Honger-ren, zoete zuurstokken en die eeuwige heilige stempels

    PEIZE – De Avondwandelvierdaagse van Peize. De 44e keer. De hoeveelste? Vierenveertig. Welke Avondvierdaagse bestaat al zo lang? En welke Avondvierdaagse heeft vijf dagen? De naam Peize is niet voor niets gekozen. Met ei. Peize doet het op zijn eigen manier. Maar daar is niets mis mee zo bleek in de week van de Avondvierdaagse.

    Maandag. Als medewerker mee in de eeuwige bus (de luchtververser doe dienst als pennenstalling) van Jannes Nijnuis. En zijn eeuwige zelfmaaktafel. Voor het stempelen. Daarnaast hebben we snoep, zuurstangen van sponsor Heijkens, tevens met een ijscokraam op de Brink. De zuurstangen hebben alle kleuren van de regenboog. “Om op te zoegen”, geeft Nijnuis de 328 wandelaars mee. Dat zijn er meer dan vorig jaar, maar toen regende het. Onze stempelpost is bij motorclub MC Freewheeler. Naast zuurstokken zijn de stempels populair. Immens populair. Kinderen hoeven niet altijd modern, de stempels van veertig jaar geleden en genummerd zijn zo geliefd. Ook voor op het hoofd en de neus. De post staat op de grens met Altena. Eerst een stempel dan snoep. Het lijkt wel een douanepost. De Corry Club komt ook langs, de enige school (oude school Altena). Ondanks dat er veel kinderen meedoen, lukt het niet scholen warm te krijgen. Om in groepsverband op pad te gaan. Mevrouw De Vreeze is de eenzame loopster. Daarna volgt de bezemwagen. Alles is binnen. Dinsdag.  In thuishaven Cafe Ensing zit de visclub uit Roderwolde (zonder ook maar een lid uit Roderwolde) in de weg. Want daar horen de dames van de inschrijving. “Nou, dan gaon we toch naor boeten”, zeggen de mannen. Reinder Ensing wil dat de kist waar de stempels en vlaggen inzitten eerst afgestoft wordt. Dan weer op pad. Post 1. Met Jan van Bergen. Post Dalkruidlaan. Tegenover de Zuurseweg, met zicht op een woning, die geen schoonheidsprijs verdient. Sterker: kneep de schoonheidscommissie een oogje dicht? Jan installeert zich als op een camping. Jan van Bergen is meer dan ervaren. Is ook betrokken bij de IVN Rode Kruis-tocht die voor de vijftigste keer wordt gehouden. “Mag ik een stempel? Ben ik gelijk klaar”, zegt een voorbijganger, op weg naar de startplaats. Maar Sander is de eerste. “Het was toch de tweede avond?”, vraagt hij aan de stempelaar die de blauwdruk in het verkeerde vakje zet. Kinderen zijn scherp. Geen Atletico?, vraagt een jongen aan de verslaggever, die zijn jasje van de dag ervoor niet aan heeft. Twee meisjes rennen op ons af. Waarom? We hebben honger. Dan worden we overvallen door een enorme menigte. Als een lopende band krijgen ze een blauwdruk. Een jongen heeft zijn kaart verloren. Kaart nummer 186.  Een man uit de buurt- nou ja, behoorlijk stuk verder- komt met twee kopjes koffie. “Wat levert die stempel op?’, vraagt mevrouw Tooms.  “Aan de wandel. Je moet toch wat doen?”, verklaart een man zijn deelname. Als regelneef Jan Stokker arriveert weten we genoeg. Einde werkdag. Wandelaars komen niet alleen uit Peize, ook de vaste Rodenaren zijn er. Op zijn rugtas zit een embleem. ‘Gouden Kruisdragers Vierdaagse’. De naam staat voor de tiende keer Nijmeegse Vierdaagse. De man vertelt het hele verhaal over de herinneringstocht Amsterdam-Westerbork en Leek-Westerbork, waarvan de laatste een herinneringsboekje wordt uitgebracht. Op het terras zit veurzitter Volksvermaken Richard Veurman. Hij heeft een oorkonde vanwege zijn een avondvierdaagse. Er moet een extra vergadering belegd worden. Nou, ja, bijpraten heet het in Paais. Het gerucht gaat dat er morgen een wielerkoers door de Onlanden gaat, over de route dan die dag. Na een korte discussie is voorzitter van de stichting Avondwandelvierdaagse er uit: “We wijken niet. We hebben een vergunning aangevraagd bij de gemeente.” Woensdag. Wethouder Reint-Jan Auwema zit in het cafe, nog voor Jan Stokker. Auwema zou meelopen. “Ik dacht dat het om zes uur begon. Half zeven is te laat voor mij”. Om vervolgens zijn avondmaal te nuttigen. Een man vraagt om het routepapier. “Dan weet je waar je langs moet”. Het is een tropische dag. We – met dochter Estella- hebben een post in de prairie van El Pais, Woudrustlaan. In het door wielrenners geliefde Onlanden. De koers is verzet, toch suizen je de coureurs je om de oren. Een kind speelt de held: “Ik ren de 10 kilometer bij 28 graden.”. Het blijkt een internationaal deelnemersveld. Een man zegt te wonen in Calgary, maar is opgegroeid in Roderwolde. “Het landschap is in een omtrek van 30 kilometer zo verschillend, in Canada heb je 300 kilometer nog steeds hetzelfde landschap.” Een groep jongens kan de verleiding van een bult zand in het weiland niet weerstaan. Een vrouw komt fietsend met haar kinderen. “We zijn aan het smokkelen”, zegt ze. In werkelijkheid heeft ze een excuus: een kind dat misselijk is.  Vrijdag. De laatste avond. En wat krijgen we? Regen. Springkussen blijft in de wagen. We krijgen een drukke avond, want we moeten twee posten bemannen. De eerste in de Westerd, bij het hertenkampje, ook wel Joh. Heinspark genoemd. Het begint rustig, tot er een massa horzels op ons afkomt. We stempelen ons blauw. De klaptafel doet naam eer aan en klapt in elkaar. De hardloper is er ook weer bij. Het jongentje in trainingsjas van VV Peize met opschrift  ‘SR’ als ware een trainer blijkt 10 jaar. Zonder begeleider. Punt van aandacht. Zou niet moeten. De politie rijdt ons voorbij, duikt het naastgelegen fietspad op, waar twee verkeersbrigadiers staan. “Ze hebben alleen naar de auto gekeken, niet naar de papieren, die we niet bij ons hadden”, lacht de een. De bezemwagen komt eraan. Een groepje loopt tergend langzaam. Ze worden letterlijk aangespoord. Later dan anders is iedereen binnen. En zingt Marco Schuitmaker het hoogste lied. Binnen in de kroeg. Bloemen zijn er voor de 400 deelnemers. Voor Roelie Luinge is er extra aandacht, ze liep voor de 25e keer mee. Er is altijd baas boven baas. Jennie Pakes heeft alle 44 edities volbracht. Voor de ongeveer 25 helpers is er de onvermijdelijke gehaktbal. Op naar editie 45, dat wordt iets speciaals, kan de organisatie nu al mededelen.