Hoe gek ben je…?

column-cees-hoe-gek-ben-je

In het pas verschenen, fraai uitgevoerde verenigingsblad PuurNatuur van IVN Roden (mensen met belangstelling voor IVN Roden kunnen het blad aanvragen; zie kader hierboven), mag ik als voorzitter het voorwoord schrijven. Daarin heb ik het deze keer onder meer over de (soms erbarmelijke) weersomstandigheden waaronder inventarisaties van de Paddenstoelenwerkgroep plaatsvinden. Ik vergelijk dat met die van de Vlinderwerkgroep, waarbij ik de leden omschrijf als mooi-weer-inventariseerders, omdat zij hun werk slechts onder gunstige omstandigheden kunnen verrichten. Pas dan vliegen vlinders.

Er is nog een groot verschil, want vlinders zie je tijdens de winterperiode nauwelijks, terwijl paddenstoelen jaarrond aanwezig zijn, dus ook in deze tijd. Misschien was het daarom dat ’het hoofd’ van de Mycologische Werkgroep Groningen mensen uitnodigde om afgelopen zaterdagochtend het Quintusbos in Glimmen met een bezoek te vereren, waarna ’s middags het dichtbij gelegen Appelbergen nog kon worden aangedaan. De uitnodiging ging vergezeld met een lokkertje, want de dag zou ter ere van haar verjaardag worden afgesloten met koffie en gebak. Eenmaal in Glimmen aangekomen bleek een elftal aanwezig te zijn, maar toen bleek ook dat de verjaardag al een maand eerder had plaatsgevonden. Pure misleiding dus, maar het werd haar vergeven. Het diende een goede zaak moesten we maar denken. Het Quintusbos is niet groot en wordt vooral gedomineerd door oude beuken. Het is de favoriete uitlaatplek voor honden door de plaatselijke bevolking en wanneer je daar rondstruint moet je steeds op je qui vive zijn dat je niet in een onwelriekende hoop stapt. Dat het bos bovenop de Hondsrug is gelegen was goed voelbaar door de gure wind die er vrij spel had, met als gevolg dat ik halverwege de ochtend al door en door verkleumd was. Daarom is de vraag gerechtvaardigd: ”Hoe gek ben je dat je onder dergelijke omstandigheden het veld ingaat”.

Het was een gelukkige bijkomstigheid dat de organisator van het gebeuren zelf in Glimmen woont, zodat we daar tussen de middag weer bij konden komen van de geleden ontberingen. Eenmaal weer op temperatuur en na de inwendige mens te hebben versterkt werd koers gezet naar de centraal in Appelbergen gelegen uitspanning. Gelukkig was daar veel meer beschutting en soms gloorde zelfs een sprankje hartverwarmend zonlicht. En, ook belangrijk, er werd zelfs nog een redelijk aantal zwammen gevonden, waarbij u niet moet denken aan paddenstoelen die er uitzien als de champignon (met hoed en steel) die u in de winkel koopt, maar meer aan soorten zoals de Waaierkorstzwam (foto: Wil Folkers) die u op de foto ziet. Alleen al van dit soort zogenaamde houtzwammen vonden we er een stuk of vijftien. Maar nog meer werd ’klein grut’ gevonden. Daartoe worden takken en twijgjes en bladeren gekeerd en soms minutieus onderzocht. Zelf kijk ik altijd met veel belangstelling naar afgestorven hulstbladeren. Een algemene ’afbreker’ van dit blad is het Hulstdekselbekertje van ca. een halve millimeter. Een stuk groter is het Hulstschoteltje van 2 mm. Iets kleiner is het Hulstbladstipje en nog veel kleiner is de Calonectria erubescens, een soort die pas sinds kort bekend is en daarom nog geen Nederlandse naam heeft. Alle vier soorten vond ik en dan schiet het lekker op qua aantal gescoorde soorten. Alles is nog niet bekend, er moet nog het nodige huiswerk worden verricht, maar ik denk dat we op pakweg 50 soorten uitkomen.

IJsduiker

Pas sinds vorige week vrijdag kwam ik erachter dat al twee weken lang een IJsduiker op het Leekstermeer vertoeft. Het is een broedvogel van IJsland, Groenland en Canada en hier een tamelijk zeldzame wintergast die sporadisch in het binnenland is te zien. Een buitenkansje om deze eens te bekijken, maar pas zondag had ik tijd en vroeg een vriendin om mee te gaan. ”Met dit koude weer, vieze regen en koude wind? Hoe gek ben je” zei ze. Ik heb het maar uitgesteld tot vandaag, de 16e, en hoop dat de vogel dan niet is gevlogen.