IJsvogels zijn zomervogels

“Hé wat was dat”? “Er vloog iets blauws voorbij, ik kon het niet goed zien” roept een van mijn cursisten. “Oh, ik denk een ijsvogel” is mijn reactie “die vliegen hier vaker”. Vervolgens kijken een paar grote ogen mij aan met een blik van neem je me in de maling? Ik begrijp die blik wel. Zo verliep ongeveer ook mijn eerste ijsvogelervaring. Nietsvermoedend keek ik naar de schitteringen in de langzaam stromende beek, toen een blauwe schicht voorbij flitste. En niet een beetje blauw, maar fel azuurblauw. Een beeld dat je niet snel vergeet, zo on-Nederlands, meer tropisch blauw. Sindsdien hebben ijsvogels mij niet meer losgelaten. Ik denk dat veel mensen die een ijsvogel hebben gezien hierover kunnen meepraten. Begin vorig jaar schreef ik ook een column over deze prachtige vogels.

Mijn eerste ijsvogelervaring als fotograaf was overigens een vrij negatieve. Op gebied van fotografie bedoel ik. Vlak bij ons huis vloog relmatig een ijsvogel boven de vijvers. Op gegeven moment loop ik met de camera te speuren, als plotseling een ijsvogel voor me op een tak gaat zitten. Waaaauw….. heel voorzichtig, met ingehouden adem, richt ik mijn camera op het blauw-oranje juweel voor me. Vol en haarscherp in beeld. Ik druk voorzichtig de ontspanknop in en….. de camera weigert. Ik hoor ondertussen een groep jolige buurtkinderen aankomen. “Hé Andre, wat zie je daar” hoor ik ze vanuit de verte roepen. Zweet op het voorhoofd en lichte paniekaanvallen volgden elkaar op. Wat kan ik nog redden in deze situatie. Niks… weg vloog de ijsvogel toen de kinderen aankwamen. Menig fotograaf zal zo’n situatie herkennen.

Het is later helemaal goed gekomen. Ik had zelfs de mazzel, dat dagelijks ijsvogels naast mijn IVN kantoor kwamen vissen. In de sloot naast het Duurzaamheidcentrum te Assen. Vanachter mijn bureau kon ik de vogels goed bekijken en zo nu en dan fotograferen. Felblauwe vleugels, oranje borst en buik en oranjerode pootjes. Menig visje vingen ze en sloegen het dood tegen de tak voordat het met een vloeiende beweging in het keelgat verdween. Om even later kokhalzend een prop visgraat weer naar buiten te werken. Helaas besloot men de tuin naast ons kantoor te verbouwen en sindsdien hebben de ijsvogels zich niet meer laten zien.

Waarom ik nu aan ijsvogels denk? Omdat het winter is en we onlangs enkele flinke vorstdagen hadden. Er werd zelfs al een natuurijsmarathon gereden in Noordlaren. En daar hebben ijsvogels flink de pest over in. Niet van de schaatsers maar wel van het ijs. IJsvogels houden namelijk niet van ijs. Ze zijn afhankelijk van open water om te kunnen vissen. Daarom zie je ze ’s winters bij open, stromend water of bij plekken waar het water door zwemmende watervogels open blijft. IJsvogels zijn dus geen ijs-vogels. In een strenge winter kan een groot deel van de Nederlandse populatie sterven. Ze hebben dus een bloedhekel aan ijs en hebben meer met het voorjaar en de zomer. Dan is er geen ijs. Dus wie die naam heeft bedacht, het was vast geen ijsvogelkenner. Het maakt mij niet uit. Ik blijf groot fan van deze azuurblauwe vogeltjes met lange, spitse dolksnavels. Als ik weet dat ze ergens rondvliegen, ga ik er zeker een keer kijken.

Ben jij ook zo’n ijsvogel fan of wil je er meer over weten? Ik geef in het nieuwe jaar een exemplaar van het boek ‘De IJsvogels van de Hunze’ weg. Een prachtig boek met schilderijen, etsen en tekeningen van Erik van Ommen en teksten van Addo van der Eijk. Interesse? Stuur vóór 21 januari een berichtje naar acbrasse@hotmail.com Ik verloot het boek onder de inzenders.

Ik wens iedereen een natuurlijk, fantastisch, gezond en vrolijk 2022 toe.

Andre Brasse – januari 2022 Puur Natuur nr. 61