Het verschroeiende tempo van de Ruchti’s

RODEN – Meer dan duizend lopers. Dát was het doel van de organisatie van de avondvierdaagse van 2017 in Roden. En dat lukte. Zo’n 1200 lopers wandelden vier dagen in en rond Roden. Langs sloten en over zand, gras, stenen en wegen. Vier dagen potje met vet. Met Piet Paulusma als speciale gast en met na afloop die ultieme prijs: de medaille. Dagboek van de avondvierdaagse. Dinsdag ‘We hadden willen rollen’ Zenuwachtig wandelen, zeg maar gerust ijsberen, de mensen van de organisatie (Sportstimulering Noordenveld en de sportcoaches van de gemeente) in de Hullen. Zelfs voorzitter Ard Vrielink is bij de start en dus eens niet ergens in een of andere uithoek op deze planeet. Het is 17.30 uur als de inschrijving opent. Via internet gaven zich al 750 mensen op. En dus moeten zich nog tenminste 250 aanmelden vandaag. Want duizend, dát is het doel. Inschrijven betekent je naam en gegevens opschrijven, betekent betalen, betekent een kaartje om je nek en betekent dit jaar een armbandje, een mooie rooie, om je pols. Lance Armstrong, de grootste bedrieger uit de sportgeschiedenis, kwam er ooit mee. Zo’n gele. LiveStrong stond er op. Het rode bandje is een cadeautje van de Krant, mooi hebbedingetje. Je krijgt vervolgens nog de route, een knipoog van de sportcoach uit Peize en  een high-five van twee mensen in een tomaat- en komkommerpak. Tevreden ziet de organisatie dat er een rij staat bij de inschrijving. Die duizend, dat gaat lukken. Wij deelnemers worden straks weggeschoten door wethouder Auwema, die zelf niet even een etappetje meepakt. ‘Ik moet naar Norg zo. Is ook belangrijk’, zegt hij. Wandelen is geen fietsen. Dat wegschieten, dat stelt niets voor. Een lullig toetertje en we mogen. Auwema zwaait en vertrekt naar Norg, wij richting de Loop. We wandelen over gras, langs weides waar de koeien ons lusteloos aanstaren. We hinderen paarden bij hun rust, we verstappen ons in het zoveelste trekkerspoor en hopen op verharde wegen. Die komen er echter niet. Hoewel de route echt mooi is, krijgen de enkelbandjes heel wat voor de kiezen. Dochter wil dat ik loop, zij wil graag meedoen. En dus loop ik. Achteraf gezien onnodig, want meteen na de inschrijving ontdekt ze dat twee vriendinnen (Merle en Senne) meedoen en loop ik dus alleen. Ik voel me Jan Doedel. De twee vriendinnen zijn van Ruchti, van de schoenen inderdaad. Moeder Ruchti loopt ook, net als een oudere zus van Merle en Senne. Ze, de moeder, is van hetzelfde slag als Jan Doedel: niet slenteren, de pas er in. Kom op dames. De drie kleintjes doen dat. We passeren mannen, vrouwen en kinderen. De hoofdjes worden rood en al na 57 minuten zijn we terug bij de Hullen. Er draait dan ook een Ford richting de Hullen. Bjorn Ruchti. Hij is precies op tijd en nu snap ik ook het moordende tempo dat gehanteerd werd. Papa laat je immers niet wachten. In de Hullen halen we de stempel, we drinken wat en zien ondertussen het gros van de deelnemers terugkomen. Wouter Meertens komt er aan. Hij kijkt op de telefoon en zegt dat er ‘rond de twaalfhonderd deelnemers’ zijn. Iets later nuanceert hij dit tot 1130. Een geweldige opkomst dus. Kan niet beter. Wouter hoort de klachten over de route aan. ‘We hadden nog willen rollen’, lacht hij.

