‘Ik ben een pleaser. Zorgen voor een ander zit in me’

Powervrouwen: Mariëtte Brouwer

ALTEVEER- Tot nog geen twee jaar geleden was ze zelf de levende vertolking van de Buurtzuster; de vrouw die liefdevol een verbandje verwisselde, een steunkous aantrok, de billen waste en een kopje koffie meedronk met de hulpbehoevende, oudere medeburger. Nu, eind 2016, heeft ze 98 (!) collega Buurtzusters –en broeders- die even zo liefdevol zorg verlenen aan zieken en ouderen die door de veranderende zorgwetgeving noodgedwongen thuis wonen. En dat is nog niet alles: afgelopen maand opende ze een woon- en zorgcentrum in Zuidlaren voor mensen met dementie. Niet dat het per se moest, voor zichzelf beginnen in de, toch grillige, zorgmarkt. Ze had een prima baan als seniorverpleegkundige bij het UMCG. Maar ze wilde méér. Zorg moest beter kunnen, vond ze. “Zullen we thuis afspreken? Wel zo fijn”, stelt Mariëtte Brouwer van de Buurtzuster voor.

“Let alsjeblieft niet op de rotzooi. Geen tijd gehad en de hulp heeft afgezegd”, verontschuldigt Mariëtte Brouwer zich wanneer we de deur van haar prachtig gelegen boerderij binnen stappen. Een ietwat mollige blonde Bull Mastiff verwelkomt ons allervolijkst. Even als Mariëtte zelf die (niet mollig, wel opgewekt), gekleed in een driekwart kokerrokje, dunne panty, 6 centimeter hoog gehakte pumps en opgestoken haar de deur openzwaait. Even een uurtje in haar bomvolle agenda geschrapt voor het interview, daarna door naar kantoor. Zo vaak is ze niet thuis in Alteveer. In ieder geval minder vaak dan ze zou wensen. Maar daar gaat verandering in komen, vertelt ze ook in dezelfde zin.  Het ondernemerschap trekt hoe dan ook z’n wissel op de moeder van 5 kinderen waarvan er nog 2 thuis wonen. Nog geen twee jaar terug was ze zelf de ‘Buurtzuster’, nu baas van bijna 100 buurtzusters en sinds kort van een zorginstelling voor demente ouderen in Zuidlaren, Zuidlaarder Hout, dat ze samen met haar man Gerard opzette. Alles vanuit haar drive: zorg moet beter kunnen. Persoonlijker. En ook voor haar zorg verlenende collega’s moet het nog prettig zijn. Want medewerkers die prettig in hun vel zitten is een minstens zo’n belangrijke. Haar visie: haar clientèle gelukkig zien en haar medewerkers een fijne werkplek geven.

Mariëtte Brouwer (47) doet haar werk vol bezieling. Al verklaarden haar collega’s haar voor gek toen ze haar baan als verpleegkundige bij het UMCG opzegde: ‘Waar begin je aan? Thuiszorg? Dat is drie stappen terug.’ “O ja, die reactie snap ik. Zeker. Thuiszorg is onderhevig aan veranderingen. En aan verwachtingen, gevoelens en keiharde regels. Alles draait om regeltjes, rapporteren (ook van zaken die er helemaal niet toe doen) en registreren. Rapporteren is goed, zolang het op cliëntniveau is. Heel belangrijk zelfs. Voor de rest: onzin. “Alles moet dicht getimmerd zijn als de inspectie langskomt. Ook zaken die er totaal niet toe doen. Zo moet je kunnen aantonen dat je ‘doelmatig’ werkt. Maar wat is doelmatig? Voor verzekeringsorganisaties ben je doelmatig als je patiënten die uit het ziekenhuis komen 1 à 2 weken verzorgt en ze daarna de hand schudt. Als zorginstelling ben je een marionettenpop van de verzekering. In zo min mogelijk tijd er zoveel mogelijk taken doorheen jassen, dát. Daar pas ik voor. Dat kan helemaal niet. Er zijn zoveel chronisch zieken die structureel zorg nodig hebben. Niet dat wij ze willen ontzorgen, helemaal niet. Wat ze zelf kunnen, doen ze zelf. En we zoeken altijd de samenwerking met partner, familie en buren. Wie kan wat doen? Niet alles op de schouders van één persoon. Je moet eens weten wat we tegenkomen. Mantelzorgers die overbelast zijn. Totaal uitgebluste partners. Soms is de ellende zo groot dat ze niet meer kunnen werken. Dan ben je er niets mee op geschoten.”

