‘Hier over de drempel stappen is ongelofelijk zwaar, je weet dat dit het allerlaatste stukje is’

Vijf jaar Hospice Vredeborgh in Leek

LEEK – De drie gastenverblijven die Hospice Vredeborgh in Leek telt, zijn bezet in de derde week van januari. Meestal zijn ze dat, de bezettingsgraad van het afscheidshuis is hoog. Het hospice dat vijf jaar geleden geopend werd uit idealisme -iemand die altijd in de omgeving gewoond heeft, moet ook in de eigen buurt kunnen sterven, vond initiatiefnemer Marijke Pots- voorziet in een duidelijke behoefte. In het huis gebeuren bijzondere dingen. Mooie, en ja, vaak ook emotionele gesprekken met gasten met het laatste stukje van hun leven bezig zijn. Al vanaf de tekentafel volgt de Krant het afscheidshuis in Leek. Nu, vijf jaar later, zitten we opnieuw aan de keukentafel in de gezellig ingerichte huiskamer het hospice.

De ontvangst door Christiane van Lawick is allerhartelijkst. De nog maar tweeëntwintig lentes jonge Christiane loopt een jaar mee in het hospice. Stagelopen in een hospice was een langgekoesterde wens van de studente social work op de Hanze. Ze heeft al een hoop waardevolle momenten meegemaakt, vertelt ze. In de huiskamer zit ook Ans Klarenbeek, vrijwilliger vanaf de allereerste dag dat het hospice in mei van 2017 geopend werd. Dat je in iemands laatste levensfase iets kunt betekenen geeft haar veel voldoening. ‘Iedere gast is anders. De één heeft behoefte aan gesprekken, de ander wil liever met rust gelaten worden. De één vindt het prettig om over de dood te praten, de ander wil het er beslist niet over hebben. Soms komt er veel oud zeer los. Families die overhoop liggen. Dat zien we helaas best veel. Zeker, dat kunnen soms best lastige situaties zijn. Zo zei een gast: ik wil niet dat mijn familie gewaarschuwd wordt als het zover is. Dat is heftig, maar wij zijn er voor de gast. We vragen: wat zijn de wensen? Als iemand zin heeft in een gebakken visje of een patatje, halen we dat. Ook als de gast eigenlijk niet te vet mag eten. De gast heeft de regie. Wij doen er alles aan om die laatste fase zo comfortabel mogelijk te maken. En ook is het prettig dat je de naasten kunt ontlasten. Zij kunnen even tot rust komen.’  

Compassie

Vrijwilliger Alie Cazemier is ook aangeschoven. ‘Hier over de drempel stappen is ongelofelijk zwaar. Dat je weet dat dit het allerlaatste stukje is. Als je je daar in verdiept… dat is niet te doen.  Alles wat je hier doet, moet je met enorm veel compassie doen. Je mag het nooit normaal gaan vinden. We zijn hier met zestig vrijwilligers die allemaal heel verschillend zijn. Zowel qua achtergrond als opleidingsniveau. Maar we hebben één gemeenschappelijk doel. Die verbondenheid maakt het zo bijzonder.’ Christiane schiet in de lach. Een mevrouw, een gast, vroeg haar of ze een joint mocht roken. ‘Aan de ene kant had ik zoiets van: dat gaan we regelen. Aan de andere kant zat ik met een protocol waar je je aan moet houden. Roken mag, maar wel buiten. Maar mevrouw was bedlegerig. We hebben het toch weten te regelen. Haar bed hebben we naar het open raam geschoven. Ze was zo blij, thuis zou ze het ook zo gedaan hebben zei ze. Een mooier compliment kun je niet krijgen.’