Woensdag

‘Big Piet’ Dag twee en om met de deur in huis te vallen: geen of amper onverharde paden maar redelijk strakke stoepjes. Kennelijk wandelen we door wijken waar glasvezel nog onbekend is want sinds er glasvezel in Roden ligt, is het met de kwaliteit van de stoepen hard achteruit gegaan. De route? Tsja. Praat je onderweg, dan kun je je na de etappe amper nog herinneren waar je eigenlijk langs gelopen bent. Richting Maatlanden. Dacht ik. Zoiets. Mevrouw Ruchti had de pas er goed in. Senne en Merle volgden alsof ze nooit anders doen. Dochter Cloey heeft vandaag andere plannen. Ze chartert nog wat deelnemers voor de ingang van de Hullen. Donna bijvoorbeeld, die vervolgens gewoon vijf kilometer wandelt op teenslippers. Ook Vera loopt mee, net als dus de Ruchti’s, de vader van Vera, de zus van Vera en ik dus, Jan Doedel. Runtastic maar eens aangezet opdat ik weet hoeveel meter we nog moeten. De meters gaan akelig langzaam vandaag terwijl de temperatuur stijgt. Het is benauwd. Warm. Maar: dat wisten we al. Piet was namelijk geweest. Big Piet. Piet Paulusma. Hij was rond half zes in Roden, gaf het startsein en nam het weerbericht op. Dat deed hij behalve bij de Hullen ook aan de Leeksterweg in Roden. Piet’s hoofd is rood. Moeders willen met hem op de foto. Piet schreeuwt zijn kreet, Piet zegt dat er mooi weer aan komt, Piet is best aardig en voor je het weet is Piet weer verdwenen. Wie wandelt, ziet behalve Piet overigens veel meer dan normaal als je in de stinkende diesel dor de straten van Roden scheurt. Opvallend is de staat van de tuintjes. Hoe ouder de bewoners van een perceel, hoe verzorgder de tuin. Gemillimeterd gras, geharkt zand, de kantjes netjes geknipt. Prachtig om te zien. Buiten zitten mensen in de tuinstoel naar ons te kijken, als waren wij aapjes. De krat bier ontbrak nog. Onderweg treffen we Johan Wiersma. Het tempo daalt, Johan praat sneller dan hij wandelt. Senne en Merle zijn vooruit gelopen. Mam en grote zus marcheren, de kleintjes volgen. Als wij aankomen, komen zij de sporthal uit. Zijn ze al naar het toilet geweest en hebben ze hun stempels al. Wij moeten nog. Dochter is de stempelkaart kwijt. Ik geef haar die van mij, ik regel wel een ander. Alles voor die medaille. Dag 1 en Piet hebben we gehad, Donderdag is vaak zo’n tussendag, de meest vervelende. Tenslotte: tot grote ergernis van Cloey geen flesje water. Ze heeft onderweg grote dorst, ziet in de verte de vlag van AH, roept verrukt dat we daar water krijgen maar krijgt een appel. Niet wat ze hoopte, toch iets van vocht. Morgen de catering onderweg maar beter in orde hebben.

 

Donderdag ‘Yeah, een krentenbol’ Het is wel echt de gezonde vierdaagse. Het is wel vier dagen appels, water en krentenbollen, want donderdag kregen wij noeste lopers allemaal een krentenbol van de AH. Mijn dochter twee, die van mij at ze er namelijk ook bij op. Ik vind een bolletje heerlijk, een bolletje met krenten is echter niet mijn kopje thee. Misschien dat we, zo vroeg ik me hardop af, morgen wel een ijsje krijgen al ben ik eerder geneigd te gokken op een peer of een stukje tomaat. De derde etappe voert richting Roderesch. Langs paden en huizen die anders verborgen blijven. Onderweg zien we Beautifull en Paul. De kleine meid loopt op krukken. We zien Edwin Boonstra, trainer van THOR. Hij verheugt zich dan op de wedstrijd in Nieuw Roden. We treffen Wietse Rozema, de alleskunner van de voetbalclub en we laten weer stempelen bij de sportcoach uit Peize. Dochter is een jaar ouder en dat is te merken ook. We rennen bijkans de vijf kilometer, telkens aangevoerd door de onvermoeibare Ruchti’s. Binnen een uur zijn we terug. De hoofdjes wat rood, maar verder: geen centje pijn. Hoewel. In de nacht van woensdag op donderdag is er zomaar vocht in de knie gekomen. Het was er, zonder ook maar iets van pijn te hebben gevoeld. Zonder me te verstappen. Vrijdagmorgen was het vocht even snel verdwenen als het gekomen was. De oudere dochter van Ruchti heeft ook een blessure: een blaar. Onderweg lopen jongens door een maisveld. Ze lopen zonder ouders. Onderweg plukken andere jongens gras, de ouders vinden het goed. Bij camping de Hullen stuift het en wil een auto de lopers met alle geweld passeren. Maar verder? Een makkie. Ook zonder Piet en lekkernij onderweg. Morgen zelf maar een zakje chips meenemen dan.

Vrijdag

‘Volgend jaar de tien’ De slotmars. Stelt meestal niet zoveel voor. In plaats van zes uur mogen we vandaag drie kwartier later starten. Of anders: moeten. Op die manier namelijk komen de lopers van de vijf en tien kilometer zo ongeveer tegelijk aan. Die aankomst is een traditie aan het worden. Met wat muziek en de brandweer. Heeft wel wat. De medaille gaat om de nek en het zit er weer op. De organisatie was vlekkeloos. Het zag er piekfijn uit. Want dat zegt vaak veel, hoor. Hoe kom je ergens binnen? Is het een puinhoop? Is er geschreeuw en chaos? Niets van dat alles. De lopers werden voor een eurootje of vier aardig in de watten gelegd, de armbandjes waren in trek, het koord om de nek leuk, de gezonde  snacks onderweg wat minder. Piet was er woensdag, het was elke dag mooi weer en er werd een deelnemersrecord verbroken. We zagen Ard Vrielink eens weer, we zagen plekjes van Roden die we nooit eerder gezien hebben, we bewonderden de haarkleur van Heidi en dochter en we leerden de Ruchti’s beter kennen. ‘Volgend jaar de tien kilometer’, zegt moeder Ruchti. Ik knik en beloof mijn dochter elk jaar te lopen zolang ze dat leuk vindt. ‘Oh, maar ik wil eigenlijk elk jaar vanaf nu de vierdaagse lopen’, zegt ze. ‘ Tot ik zelf oud ben. Gewoon, zoveel mogelijk medailles verzamelen’. Soms zeg je bepaalde dingen net even te snel.
Vincent Muskee