‘Ik ben bang dat mensen qua zorg straks niets meer te kiezen hebben’

    Roden Buurtzuster Marriet

    Mariëtte Brouwer (De Buurtzuster) en de vooruitziende blik

    RODEN – Trots is ze. Met ruim zestig medewerkers heeft De Buurtzuster zich van niets opgewerkt tot een zorgorganisatie om terdege rekening mee te houden. Kwestie van een vooruitziende blik, durven, kiezen én investeren in vooral kwaliteit. Maar: ‘op de plaats rust’ is er voor Mariëtte Brouwer niet bij. De zorg is namelijk continu in beweging. En als de voortekenen niet bedriegen, dan is er straks nog maar bitter weinig te kiezen voor de cliënt en wordt die weer een speelbal van de grotere zorgaanbieders. En dus maakt Brouwer zich boos. Wil ze maar al te graag Don Quichotte zijn en tegen de grote zorgwindmolens blijven vechten. Mariëtte Brouwer over de veranderingen in de zorg, over sterven thuis, over alarmering en over visie.
    Brouwer werkte ruim twaalf jaar lang in het UMCG. Op verschillende afdelingen. Daarna was ze leidinggevende in een ander- regionaal- ziekenhuis. En ze liep- bewust- een jaar lang mee met een grotere zorgorganisatie. Daar zag ze wat ze eigenlijk al lang wist. De aangeboden zorg liet te wensen over. Heel veel te wensen over. En dus schreef ze een plan. Zette ze haar eigen visie op papier. Zo ontstond in 2013 De Buurtzuster. Aanvankelijk geleid vanuit een kantoor in haar woning, met nul medewerkers en nul cliënten. Ruim twee jaar verder staan de zaken er anders voor en kan Mariëtte rekenen op zestig medewerkers en zorgt voor veel meer dan honderd clienten. ‘Andere medewerkers’ vooral. ‘Ik ben altijd uitgegaan van hoger opgeleid personeel. Daar heb ik altijd in geloofd. Van dat standpunt plukken we nu de vruchten. Ik heb nog niet weer bij hoeven scholen. Voorheen werd in de zorg door andere organisaties vaak uitgegaan van ‘veel productie voor weinig geld’. Ik heb daar altijd een hekel aan gehad. De kwaliteit, ik heb dat met eigen ogen gezien, was gewoon niet goed. Ver onder de maat. Wij hebben gelukkig ruim voldoende HBO’ers beschikbaar. Toen ik begon zag eigenlijk niemand ons staan. De ziekenhuizen niet, de huisartsen hadden hun vaste route. Wat wij wel kregen was ‘low care’. Dan is het best lastig je hoog opgeleide personeel gemotiveerd te houden. En toch lukte dit. Ik wil mensen die alle zorg kunnen bieden, allemaal wel met aandachtsvelden, specialiteiten als je het zo wilt noemen. Onze medewerkers moeten alles kunnen en willen doen. Zo houdt de cliënt ook een eigen groep mensen. Ze hebben er niets aan als drie, soms zelfs vier verschillende teams bij hun langs komen: de één voor dit, een ander team voor dat. Bij ons zou één iemand alles moeten kunnen doen. Dat schept een band en geeft een vertrouwd gevoel. Het geeft rust’, zegt Brouwer.
    De onderneemster zegt dat mensen in alle gevallen thuis het best af zijn. ‘Hoeveel zorg ze ook nodig zijn. In dat kader zijn wij bijvoorbeeld ook verantwoordelijk voor de alarmering. De Hullen deed dat voorheen. Mensen moeten er op kunnen rekenen dat als ze thuis op de knop drukken, er hulp komt. Tegenwoordig weten ze dat De Buurtzuster dan komt. Al bijna anderhalf jaar. In het ziekenhuis drukken mensen op de knop en duurt het maximaal vijf minuten voor er iemand komt, thuis maar ietsje langer. Maar mensen zijn wél thuis. In hun vertrouwde omgeving. We hebben dus elke nacht een verpleegkundige beschikbaar en nog eens iemand op de achtergrond.’
