‘Iedereen krijgt zorg, ook al is de pot leeg’

Roden Wekema Alssema

Wethouders Alssema en Wekema: wij zijn er klaar voor!

RODEN – Nog even, en Noordenveld is officieel verantwoordelijk voor het welzijn van haar zwakkere inwoners. Over twee weken om precies te zijn, is het de taak van alle Nederlandse

gemeenten om ervoor te zorgen dat langdurige zorg voor hulpbehoevenden, jeugdzorg én arbeidsplekken voor mensen met een handicap fatsoenlijk geregeld zijn. Omdat het einde van het jaar nadert en de ambtenaren hoogstwaarschijnlijk vanaf volgende week overschakelen op de oliebollen en de appelflappen, vragen we aan de verantwoordelijke wethouders Gerrit Alssema (CDA) en Alex Wekema (PvdA) of Noordenveld klaar is voor de drie decentralisaties binnen het sociale domein.

Snel handelen

De stemming van beide heren is uitstekend te noemen. Oplucht lijken ze, nu de boel officieel geregeld is. Afgelopen woensdag zijn namelijk de beleidsplannen en de verordeningen voor de nieuwe Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet vastgesteld. Een mijlpaal die gevierd is met banketstaaf en koffie. Nog een belangrijk genomen besluit dat woensdagavond genomen is: het college delegeert voortaan. Dat wil zeggen dat het college bevoegd is bestaande uitvoeringsregels aan te passen zonder dat het eerst langs de raad hoeft. Dat zorgt voor handelingssnelheid, zo luidt de verklaring van beide wethouders. “Je kunt altijd dingen tegenkomen die straks toch niet zo uitpakken als het zou moeten. Dan moet je snel kunnen schakelen. Als iedere wijziging eerst langs de raad moet, ben je zo een paar weken verder”, weet Alssema. Hoewel niet iedereen daar hetzelfde over denkt, Lijst Groen Noordenveld (LGN) vindt dat de raad zich met dit besluit volledig buitenspel heeft laten zetten, zijn de wethouders overtuigd van het belang van snelheid van handelen. “Werkruimte en vertrouwen zijn hierbij essentieel. We koppelen iedere aanpassing die we doen terug naar de raad. Zij kunnen ons altijd terugfluiten. De raad blijft te allen tijde het hoogste orgaan”, stelt Wekema gerust. De LGN vindt dat tussentijdse verandering van regels zou kunnen betekenen dat burgers er niet bij voorbaat vanuit kunnen gaan dat zaken op een bepaalde manier geregeld zijn. Daardoor weet de burger niet meer waar hij aan toe is, is de mening van de oppositiepartij.

Zelfredzaamheid

Nog niet eerder werd zoveel van de burger verwacht: hij wordt geacht mee te denken over mogelijke oplossingen, moet zelf zijn zorg regelen en, laten we het vooral niet vergeten, zelfredzaam zijn. ‘De samenleving verandert, de zorg verandert mee’, weten we via de radio- en tv-spotjes van de overheid. Waar de burger vroeger gedachteloos terug kon vallen op de verzorgingsstaat, moet hij nu leren voor zichzelf te zorgen. Met hulp van de buurvrouw desnoods. Zoveel mogelijk onafhankelijk van de overheid, maar, en daar zit een paradox, toch ook weer niet. Want diezelfde overheid komt thuis bij de burger om te praten. Aan de keukentafel wel te verstaan. Het uiteindelijke doel van deze ‘zelfredzaamheidactie’ is besparing op de uit de pan rijzende zorgkosten. Alleen voor degenen die écht zorg nodig hebben en op niemand anders kunnen terugvallen, is er geld.

