‘Hij moest even de jongens helpen, zei hij’

Jan Spandaw voorzitter af Zakenkring Roden
RODEN – Als een konijn kwam hij uit de hoge hoed, Jan Spandaw. Het is november 2015 als bekend wordt dat hij voor de duur van maximaal een jaar voorzitter wordt van Zakenkring Roden, na het toch wel plotselinge vertrek van voorzitter Jan Post en de daardoor ontstane onrust. Spandaw wil, zo laat hij dan meteen weten, vooral een rol op de achtergrond spelen. Wil het nieuwe, frisse en jonge bestuur wegwijs maken en wil zorgen dat de kikkers allemaal in de kruiwagen blijven. Op de voorgrond wil hij beslist niet. Een interview? Nee, dat hoeft wat Jan betreft niet. Spandaw slaagde in zijn missie. Aanstaande vrijdag wordt hij uitgezwaaid en opgevolgd door Johan Hummel. Verhaal over een bijzondere voorzitter, die bovendien een heel aardige taxichauffeur bleek.

‘Ik ben’, zo vertelt bestuurslid Emiel van der Heide, ‘tegelijk met Jan aangesteld. Ik heb hem dus een jaar meegemaakt en heb hem in die periode vooral leren kennen als een verbinder. Iemand die de boel bij elkaar kan houden en die als geen ander in staat is om ergens de scherpe randjes van af te halen. Jan is iemand die de lieve vrede wil bewaren en daar opmerkelijk genoeg vaak ook in slaagt. Wat hij niet is, is iemand die zijn stempel wil drukken. Jan kan luisteren en functioneert – denk ik- goed als hij mensen met ideeën om zich heen heeft. Voor mijn gevoel had Jan nog wel een jaartje langer voorzitter willen blijven. Laatst nog vertelde hij me dat hij het zo leuk vond. Samenvattend zeg ik dat Jan de rust die er niet was heeft teruggebracht binnen Zakenkring Roden.’

Spandaw was, achteraf bekeken, de juiste voorzitter voor het nieuwe bestuur. Een bestuur vol met jonge mensen. Met mensen die weten wat ze willen bovendien. Met zo links en rechts wel wat haantjes, en daarvan moet je nooit teveel in één hok hebben. ‘Of ik zelf in beeld ben geweest als opvolger van Jan? Nee, niet echt. Op zich had ik die ambitie best. Maar: ik wil geen dubbele petten. Ik ben van Intersport, maar ook van VDH Vastgoed. Ik wilde geen belangenverstrengeling. Zou ook niet goed zijn voor de zakenkring. Dat soort dingen kost je leden en dat moet je niet willen. Bovendien voel ik me prima in mijn huidige rol. Ik kan mijn ei prima kwijt zo.’ Voor de opvolging van Spandaw waren twee kandidaten in beeld. ‘Uiteraard hebben we eerst intern gekeken en gevraagd. Toen daar geen respons op kwam, hebben we zelf mensen uitgenodigd voor een gesprek. Behalve Hummel was ook Tanja Haseloop kandidaat. Ze liet echter weten ook politieke ambities te hebben, terwijl we nadrukkelijk iemand zochten voor langere termijn. En dus is het Johan geworden. Ik ken hem niet heel erg goed. Hij komt in elk geval rustig over en heeft wel wat van Jan Spandaw. Een groot verschil is er overigens wel. Johan is accountant, Jan had een eigen zaak in het centrum. Grote koersveranderingen zullen denk ik niet plaatsvinden, al wordt het wel een druk jaar. Een belangrijk jaar ook.’

Spandaw lag altijd goed bij de gemeente, hij wist hoe de haasjes liepen op het gemeentehuis. Hij had zo zijn ingangen. Wist dus veel, hoorde nog meer. Spandaw was een graag geziene gast in het gemeentehuis, waar hij fijntjes masserend best veel voor elkaar kreeg. Jan Buiter werd jaren geleden voorzitter annex troubleshooter van Zakenkring Roden. Buiter moest de zakenkring zien te redden, want veel draagvlak had het niet meer. Buiter stapte er in, al stelde hij als voorwaarde dat hij zelf zijn mensen (bestuursleden dus) uit mocht zoeken. Een van hen werd Jan Spandaw. ‘Ik wilde echte Roner ondernemers en ik zocht iemand die goede ingangen richting gemeente had. Jan dus. Samen gingen we elke maand op bezoek bij de wethouders. Samen met de andere bestuursleden slaagden we er in de kwestie Albertsbaan weer aan te zwengelen én het Ondernemersfonds kwam van de grond. Dat is echt de redding van Zakenkring Roden geweest en daar heeft Jan dus ook zeker een aandeel in gehad’, zegt Buiter, die niet had verwacht dat Spandaw voorzitter zou worden. ‘Hij zei wel een keer, herinner ik me nu, dat hij ‘even de jongens moest helpen’. Daarmee bedoelde hij dus het nieuwe bestuur. Hij zag echt toekomst in dat bestuur en wilde ze begeleiden en helpen.’
Buiter en Spandaw kennen elkaar door en door. ‘Jan is geen harde bestuurder, een mening heeft hij wel. Jan maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Verschil tussen mij en hem was dat ik wel eens teveel vertelde, en Jan volgens mij niet heel graag in het openbaar sprak en dus wellicht wel eens te weinig liet horen. Volgens mij heeft Jan het prima gedaan. Het spul is bij elkaar gebleven en volgens mij had hij het zelf ook prima naar zijn zin in deze rol. Ik moet eerlijk bekennen dat ik Zakenkring Roden wat meer op afstand volg. Ik ben lid, maar heb het simpelweg te druk om er altijd te zijn. Of ik de nieuwe voorzitter ken? Nee. Ja, van gezicht. Hij is geen winkelier, maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Bovendien; vind maar eens een winkelier die tijd heeft om bestuurslid van Zakenkring Roden te worden. Want ik zeg je: dat kost bergen tijd.’ Buiter lacht. ‘Weet je dat ik eigenlijk heel blij was toen Jan aangesteld werd als voorzitter. Had ik namelijk eindelijk iemand die me na de ledenvergaderingen naar huis wilde brengen, haha.’