‘Hij smeekte of ze wilden helpen’

LEEK – ‘Opa, ik heb mijn verkering uitgemaakt’. ‘Ik vond haar niet leuk meer’. ‘Ze is wel erg verdrietig’. Twee weken geleden had hij mij in het oor gefluisterd dat hij een vriendinnetje had. ‘Of zij het ook al wist?’vroeg ik zachtjes. ‘Dat weet ik niet’ antwoordde hij toen. We kunnen niet alles weten en gelukkig hoeft dat ook niet, maar zij weet nu dat ze geen vriendje meer heeft en is daar erg verdrietig om. Jammer, maar gelukkig zijn het nog kleine verdrietjes en kinderen van nog maar zes jaar kunnen dit vaak nog wel verwerken. ‘Er is geen hand vol maar een land vol’ begrijpen ze nog niet, maar ongetwijfeld komt dit nog wel en zal het niet het enigste vriendje of vriendinnetje worden. ‘Verhalen over Indië toen……. Tijdens de themamiddag van Fredewalda over Indiëgangers ging het ook even over vriendinnen, maar dan wel op een heel andere plaats en tijd. Hendrik Tjoelker en Jan Hummel , twee Indië-veteranen werden door Reinder Smith (RTV-Noord) geïnterviewd in de CazemierBoerderij in Tolbert. Tjoelker vertelde dat hij samen met een hospik brieven aan het schrijven was aan de vriendinnen in Nederland. Tijdens het schrijven werden ze geroepen door een Javaan. Zijn vrouw was bezig een kind te baren en hij smeekte of ze wilden helpen. Zij hadden er totaal geen verstand van, maar grepen hun geweer en haastten zich naar de barende vrouw. ’t Ging snel’ zei Hendrik. ‘Even stevig persen en daar kwam al een ‘zwartje’. ‘En’ zo ging hij verder, ‘nog een pers en hup het tweede zwartje’. Wat het woord ‘zwartje’ aangaat, dat zal voor hen een gebruikelijk woord zijn geweest in die tijd en op die plaats. Een paar dagen later bracht de moeder van de tweeling een mand vol fruit als dank voor de hulp. ‘En dat’ zei Tjoelker,’ terwijl wij niets hadden gedaan’. ‘Zij had al het werk gedaan’. Werd hier door zo ‘n honderd aanwezigen nog om gelachen, er werden ook gebeurtenissen verteld die veel heftiger waren. Ook zij lieten gesneuvelde kameraden achter. En zo heeft Indië veel verschillende verhalen die we liever niet allemaal willen weten. Wat wel goed is om te weten en dichter bij huis is, is het volgende. Wist u dat er op dit moment 62 gezinnen, 239 personen in de gemeente Leek zijn die elke veertien dagen een voedselpakket krijgen van de Voedselbank? Dat 12 op de 1000 inwoners van Leek afhankelijk zijn van voedselhulp? Dat er in Leek 45 vrijwilligers zijn die werkzaam zijn bij de Voedselbank? Dat de helft van het benodigde geld van de kerken komt? Dat er in heel Nederland 8300 vrijwilligers zijn en er 85.000 mensen worden gevoed? Tijdens een gesprek met twee vrijwilligers van de Voedselbank Leek kwamen voorgaande getallen voorbij. Getallen die staan voor mensen die in een moeilijke en intense periode van hun leven verkeren. Werkloos, gescheiden, financiële problemen of andere redenen die zorgen voor te weinig geld om voldoende voedsel en kleding te kopen. Gezinnen met kinderen die in de groei zijn, naar school gaan en ook graag mee willen doen met de vriendjes in de klas. Gelukkig zijn er vrijwilligers die hier hun tijd aan willen besteden en bedrijven die maandelijks artikelen geven. Er is zelfs een kweker die speciaal groenten kweekt voor de voedselbank. Mochten meer groene vingers zich geroepen voelen, de tuin kan nu al omgespit worden. Of onze kleinzoon al een nieuw vriendinnetje heeft? Hij heeft het mij nog niet ingefluisterd. ‘Ik groet u’. ‘Moi’.