IJzel voorspeld in het Noorden. Code oranje. Paniek? Welnee. We zijn niks meer gewend

Roden Strooiploeg

Hoofd gladheidsbestrijding Bouwe Wierdsma: wij strooien niet, wij sproeien

NOORDENVELD – ‘Bij de eerste sneeuwvlokken raken we hier al in paniek. We zijn helemaal niks meer gewend’, zegt Bouwe Wierdsma, teamleider van de gemeentelijke buitendienst in Noordenveld. Hij is verantwoordelijk voor de aansturing van het strooipeloton zodra de wegen glad dreigen te worden. Nee, dat doet hij niet op fingerspitzengefühl. Iets met metertjes op de koudste punten in de gemeente, de korte en lange termijnvoorspelling van Meteoconsult én de fysieke bevindingen van een pionier die hij –vaak ’s nachts- op pad stuurt, zijn de graadmeters waarop hij het besluit neemt om uit te rukken.

IJzel voorspeld in het Noorden. Code oranje. Glibberen en glijden wordt het, als je de voorspellingen mag geloven. Paniek in veel huiskamers. Niet bij Bouwe. Die blijft rustig onder alle weersomstandigheden. De teamleider Buitendienst van de gemeente Noordenveld, waar ook de gladheidbestrijding onder valt, heeft alles in de macht. De drie strooiploegen, ieder bemand door 6 man en een monteur, weten precies wat ze moeten doen. Welke routes er gereden moet worden. “Een pionier gaat ’s nachts al op pad. Doet een schouw op verschillende plekken in de gemeente. Om zijn eigen fysieke bevindingen waar te nemen. Die checken we met de gegevens uit de meetapparatuur en de informatie van de provincie en Meteoconsult. 80 procent van de gladheid in Nederland zijn ochtendgladheden. Zo rond half 9, net als de zon opkomt. Dat is het koudste moment van de dag”, weet Wierdsma die in 2014 een koudekaart van de gemeente liet maken. “Kijk”, zegt hij wijzend naar de rode lijnen die kriskras door Noordenveld lopen. “Dat zijn de koudste plekken van onze gemeente.” Het metertje van de gemeente staat aan de Nijlandseweg, bij Donderen richting Bunne, tegen de gemeentegrens aan. Het koudste punt, volgens onderzoek. De andere meters –eigendom van de provincie- staan in Leek en Veenhuizen. De teamleider van de strooiploegen tovert een screenshot van Meteoconsult op zijn pc tevoorschijn. De 5 daagse verwachting in Noordenveld, één van 24 uur en eentje van 14 dagen -de minst betrouwbare- laat het overzicht op het scherm zien. In een lijngrafiek vallen luchttemperatuur, de wegdektemperatuur en de dauwtemperatuur af te lezen. “De luchttemperatuur is het minst interessant. Wel belangrijk zijn de wegdek- en de dauwpunttemperatuur -de temperatuur die wordt bereikt wanneer je lucht zover afkoelt tot de waterdamp in de lucht begint te condenseren, red.- Het ‘beslagenbrillengazeneffect’, noemt Wierdsma het. Maar ook het wolkendek speelt een belangrijke rol. Dat werkt namelijk als een deken. De luchttemperatuur kan best 3 graden zijn, maar als de wolken weg zijn, gaat de wegdektemperatuur naar beneden. Gaat die richting nul en zijn de temperaturen laag, wordt het glad, daar kun je donder op zeggen,” weet Wierdsma. “Kijk, vanaf 3 januari is er 20 procent kans op sneeuw. Zo’n 1 tot 3 centimeter. Stelt niks voor”, stelt hij gerust. “Bovendien, over een paar uur kan het weer anders zijn.”

Mocht de vooruitgeschoven pionier bevinden dat zijn wielen toch maar een beetje in de slip dreigen te raken, neemt hij onmiddellijk contact op met Bouwe. Die piept op zijn beurt de dienstdoende strooiploeg op die aan de 1e Energieweg in Roden de betreffende voertuigen halen om er vervolgens mee naar de Aanleg in Peize te sjezen om de tanks te vullen met pekelwater en de sproeiers aan te koppelen. Sproeiers? Ja. Sproeiers. Noordenveld strooit niet maar sproeit. Met pekelwater. Proef van een paar jaar geleden die tot dusver erg goed bevalt. “In 2009 en 2010 hebben we een paar beste sneeuwwinters gehad. Toen dreigde het strooizout op te raken. Daar moest van alles op bedacht worden. Samen met de gemeente Heerhugowaard zijn wij, bij wijze van proef, gaan sproeien met pekelwater. Dat is water met een zoutoplossing. Heeft veel voordelen hoor! Omdat het vloeibaar is, heeft het een veel betere verdeling over het wegoppervlak. Je kunt dus met een veel lagere dosering toe. Bovendien milieuvriendelijker want je hebt een stuk minder zout nodig”, weet Wierdsma die uiteindelijk als doel heeft om het pekelwater zelf aan te maken en het liefst overgaat op een permanente voorziening. “Dan hoeven we alleen het zout aan te rukken en mengen het zelf in de opslag. Dat scheelt een hoop geld. Al hebben we dan wel opslagtanks nodig. Wat de kosten daarvan zijn? Ik vermoed gauw een ton. Maar daar moeten we het nog maar eens over hebben binnen de gemeente. We zullen het binnenkort aanvragen. In ieder geval volgen al veel gemeente ons voorbeeld, weet ik.”

Er zijn 6 strooiroutes, weet Wierdsma te vertellen. Die staan vast. Lang niet alle wegen in de gemeente worden gesproeid met zoutwater. “Dat kan ook helemaal niet. Daar hebben we het geld en de middelen niet voor. We hanteren de belangrijkste criteria: is het een hoofdweg? Betreft het een openbaarvervoerroute? Is het een wijkontsluitingsweg? Zitten er uitrukpunten voor nooddiensten? Zijn het belangrijke fietspaden? Daar zijn de strooiroutes op bepaald. Of we ook uitrukken voor een individuele melding? Nee zeg. Daar kunnen we niet aan beginnen. Bij elke sneeuwval horen we het weer hoor; ‘hier wonen veel oude mensen’, roepen ze dan. Maar ja, overal wonen oude mensen hè? Dat gaat echt niet lukken. Dan zouden we veel te lang bezig zijn. Met een strooiroute is de ploeg ongeveer 3 uur bezig. Dat kost alleen al aan materiaal –pekelwater- 1000 euro. En dan heb je nog maar één keer gesproeid hè?, lacht Wierdsma die ietwat onwennig poseert voor de lens van de fotograaf. “Ik zit zelf nooit op een strooivoertuig. Zet de jongens er maar op. Zij doen het werk ook. Eer wie eer toekomt.”