Mariëtte ’s drive om in de zorg te willen werken zit diep geworteld vertelt ze, terwijl ze haar rinkelende IPhone automatisch beantwoordt met ‘kan ik je later terug bellen?’ Ze is bewogen met zieken en ouderen. Altijd al geweest. “Ik ben een pleaser. Zorgen voor een ander zit in me. Ik wil mensen graag gelukkig zien. Zwakkeren in de maatschappij moet je ondersteunen vind ik. Ik wil mensen geven waar ze recht op hebben. Die ruimte had ik in het ziekenhuis niet. Alles moet op tijd. In de thuiszorg gaat die aandacht vele malen verder. Je maakt kennis met de mens achter de cliënt. Dát vind ik mooi. Dus drie stappen achteruit? Echt niet. Vooruit! Omdat je cliënten regelmatig ziet, kun je veel beter signaleren en eventueel de zorg aanpassen. We doen wat we moeten doen, maar nemen ook de tijd voor een praatje en een kop koffie. Eenzaamheid is de oorzaak van veel ellende. De grootste ziektemaker die er is. Killing zelfs. Er zijn zat mensen die uit pure eenzaamheid niet meer eten en daardoor allerlei andere gezondheidsklachten krijgen. Daarin willen we het verschil maken. We leveren hoogwaardige zorg door verpleegkundig personeel, maar zijn er ook voor een fijn gesprek.”

Zelf verbandjes aanleggen of een bakkie aan de keukentafel meedrinken doet ze niet meer. Geen tijd jammer genoeg. Door de enorme groei te druk met bestuurlijke zaken als het afsluiten van zorgcontracten, teams aansturen en de coördinatie van de hele boel.  Om toch feeling te houden, te weten wat er leeft en de kwaliteit te bewaken springt ze zo nu en dan onverwacht bij een collega in de wit-roze Buurtzuster-Peugeot. Gaat ze mee ‘op route’. “Hoe ervaart de cliënt onze zorg, wil ik weten. Maar ook: hoe ervaart de medewerker het? Natuurlijk loop je ook wel eens tegen een probleem aan. Gaat er iets fout. Dan bekijk ik waar het is fout gegaan. Ga terug naar de eerste stap. Naar de rapportage. Wie heeft wat gedaan bij de cliënt? Ieder individu doet z’n best, maar als je niet opereert als team heb je los zand. Gelukkig gaan de meeste dingen goed. We scoren hoog in klanttevredenheidsonderzoeken, de KTO’s. Als zegt me dat niks hoor. Zo frauduleus als wat. Maar minister Schippers wil het zo. Wat veel meer betekent zijn de lieve bedankkaarten die we regelmatig ontvangen. ‘Bedankt voor de goede zorg, lieve zusters en broeders’. Dáár doe ik het voor. En niet voor de statistieken van minister Schippers”, zegt Mariette die ontspant van een goed boek dat ze ’s nachts leest. Het enige echte moment voor haarzelf.  Wat ze zou doen als er een dag niets moet, willen we weten.  Geen Buurtzuster, geen zorg, geen kinderen, helemaal niks. “Een dag? Haha. Mag het geen week zijn? Dan zoek ik de warmte op. Lekker naar een Aziatisch land, die dienende en vriendelijke cultuur past bij me. In m’n eentje in een hangmat op het strand onder een parasol met een goed boek. Héérlijk. Maar ’s avonds wil ik mijn man en kinderen om me heen. Dan gaan we naar een goed, luxe restaurant. Lekker vers eten, dat met passie gemaakt is, daar kan ik van genieten. Samen met de mensen die me dierbaar zijn.” Het uur is om. Ongeveer tien gemiste oproepen wachten op antwoord.