‘Hij is er wel, maar je ziet hem niet elke dag. Dát is ook een beetje het mysterieuze van de das’

roden lezing aaldrik pot over das

Das voor en achter links APXQ120150222-070dasdas2De opmars van de das; dier doet het goed in Noordenveld

NOORDENVELD – Jarenlang kwam de das alleen ter sprake in reclames. U weet wel, de wielrenner en z’n bijnaam. Maar: de das heeft na tien jaar weer vaste voet aan de grond in de Kop van Drenthe en dus zeker ook in Noordenveld. De das is in opmars. Die conclusie kan getrokken worden sinds het dier in 2005 voor het eerst in ruim veertig jaar weer burchten bouwt in de streek. Aaldrik Pot van de Dassenwerkgroep Drenthe vertelde onlangs, naar aanleiding van het verschijnen van het boek ‘De Das’, bij boekhandel Daan Nijman in Roden over het leven van dit mysterieuze roofdier.

Van Peppel en Van Wijngaarden – onderzoekers- maakten in 1959 een tour door Nederland. Ze brachten in kaart waar in Nederland nog dassen voorkwamen. Over Drenthe schreven ze in hun excursierapport dat bij Westervelde waarschijnlijk de enige belopen dassenburcht van Drenthe lag. Door aanleg van en de toenemende snelheid op nieuwe wegen, uitbreiding van woningbouw in het buitengebied en vervolging was de das begin jaren zestig volledig uit Drenthe verdwenen. Aan het begin van de negentiende eeuw was de das nog een normale verschijning in het Drentse land. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werd de das als beschermde diersoort aangemerkt en vond er herintroductieprojecten plaats, onder meer bij Wijster, in het Reestdal en in Zuidoost Friesland. Vanuit daar begin het dier langzaam met herovering van zijn oude leefgebied. Onder meer door aanleg van dassentunnels onder wegen kon het aantal aanrijdingen met dassen worden teruggedrongen en dat heeft ze enorm geholpen.

Groei
In de Kop van Drenthe keerde de das pas tien jaar geleden echt terug. De vondst van een nieuwe, bewoonde burcht in de buurt van Langelo was het eerste teken van uitbreiding. In de afgelopen tien jaar volgde de Dassenwerkgroep Drenthe in samenwerking met de terreinbeheerders als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en het Drentse Landschap de ontwikkeling nauwlettend. Het aantal burchten groeide in de afgelopen tien jaar gestaag zoals gebruikelijk is bij herkolonisatie. Op dit moment zijn er ongeveer dertig familieburchten bekend in een onderzoeksgebied van vijftien bij vijftien kilometer. Echter, tot 2015 was de sterfte onder de dassen in de Kop van Drenthe bijna even groot als het aantal jongen dat jaarlijks geboren werd, het aantal dassen per burcht bleef dan ook opmerkelijk laag ten opzichte van andere regio’s in Drenthe. Dit jaar zijn er voor het eerst op meer dan de helft van de burchten jongen geboren. Daarmee is de Kop van Drenthe overigens nog steeds geen koploper in de provincie als het gaat om de dichtheid van het aantal dassen. Met circa één das per 400 hectare, is die dichtheid nog steeds een stuk lager dan bijvoorbeeld in het onderzoeksgebied hart van Drenthe (Grolloo, Schoonloo, Hooghalen) waar die dichtheid ongeveer één das per 100 hectare is. Hier is de dassenpopulatie de laatste jaren trouwens stabiel.
Historische grond
Opmerkelijk is wel dat de terugkerende dassen vaak een burcht proberen te bouwen op een plek waar vijftig jaar geleden ook een dassenburcht zat. Door de inventarisatie van Van de Peppel en Van Wijngaarden zijn veel dassenburchten van toen exact in kaart gebracht. Een paar geleden was er bijvoorbeeld in eens weer activiteit op een oude dassenburcht in de Molenduinen. Die oude woonstee was af en toe in gebruik bij een vos, maar plotseling was er enorm veel graafactiviteit op de burcht. Een paar pootafdrukken op het mulle zand gaven aan dat een das de burcht van zijn voorouders aan het opschonen was. Datzelfde is gebeurd met een oude burchtlocatie op landgoed Mensinge. Ook daar verlieten de dassen eind jaren vijftig het gebied, maar dit jaar dook er ineens weer een das op. Op exact dezelfde plek. Nu bestaat er vast niet zo iets als een overlevering bij dassen, de voorwaarden voor een potentiele burchtlocatie zijn in de afgelopen decennia echter niet veranderd. Dassen hebben een voorkeur voor gemakkelijk te vergaren, maar wel stevige grondsoort zoals leemhoudend zand. Daarnaast moet er geen grondwateroverlast zijn. Ze bouwen de burcht het liefst in een omgeving met veel dekking en een beetje rust stellen ze ook zeer op prijs, al kunnen burchten ook weer verbazend dicht bij de drukbelopen fiets- of wandelpaden zitten. De voorkeur gaat uit naar een plek waar met name de mannelijke dassen de burcht stevig kunnen uitbreiden. Hoe meer kamers er mogelijk zijn, hoe groter de kans dat hij meerdere vrouwtjes aan zich kan binden. In Drenthe worden de burchten die in de wat grotere bossen liggen dan ook het grootst. Hier worden burchten gevonden met vijftien tot twintig verschillende toegangspijpen. Het is trouwens ook weer niet zo dat je aan de hand van het aantal pijpen kunt voorspellen hoeveel dassen er op de burcht zitten.