Gemiddeld ligt een gast vijf tot zes weken in het hospice, weet coördinator Marian de Vroomen. Vroomen is de verbinder tussen bestuur en de vrijwilligers van het hospice. ‘Meestal verblijft iemand hier een aantal weken, maar het kan ook twee dagen zijn. Alles gebeurt hier met zoveel liefde. Ik heb al heel wat kippenvelmomenten gehad. Het hospice draait bijna volledig op vrijwilligers. Ze doen het hier met elkaar. Ik ben de enige betaalde kracht. Beter Thuis Wonen levert de zorg. Gasten en familie ervaren het als een warm bad, horen we veel. Wanneer de gast overleden is wordt hij of zij uitgeleid met een brandende kaars bij de voordeur. Tijdens de uitgeleide draagt een vrijwilliger een gedicht voor. Iedere keer opnieuw een bijzonder moment.’

‘Alles mag hier zijn’

Alie neemt haar werk niet gauw mee naar huis. Maar die ene keer, toen een moeder van in de veertig in het hospice lag, lukte dat niet. ‘Ze had twee jonge kinderen. Op een gegeven moment zei ze: ik kan het niet meer aan, ik wil ze niet meer zien. Hartverscheurend. We hebben haar kinderen in de huiskamer laten spelen. Want het spelen gaat ook gewoon door. Dat moment kon ik moeilijk van me af zetten.’ Christiane: Het mooie is dat alles hier mag zijn. Verdriet, boosheid, frustratie of weerstand. Wat is de juiste afstand of nabijheid is, moet je aftasten. En soms zijn er geen woorden nodig. Het is bijzonder wanneer iemand je in vertrouwen neemt. Je een inkijkje geeft in zijn of haar leven terwijl –ie op z’n kwetsbaarst is.’  

Ans wist dat ze na haar pensioen bij het hospice als vrijwilliger aan de slag wilde. ‘Ik wil zelf niet bang zijn voor de dood. Hier maak je de dood mee, je ziet hoe het gaat. Ik wilde weten wat het is. Nu ben ik er rustig over.’ Ze herinnert zich een bijzonder verhaal van een man die alleen in een caravan in de buurt woonde. ‘Hij kwam hier binnen en vond het prima dat hij dood ging. Zijn twee zoons waren niet bijzonder emotioneel. Het mocht vooral niet te veel geld kosten. Na zijn overlijden bestelden ze op internet een de goedkoopste kist die ze konden vinden. Die vervolgens werd vervolgens geweigerd door het crematorium. Teveel chemisch afval. Omdat een rouwauto geen optie was, moest de nieuw bestelde kist achter in de auto. Maar dat paste niet. Toen kwam er een auto met een laadbak. Om drie uur moesten ze bij het crematorium zijn voor de ‘technische crematie’. Tot dan wist ik niet eens wat dat was. Kist afleveren en wegwezen bleek. Het was alleen nog veel te vroeg. De zoons besloten eerst nog even langs de kroeg te rijden om een biertje te pakken. Met pa achterin de laadbak. Zoiets vergeet je nooit weer.’

In het achterste gastenverblijf ligt meneer Bos (93). Een week of zes nu, is hij van huis, vertelt hij. Op een zekere donderdag eind vorig jaar, hij was nog bij iemand op bezoek geweest die een beroerte had gehad, voelde hij zich niet goed worden. ‘Ik voelde dat ik iets onder de leden had en ging mezelf temperaturen. Omdat mijn hand vreselijk trilde kon ik de meter niet aflezen. Mijn zoon bleef die nacht bij me. De volgende dag gingen we naar het ziekenhuis. De arts constateerde dat mijn ontstekingswaardes veel te hoog waren en ik kreeg  onmiddellijk antibiotica. Prostaatkanker was uiteindelijk de diagnose. Ook mijn nieren waren al aangetast’, vertelt de oude baas die vrede heeft met de situatie waarin hij is beland. ‘Als je drieënnegentig bent heb je niet zoveel meer te vertellen. Er komt een tijd dat je deze wereld moet verlaten.’ Meneer heeft zin in peren, zo laat hij weten aan Christiane. Peren met een paar stukjes banaan erdoor, dat is lekker zacht. Een paar minuten later ligt het fruit op een bordje. Bos knikt tevreden. Bang voor de dood is hij niet. ‘Ik ga een prachtige toekomst tegemoet. Het oneindige leven.’