Iedereen krijgt zorg, ook al is de pot leeg

Noordenveld tekende onlangs ook de contracten met de zorgaanbieders. “Het blijft natuurlijk een vreemd traject”, vindt Wekema, die onder andere verantwoordelijk is voor sociale zaken, jeugdbeleid en Jeugd Gezondheidszorg en het arbeidsmarktbeleid binnen de gemeente. “Vooraf hebben we de contractering geregeld en pas achteraf is het beleid vastgesteld. Bovendien was er lang onzekerheid. De Wmo-wet is er pas officieel sinds juni dit jaar door.” Toen De Krant wethouder Alssema, hij heeft de Wmo in zijn portefeuille, een aantal maanden geleden vroeg of de praktische kant van de decentralisaties op orde was, moest hij nog op verschillende vragen het antwoord schuldig blijven. Hoe anders is dat nu. De Wmo en Jeugdwet zijn vastgesteld en dat zorgt voor rust. Iemand die op wat voor manier dan ook hulp nodig heeft, kan aankloppen bij de gemeente. Er wordt een afspraak gemaakt met een Noordenveldwerker die bij de mensen thuis het gesprek aangaat. Hij inventariseert welke hulp er nodig is en hoe dat het best gerealiseerd zou kunnen worden. Bang dat er door de forse bezuinigingen kinderen tussen wal en schip raken, is Wekema niet. “Iedereen die hulp nodig heeft, krijgt het. Ook als de pot leeg is. Zie het maar als een openeinde financiering.” Binnen de gemeente Noordenveld krijgen op dit moment 711 kinderen extra zorg. Ook Alssema garandeert zijn uiterste best te doen om continuïteit in de zorg te behouden. “Zo blijft het inloopspreekuur van Promens Care in het Scheepstrakabinet. Mensen met psychische klachten kunnen daar 5 à 6 keer per week terecht voor hulpvragen. En iedereen, zo’n 900 cliënten, die nu een indicatie heeft voor huishoudelijke hulp, blijft dat voorlopig houden. Het is onze intentie om dat voor twee jaar te handhaven. Dat niet geldt voor nieuwe gevallen. Zij zullen hulp in de huishouding zélf moeten betalen.” Tot dusver is de begroting voor de Wmo en Jeugdwet sluitend, vertellen de heren. “Tot nu toe wel. Maar uiteraard is dat sterk afhankelijk van de in- en uitstroom en van de hoogte van de indicaties. Zwaardere zorg kost meer geld, zo simpel is het.”

Zorgen

Hoewel de Wmo en Jeugdwet op orde lijken te zijn, zijn er ook zorgen. De uitdaging om voldoende banen te creëren voor mensen met een handicap, zoals de participatiewet voorschrijft, zal nog een aardige klus worden volgens Wekema. “Dat baart mij zeker zorgen. Als wij in staat zijn om veel mensen vanuit de oude Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) aan het werk te krijgen in het reguliere bedrijfsleven, zorgt dat er ook voor dat we minder geld hebben om mensen met een bijstandsuitkering te ondersteunen bij het vinden van een baan. Van de 36 uur betaalt de ondernemer de ene helft, en de gemeente financiert de andere 18 uur. En mocht de instromer ziek worden, zijn de ziektekosten voor rekening van de gemeente. Dat betekent automatisch oplopende kosten! Maar als wij willen dat er zoveel mogelijk mensen met een ‘beperkte verdiencapaciteit’ instromen in het bedrijfsleven, moet het voor de ondernemer wel aantrekkelijk zijn. Bovendien moeten we af van die hokjescultuur. Iedereen kan iets hè!”, zegt Wekema die zelf het goede voorbeeld wil geven. Hij zorgt binnen de gemeente voor tien banen in het groen. De wethouder streeft ernaar 100 banen in het bedrijfsleven te creëren. “Dat is een getal dat in mijn hoofd zit, geen absoluut cijfer. Liever 80 banen en een perfecte match tussen werknemer en werkgever. We gaan niet pushen om iemand tóch bij een werkgever te krijgen. Dat werkt nooit”, besluit de wethouder. Reageren? info@media-totaal.nl