Zwanger
In dit jaargetijde worden de vrouwtjes pas echt zwanger, terwijl ze in de afgelopen zomer al zijn bevrucht. Dassen kennen een zogenaamde uitgestelde implantatie. De eicel in kwestie wordt wel bevrucht, maar nestelt zich pas in december in de baarmoederwanden, waarna de feitelijke ontwikkeling van het embryo begint. Na ongeveer vijftig dagen, dus nog midden in de winter, komen de jongen veilig onder de grond kaal en blind ter wereld. Na ongeveer acht weken, meestal in de laatste week van april, komen de jongen voor het eerst boven de grond. Al snel worden de jongen niet meer gezoogd en scharrelen ze hun eigen kostje bij elkaar en rondom de burcht. Als ze een paar maanden oud zijn, maken ze steeds grotere uitstapjes al dan niet in het kielzog van de moeder. De vader besteedt over het algemeen ene stuk minder tijd aan de opvoeding, Maar dat lijkt geen onwil, het is vooral de moeder die het mannetje tijdelijk van de burcht verjaagd. Vaak neemt hij tijdelijk zijn intrek in een van de pijpen of bijburchten in de omgeving.

Toekomst
In de Kop van Drenthe zal het aantal dassen de komende jaren nog wel verder groeien. In eerste instantie zal vooral het aantal burchten uitbreiden en daarna zal er een verlichting optreden. Op dit moment is de verhouding op de burchten nog redelijk ‘klassiek’, met een mannetje en een vrouwtje en hun jongen van dat jaar. Als de burcht groot genoeg kan groeien, bijvoorbeeld in wat grotere bossen, zal ook het aantal dassen op de burcht toenemen. Dassen zijn echter territoriale dieren die een sterke familieband hebben. Dassen uit één familie hebben dezelfde, unieke geur. Met een verdere groei zal de kans op een ontmoeting met een das toenemen. Daarnaast zullen er conflicten ontstaan met bijvoorbeeld de landbouw, omdat dassen graag eten. De schade die ontstaat, is meestal niet groot, maar wel vervelend. Er is een schadevergoeding mogelijk, maar daarvoor wordt door het faunafonds een behandeling van 300 euro gerekend. Dassenwerkgroepen in het land pleiten er al langer voor om dit behandelgedrag af te schaffen. Verder hoopt Aaldrik Pot ook op enige tolerantie. ‘De das is een prachtig dier dat een plek verdient in het Drentse landschap. Door onze uitbreidingsdrift was het dier bijna uitgestorven in Nederland, net als veel andere grote zoogdieren. Soms kun je met een heel simpele maatregel dassen al uit je tuin of van je land weren. Ik hoop vooral ook dat mensen genieten van het idee dat er allerlei dieren zoals de das leven in onze naaste omgeving zonder dat we ze iedere dag zien. Dat is nu juist ook het mysterieuze van de das.’

KADER 1
Geen typisch roofdier
De das is een landroofdier, behorend tot de familie van de marterachtigen. De das verblijft overdag in een netwerk van ondergrondse tunnels, een burcht genaamd. Burchten worden van generatie op generatie gebruikt en kunnen eeuwenoud worden. De das is een nachtdier en schuifelt met zijn neus aan de grond in zijn territorium rond, op zoek naar langzaam bewegende prooien en plantaardig voedsel. De das is daarmee een opportunistische alleseter en geen typisch roofdier, omdat hij niet actief op prooien jaagt. Dassen eten voornamelijk regenwormen, insectenlarven en plantaardig voedsel als vruchten, knollen, granen, klaver en gras. Tot hun dieet behoren ook slakken, amfibieën, kikkers en kleine zoogdieren, op de grond broedende vogels en hun eieren, aas en zelfs egels. De dieren zijn meer carnivoor in de lente en meer herbivoor in de herfst. Afmetingen: lengte kop-romp 65-80 centimeter, lengte staart 12-19 centimeter en het gewicht is tussen 6,6 en 16,7 kilogram.

KADER 2
De das als kat
De das staat niet meer op de Rode Lijst voor zoogdieren. De soort is dus niet meer bedreigd. In het verleden was dat wel het geval, maar de situatie is verbeterd. Wel geniet het dier in Nederland nog de grootst mogelijke bescherming in de Flora- en Faunawet. Nog iets: het haar van de das wordt traditioneel gebruikt in verf- en scheerkwasten en jonge dassen laten zich gemakkelijk temmen en werden wel in plaats van katten door boeren in graanschuren gehouden om muizen te vangen.

KADER 3
‘Wespennest weg’
Een inwoner van Langelo, zelf bekend met dieren, keek z’n ogen uit toen een hem bekend wespennest achter in zijn tuin ineens weg bleek. Of weg: opgegeten zo leek het. Ook dat bleek, na inspectie van een kenner van IVN, het werk van een das. De das is behalve op wormen ook gek op bijen- en wespen. Meneer was maar wat blij met de das, al had hij geen last van het wespennest.