‘Hier zit een trotse en tevreden directeur’

RODEN – Daltononderwijs, speciaal  Basisonderwijs, een BAS-school en een Groene Kubusschool. Jenaplanonderwijs, leerlingen die ingezet worden als mediators en kinderen die al op jonge leeftijd weektaken en dus leren met verantwoordelijkheid om te gaan. Primair onderwijs is veranderd, zoals heel de wereld anders is geworden. Albert Eising is directeur van OPON, Openbaar Primair Onderwijs Noordenveld. De baas dus, al speelt hij het liefst een rol achter de schermen. Of het onderwijs beter of slechter is geworden, dat zegt Eising niet. Onderwijs is sterk veranderd en passend bij de tijd. Met het onderwijs van vroeger redt een kind het niet in de toekomst. Wel weet hij dat Noordenveld er prima op staat. Leerkrachten werken hier graag, de openbare scholen komen slechts zelden negatief in het nieuws terwijl incidenten nauwelijks voorkomen. ‘Ik ben heel tevreden en ook trots op het openbaar primair onderwijs in Noordenveld’, zegt Eising.

Neem de functie van Eising niet te licht. Hij is verantwoordelijk voor ruim 230 werknemers, waarvan het overgrote deel part time werkt. Er volgen ongeveer 2200 leerlingen openbaar primair onderwijs in Noordenveld. ‘We zijn minder groot dan pakweg tien jaar geleden’ zegt Eising. ‘Het is de krimp die het doet. Tien jaar geleden hadden we nog ruim 2600 leerlingen. De Hekakker in Norg had ooit 375 kinderen op school, nu nog 220. In Westervelde schommelde het leerlingenaantal lang rond de honderd nu is dat ongeveer de helft. Er zijn veel scholen samen gegaan de afgelopen jaren. Meest recente voorbeeld is de samenwerkingsschool in Een. In september gaat in Veenhuizen ook een samenwerkingsschool van start, openbaar- en christelijk onderwijs samen. Dat gaat prima. Het traject naar de samenwerking toe is heel interessant en intensief geweest. In Een zie je dat deze ontwikkeling een impuls aan het dorp heeft gegeven. Er is respect voor elkaars opvattingen. Ik was al langer voorstander van samenwerken, echter toen was de tijd er niet rijp voor. Nu wel. Tegenwoordig is men bereid boven de eigen belangen uit te stijgen. In de praktijk levert het in Een geen problemen op. We gebruiken de methode ‘Trefwoord’. Met behulp van deze methode  worden thema’s behandeld vanuit christelijk en algemeen perspectief. We verwachten voor Veenhuizen eenzelfde effect.

Ander actueel punt is de huisvesting van een aantal scholen. ‘Dan heb je het over met name De Marke en De Parel in Roden, de nieuwe Samenwerkingsschool in Veenhuizen en de Flint in Nietap. Er zit schot in, al kan ik er nog niet teveel over zeggen. Wat wij willen? Wij willen als het om de Flint gaat graag een school in het centrum van Nietap. De huidige school ziet er misschien wel mooi uit en heeft historie, echter de plek is niet praktisch, het pand is stokoud en hedendaags onderwijs vraagt om een ander gebouw. En dan heb ik het nog niet eens over de weg voor de school, waar veel te hard gereden wordt. In Veenhuizen ligt ons plan al klaar: daar willen we bij de gymzaal bouwen. Dat moet een soort “De Schans” in Veenhuizen worden, maar dan iets kleiner. Over de Parel kan ik niets zeggen, wel dat er wat de Marke betreft geen samenwerking met de Marke komt. Die school wil graag zelfstandig blijven. De Marke heeft voldoende leerlingen. Voor die school willen we graag nieuwbouw op dezelfde plek’, zegt Eising, die ondertussen al kennis heeft genomen van het onderzoeksrapport dat in opdracht van de gemeente Noordenveld is gemaakt en binnenkort openbaar zal worden gemaakt.

