse keken de drie heren naar de landelijke intocht op 14 november. Een goede intocht, concludeert men. ‘Dat mocht ook wel weer eens’, vond Hoekzema. ‘De NTR is de laatste jaren aan het freewheelen geslagen. Men vond dat ze daar klaarblijkelijk het alleenrecht op Sinterklaas hadden.’ Ook Veurman was de afgelopen jaren niet onder de indruk. ‘Eerst gingen ze de mist in met stroopwafel- en kaaspieten. Later kwamen er nog Hulpsinterklazen aan te pas, waarmee iedere Sinterklaas opeens in twijfel werd getrokken.’ Het maakte zelfs dat Veurman een brief stuurde naar de NTR.

De Sinterklazen zijn het er in ieder geval over eens dat Bram van der Vlugt, voorloper van de huidige Sint Stefan de Walle, lastig te evenaren is. ‘In zijn hele doen was hij de Sint’, vindt Hoekzema, die Van de Vlugt twee keer ontmoette. ‘Eén keer bij Paul de Leeuw. Heel bijzonder. Al wist hij ook dat hij heel goed was.’

Aan de outfits die de heren hebben meegenomen, is duidelijk te zien welke mijter uit de ‘Bram-tijd’ en welke uit de ‘Stefan-tijd’ stamt. ‘De Bram-mijter heeft wat meer opsmuk’, zegt Sijtsema. Hoekzema vult aan: ‘De Stefan-mijter daarentegen is wat kleiner en daarmee meer geschikt voor de langere Sinterklazen. De Bram-mijter reflecteert ondertussen minder voor een greenscreen. Daar is echt over nagedacht.’ Voor Veurman is de Stefan-mijter de favoriet. ‘Ik ben wat groter en de mijter is lager dan die van Bram. Dan is het handiger om een wat lagere mijter te hebben.’

De drie klazen, die je met recht vakidioten zou kunnen noemen, verzanden soms in de meest bijzondere gesprekken. Sijtsema: ‘Lastig zeker, dat jij van jezelf een baard hebt?’ Veurman: ‘Die gaat er voor de intocht gewoon af hoor.’ En: ‘Is dat een baard met harde rand?’ Over de weersomstandigheden zijn de drie het snel eens. Regen en mist zijn funest voor een goede baard. En wie de beste baardenmaker is? ‘Heuckeroth’, zegt Hoekzema. ‘Een grote naam binnen de wereld van de Sinterklazen.’

Het gaat om de lol, om het sprookje voor de kinderen. ‘Al zie je dat ook de volwassenen het feest heel leuk vinden’, stelt Hoekzema. ‘Zij hebben om sommige grappen meer lol dan de kinderen. Laatst had ik als Sint een fotoshoot. Komt het zoontje van de fotograaf binnen. “Sinterklaas, hoe kom jij hier?”, vroeg hij. Waarop ik antwoordde dat ik onlangs op vakantie in Griekenland was en met de koning terug ben gevlogen. Vond hij prachtig.’

Wie zich er eenmaal in verdiept, komt er al snel achter dat er een hele wereld achter de Sinterklazen schuilgaat. Er zijn Sinterklaasfora op internet, waar men tips en ervaringen deelt. ‘Daar kom je ook een hoop praatjesmakers tegen’, zegt Hoekzema. Veurman: ‘Absoluut. Van die mensen die elkaar aanpakken op hun outfit, terwijl iedereen zijn best doet. Treurig eigenlijk.’

Hoekzema is in het bezit van een Sinterklaaskeurmerk. ‘Die haalde ik in 2007. Toen had je, nog veel meer dan nu, “Beunklazen”. Iedereen deed het, soms op een manier die gewoon écht niet kon. Zo’n keurmerk maakte dat men wist dat je niet zomaar wat deed. Dat is toch fijn om te weten als je een Sinterklaas inhuurt.’

Het gemis van een traditionele intocht is groot, vinden René, Arend en Richard. ‘Het is écht heel erg jammer dat we het feestje niet op de gebruikelijke manier kunnen vieren’, vindt Arend. ‘Het Sint zijn is een feestje. De doelgroep is bovendien fantastisch. Je maakt de mooiste dingen mee, maar er zijn ook emotionele momenten.’ Zo herinnert Arend hoe een jong meisje hem ooit vertelde dat haar moeder net overleden was. ‘Dan moet je even slikken.’ Ook Richard maakte iets dergelijks mee. ‘Dan kom je bij een huisbezoek waar opa voor het laatst nog een keer het Sinterklaasfeestje meemaakt. Heel bijzonder om daar bij te mogen zijn.’

Het sprookje, de gezelligheid en alle prachtige rituelen rondom Sinterklaas maken de november- en decembermaand nog altijd een schitterend feest. Ook nu het de laatste jaren steeds meer om randverschijnselen ging. Discussies over de kleur van de pieten, al dan niet gevoed door de media, maakten het feest íets minder leuk. ‘Ik heb zelfs overwogen te stoppen’, geeft Hoekzema toe. ‘Puur om de discussies. Hier in het noorden lijkt het mee te vallen, maar men begint zich er steeds ongemakkelijker bij te voelen. En dat terwijl de discussie een Randstedelijk probleem is. Hier leeft dat minder.’ Veurman: ‘De kinderen maakt het niet uit, maar je zit met de herkenbaarheid. Een Roetveegpiet wordt nu eenmaal eerder herkend.’

Het Sinterklaasfeest is door de jaren heen veranderd, concluderen de heren. ‘Vroeger had je ontzag voor de Sint’, zegt Sijtsema. ‘Want wie zich niet gedragen had, ging mee in de zak. In Spanje zouden er dan pepernoten worden gemaakt van stoute kinderen!’

Gelukkig, zullen we maar zeggen, is het feest heden ten dage vooral een kinderfeest. Waarbij gezelligheid, verbondenheid en saamhorigheid de boventoon moet vieren. De intocht is dan weliswaar anders, het feest en het sprookje blijft. Hopelijk voor eeuwig.