    De Buurtzuster is (uiteraard) volledig gecertificeerd en heeft een bijzonder actief scholingsplan. ‘Ik zit daar nogal bovenop. Mijn mensen moeten up to date zijn en blijven. Ja, soms leg ik die verplichting gewoon op. Eens per maand hebben we een scholingsdag. De laatste ging over palliatieve zorg. Over mensen dus die terminaal ziek zijn. Dat type zorg vraagt om specifieke kennis. Behalve de patiënt moet je je vaak ook bekommeren om de mantelzorger. Ik vind het belangrijk dat mensen thuis- in hun eigen omgeving met ‘eigen’ mensen dus- kunnen sterven. Dat is toch veel waardiger dan in een klinisch zaaltje in een ziekenhuis. Ik ken gevallen van mensen die stervende zijn. Die worden pas een uur voor hun overlijden apart gezet. Daarvoor liggen ze gewoon met vier andere mensen op zaal. In mijn ogen kan dat niet. Echt niet. Dat wil toch niemand?’
    Brouwer moet geld verdienen. Uiteraard. Toch is ze een écht zorgzaam type met een bedrijf dat ook echt zorg wil bieden. Zorg is voor haar niet een middel om in korte tijd zoveel mogelijk geld te verdienen. Zorg is zorg. Er zijn voor mensen. ‘Wat ik graag zou willen is een nog betere samenwerking met de huisartsen. Wij hebben bijvoorbeeld altijd een verpleegkundige paraat. Die zou het werk van huisartsen kunnen verlichten. De patiënten worden zo ook sneller geholpen. Het ontlast bovendien de artsen en de assistentes. De cultuur was dat thuiszorgorganisaties en huisartsen twee verschillende eilanden waren. Volgens mij zou intensiever contact bevorderlijk zijn. Ook wat betreft overleg.’
    De Buurtzuster is ook uitleenpunt van hulpmiddelen en fungeert als vraagbaak. ‘Als mensen vragen hebben over de zorg dan kunnen ze ons altijd bellen. Altijd. En weten wij het ook even niet, dan zoeken we het uit en bellen we mensen terug. Ik ben voor kwalitatief goede zorg, dat moge duidelijk zijn. Ondertussen heb ik een heel aardig inzicht in de wereld van de zorg en ik vrees dat mensen al in 2016 zelf geen keuzes meer kunnen maken. Dat ze niet kunnen kiezen voor de zorgorganisatie waar ze het beste gevoel bij hebben. Dat zou bijzonder triest zijn. Je mag tegenwoordig over vrijwel alles meebeslissen, en dan niet over iets heel belangrijks als de zorg? Ik ga me daar de komende tijd met hand en tand tegen verzetten. Dan maar Don Quichotte zijn, maakt me niets uit. Mensen moeten keuzevrijheid hebben en niet overgeleverd zijn aan de grillen van de grote organisaties. Weet je, zorg is geen competitie. Kom op zeg. Ik wil straks samen met cliënten en betrokkenen de barricaden op. Ik wil meer doen dan het aanbieden van petities. Zog is zo iets belangrijks, daar wil ik letterlijk voor strijden.’
    Het succes dan van De Buurtzuster. Geluk? Kennis? ‘Ik heb, en dat bedoel ik niet arrogant, een vooruitziende blik gehad door hoog opgeleid personeel aan te stellen. Ik heb met eigen ogen gezien hoe het niet moet. De marketing is goed geweest en we bieden kwaliteit. Dat blijkt uit tevredenheidonderzoeken die we regelmatig laten uitvoeren. Ik ben overigens erg lokaal gericht, al strekt mijn werkgebied zich ondertussen uit over Noordenveld, Leek en Tynaarlo. Koop elders niet, wat eigen dorp je biedt. Ben ik honderd procent voor. Met alle respect voor grotere organisaties, maar de kwaliteit en de betrokkenheid in eigen wijk is gewoon beter. Daar geloof ik echt heilig in. Groei is voor ons overigens geen doel op zich. We willen altijd kwaliteit blijven bieden. Op een bepaald moment zul je misschien een keer ‘nee’ moeten verkopen, hoe graag je ook wilt. Weet je wat ik trouwens nooit wil? Een computertelefoon. Die komt er bij mij niet in. Nooit niet. Dan open ik nog liever een extra vestiging. Zorg is persoonlijk contact en geen computerstem.’