Les geven op het basisonderwijs is een vrouwenberoep geworden. ‘Klopt. Tachtig procent is vrouw. Voor mannen is het blijkbaar een minder aantrekkelijk beroep. Dat heeft met zaken als economie, de betaling en aanzien te maken. Ik zag liever een veel gemêleerder gezelschap. Daar zetten we ook steeds op in. We blijven zoeken naar de hanen in de kippenhokken, haha. In het onderwijs wordt heel veel parttime gewerkt. Door het vele parttime werken hebben kinderen meestal twee leerkrachten voor de groep. Bij de inzet van de leerkrachten wordt er gekeken of de leerkrachten  complementair aan elkaar zijn. Onderschat kinderen niet. Die hebben een antenne wat bij de ene leerkracht wel en bij ene ander niet mag.’

Eising is trots op zijn organisatie, de scholen en de medewerkers. ‘We komen nooit negatief in het nieuws. De collegialiteit is geweldig. Er wordt ontzettend veel en constructief samengewerkt en het hoeft hier gelukkig niet allemaal op de weegschaal. Je ziet het ook aan de flexpool (invalelrs) in het onderwijs. Mensen staan bijkans te trappelen van ongeduld om in Noordenveld te werken. Het is de cultuur, de collegialiteit die heel veel mensen aanspreekt.’

Nieuwe ontwikkelingen dan. Leerlingen van groep 8 die als mediators ingezet worden bijvoorbeeld. Het is toch prachtig dat kinderen leren problemen en conflicten op te lossen. Daar kunnen veel volwassenen nog wat van leren.  De zogenaamde praatcultuur op school, leerlingen die overal over mee mogen praten. ‘Ik nuanceer dat graag. Vooropgesteld, in mijn ogen krijgen waarden en normen weer meer waarde. En volgens mij valt het allemaal wel wat mee hoor. Toen ik zelf op de lagere school zat, kwam ik thuis met open knieën. Met grint in de knieën, toen sloegen kinderen elkaar een blauw oog. Dat komt nu niet meer voor. En inderdaad, er wordt veel gepraat. Gepraat om zaken op een normale manier op te lossen. Kinderen inzetten als mediators? Werkt prima. Vergeet niet dat de samenleving anders is, zoals ook ouders anders zijn. Ook leerlingenraden zie ik als toegevoegde waarde. En echt, een rol als mediator is niet voor iedere leerling weggelegd, daar wordt echt wel naar gekeken wie dat kan en wie daar niet geschikt voor is. Onlangs zaten we met de directeuren bijeen. Dan kom je tot de conclusie dat de incidenten op schoolpleinen op de vingers van een hand te tellen zijn. Dus ja, er wordt meer gepraat, kinderen krijgen meer verantwoordelijkheid. En nee, we draaien daarin niet door. Dat gaat gewoon prima. Ook het onderwijs op zich is anders. We spelen steeds meer en beter in op het verschil tussen kinderen. We besteden meer aandacht aan de talenten. We hebben talentengroepjes, we doen extra dingen met de ‘meerpresteerders’ en kinderen krijgen binnen onze scholen alle mogelijkheden hun talenten verder te ontwikkelen. Zestig procent van de lestijd wordt besteed aan rekenen, taal en lezen, de rest is voor de overige vakken. ICT neemt een steeds belangrijkere rol in binnen het onderwijs. Ik voorzie  dat de boeken blijven en dat de rol van de leerkracht zeer belangrijk blijft.’

Eising zegt dat leerkrachten een zwaar beroep hebben. ‘Dat wordt wel eens onderschat. Je hebt toch vaak 25 leerlingen in de klas, ouders hebben minder tijd en ook de administratieve last weegt zwaar. We praten onderling veel over dit soort zaken. Wij als OPON zijn randvoorwaardelijk bezig. We willen dat het personeel lol in het werk heeft. Nee, Albert Eising zit niet in een ivoren toren. Ik ben helemaal niet belangrijk, ik- of beter wij als stafbureau en schooldirecteuren- moeten zorgen dat de leerkrachten zo goed mogelijk kunnen functioneren. Als zij fluitend naar hun werk gaan, ga ik dat ook. Tegenover je zit een trotse en tevreden directeur. Het kan altijd beter, maar ik denk dat we er prima opstaan hier in Noordenveld.’