‘Hier speelt zich een klein drama af’

Speelgoedmuseum Kinderwereld-directeur Daniëlle Lokin:

RODEN – Door het coronavirus is ook het Speelgoedmuseum Kinderwereld in Roden vanaf half maart noodgedwongen dicht. Terwijl er langzamerhand van alles versoepeld wordt, de horeca, theaters, concertzalen en musea op 1 juni weer open mogen, verkeert het museum aan de Brink in onzekerheid. Het protocol voor musea, een halve bijbel ongeveer, is niet één op één op het Speelgoedmuseum te leggen. Directeur Daniëlle Lokin: “Komt ons publiek terug? Het is koffiedik kijken. Ik ben het doorgaans niet, maar ik zie het somber in.”

De grote schare enthousiaste vrijwilligers van het museum, zo’n vijftig ongeveer, ging liever gisteren open dan vandaag, begint Daniëlle Lokin in het Museumcafé terwijl ze de lichten aanknipt. Ze is een behoorlijk eind met de halve bijbel aan richtlijnen en regels die ze moet toepassen om per 1 juni weer open te kunnen. Maar toch struikelt ze nog over wat haken en ogen blijkt al snel. Bij musea is het maximale aantal bezoekers gebouwafhankelijk. Er moet van tevoren gereserveerd worden en afstand gehouden worden. “Reservering kan straks alleen via de balie waar we een agenda bijhouden. Mogelijk gaan we daarbij werken met verschillende tijdblokken om niet te veel mensen in een keer in het museum te hebben. Ook moeten we nadenken over een routing. Als een groep met dertig tegelijk komt binnenhollen hebben we een probleem. Tot zover allemaal wel te doen. Gaan we uitkomen. Een groter probleem is om de roosters rond te krijgen. Het grootste deel van onze vrijwilligers voelt zich fit, maar valt wel in de risicogroep. Ze zijn nagenoeg allemaal 70 plus. De afweging die we moeten maken is niet eenvoudig.”

Levensinhoud

Nog een ingewikkelde volgens Lokin: de terugkeer van het publiek. “De kracht van ons museum is kinderen en grootouders. En die mogen niet. Ouders zijn vooral heel blij dat ze weer naar school kunnen, die zitten niet te wachten op uitjes. Schoolbezoek is helemaal uitgesloten. Hoe gaat die groep terugkomen? Ik weet het niet. Doorgaans ben ik het niet, maar zie het somber in.” De vrijwilligers hebben een enorme drive om open te gaan, volgens de directeur. “Het museum is van hen, zo voelen ze het. Ze draaien de balie, geven rondleidingen, registreren de collecties, maken de vitrines schoon, zorgen voor het onderhoud van het museum, de elektriciteit en ze richten nieuwe tentoonstellingen in. Alle museale taken behalve de PR en de directie. Al zouden ze dat ook wel kunnen.” Zelf is Daniëlle Lokin een tot twee keer per week in het museum zodat alle betalingen doorkunnen gaan. “En ook het onderhoud gaat door. Onlangs hebben we alle beesten van de draaimolen gehaald, ze opgeknapt en zijn er panelen vervangen. Verder zijn vrijwilligers bezig om alle vloeren te doen. Daar is nu tijd voor. Er gebeurt veel achter de schermen. Voor veel mensen is het een levensinhoud geworden. Ze zijn verknocht aan deze plek. Veel van hen zijn hun partner verloren. Zonder het museum zou het leven minder kleur hebben. Het is een leefgemeenschap met alles erop en eraan. Ze delen lief en leed met elkaar. Het is een grote familie die via het museum met elkaar is verbonden.”

Lokin spreekt haar team via een WhatsApp-groep en stuurt brieven om in contact te blijven. “Onze primaire functie is het ontvangen van publiek en het delen van de collectie. Misschien wel veel belangrijker is de maatschappelijke functie op dit instituutje. We voorkomen dat mensen thuiszitten en vereenzamen. Bovendien moeten ze bij de tijd blijven. Geïnformeerd zijn over Roden. Ze staan hier niet met de mededeling: ‘ik reken de museumkaart met je af en zoek het maar uit.’” Voor cliënten die hier hun dagbesteding hebben speelt zich een klein drama af, volgens de directeur. “Ze draaien diensten in het museumcafé, restaureren de fietsen en doen allerlei andere klusjes. Ze zijn al acht weken niet geweest. Het is een persoonlijk drama voor hen.  En hoe moet het straks? Iemand met een beperking moet op anderhalve meter afstand een kop koffie aanreiken. Ik weet niet hoe dat moet.”

Maatschappelijke functie

Lokin voelt zich serieus genomen door de gemeente, die de maatschappelijke functie van het Speegoedmuseum inziet. “Aanvankelijk zagen ze dat niet zo, werden we afgerekend op het aantal bezoekers. Ik denk dat de museumwereld een beetje z’n Calimero-gevoel heeft afgelegd. De maatschappelijke functie wordt meer op waarde geschat. Wat zijn de plekken die ervoor zorgen dat de samenleving interessant is? Die herwaardering heeft zich doorgezet. Die trend zie je ook bij de ontwikkeling van de museumkaart. Vroeger zat die standaard op je NS-pas en Rabobankpas. Toen dat daar af is gehaald hielden we 90.000 kaarthouders over. Nu zijn dat er 1.3 miljoen. Nu de musea door corona gesloten zijn, konden kaarthouders de kaart verlengen of het geld terug vragen. Op 100.000 mensen na hebben we alles geschonken gekregen. Dat zegt veel. Die vuist is er. Beeldende kunst, theater en musea zijn van belang voor een goede geestelijke gezondheid, daar ben ik van overtuigd. Een gezonde geest in een gezond lichaam krijg je als je ook cultuur als voeding krijgt. We hebben de bevestiging gekregen: we doen er toe.”

Hoe speelgoedmuseum Kinderwereld er straks uit komt te zien als de boel weer open is, valt op dit moment nog niet te zeggen. Lokin zit midden in de voorbereiding op de anderhalve meter economie. “Je moet over alles nadenken. Wat doen we met de fietsjes? Desinfecteren wij ze, moeten ouders dat doen? Of moeten we gaan werken met handschoentjes? Halen we beesten uit de draaimolen? Wie gaat er toezicht houden? Allemaal vraagstukken waar we nog niet uit zijn. Wel staat als een paal boven water dat je álles goed geregeld moet hebben. We gaan het zien.”