‘Ik ben geen podiumbeest. Geen solist. Sta liever overal tussenin’

Powervrouwen: Nicole Schölvinck

EEN- Een blaadje en een rode mier, dát deed haar besluiten om voor het onderwijs te kiezen. Daarvoor werkte ze bij Randstad. Hielp herintreders aan een baan, gaf sollicitatietrainingen en begeleidde mensen naar de arbeidsmarkt. Nadat powervrouw Nicole Schölvinck terugkwam van een schoolreisje met de klas van haar kinderen wist ze het: het roer moest om. Als directeur van de spiksplinternieuwe Dalton-samenwerkingsschool De Schans in Een is Nicole, die de flexibiliteit en samenwerking van het dorp intrigerend vindt, helemaal op haar plek. En behalve directeur is ze binnenkort ook boerin.

“Zullen we afspreken op onze prachtige nieuwe school? Die wil ik je graag even laten zien!”, roept Nicole Schölvinck (44) enthousiast wanneer we haar benaderen voor onze rubriek Powervrouwen. Tuurlijk. Graag zelfs. Dat Nicole hoofd van De Schans is, is even logisch als bijzonder. Bijzonder, omdat ze het als leerkracht en plaatsvervangend directeur op ODBS het Valkhof het ontzettend naar haar zin had en absoluut geen intentie had om te vertrekken. Logisch, omdat de nieuwe Daltonschool haar als een perfect gesneden jas past. Want zoals ze zelf vertelt: “Voordat ik ooit van Dalton had gehoord, wist ik al wat het betekende.” Een aantal kenmerkende pijlers van Daltononderwijs zijn verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en vrijheid. Kinderen hebben een weektaak en die moet af. Hoe, waar (dat mag namelijk op verschillenden plekken in de school) en wanneer mag het kind zelf bepalen. Dat vereist planning, dus verantwoordelijkheid. Iets dat Nicole haar eigen kinderen al vroeg bijbracht: “Liever met het T-shirt binnenstebuiten naar school maar zélf aangetrokken, dan tiptop en ik alles heb moeten doen. Ze zijn er zat hoor, ouders die, want haast, de ritsen dichtdoen en veters strikken. Kan een keer natuurlijk, maar een kind leert er niets van.” Nog een punt dat Nicole even wil benadrukken nu we het toch over (Dalton)onderwijs hebben: “Kijk, leren kan op verschillende manieren. Als je ziet wat een kind triggert of boeit, kun je ze naar een hoger niveau tillen. Je helpt ze mee om hun talenten te ontwikkelen. Een kind kan onmogelijk overal even goed in zijn. Wanneer je vroeger op een bepaald vlak niet mee kon komen, mocht je bezems maken met de conciërge. Ik vind het belangrijk dat je kinderen leert omgaan met hun sterke én zwakke punten. Je mag best wat van ze verlangen. Binnen Dalton is daar alle ruimte voor. Kijk, hier boven (in de ruimte waar ook de moderne bar en de koffieautomaat staan, grenzend aan  het kantoor van de directrice, red.) zitten een paar kinderen te werken. Heerlijk. Direct contact, lekker tussen de leerlingen in. Maar maakt iemand er een potje van, de verantwoordelijkheid niet aan kan, is het over met de pret.”

Toen Nicole noodgedwongen –vanwege calamiteiten, de MH17-vliegramp, ziekte directeur- vaker dan de bedoeling was op de directiezetel van het Valkhof belandde, ontdekte ze dat het haar best goed afging, het leuk vond zelfs. Niet zozeer om met de directiestaf te zwaaien. Zeker dat niet. Nicole is geen directiefleider, zoals ze zelf zegt. “Ik ben geen podiumbeest. Geen solist. Sta liever overal tussenin. Heb een goede dag als ik iets in gang gezet heb waar anderen mee verder kunnen. De waardering die dat oplevert geeft voldoening.” Ondanks dat er verschillende directiefuncties voorbijkwamen solliciteerde ze niet. Ze had het prima naar haar zin, als rechterhand van Valkhof-directeur Coos Boerma. Tuurlijk, ze volgde de ontwikkelingen van de nieuwe school in Een op de voet, want dat samengaan van Christelijk met openbaar onderwijs vond Nicole maar wat boeiend. “Je hebt twee verschillende religies, twee verschillende teams, twee verschillende groepen kinderen én twee verschillende groepen ouders, en dat moet allemaal maar even samengaan.” Maar verder dan dat ging het niet. Anders werd dat toen Coos de vacature voor een directeur voor Een in zijn school ophing. ‘Doe je de groeten aan Albert?’ (Albert Eissing, OPON-directeur, red.), grapte Boerma naar Nicole. “Hij dacht, dat als ik zou solliciteren, een goede kans zou maken, verklaarde hij z’n grapje. Een prachtige kans, ja, dat was ook wel wat ik dacht. De visie van de school past bij me, net als die van het dorp trouwens. Dat ‘Een voor alles, alles voor Een’, is zó waar. Het hele dorp is betrokken. De school met het MFA is een dorpsinitiatief. Talloze vrijwilligers hebben de hele zomer door gewerkt om de boel maar op tijd af te krijgen, vakanties zijn ervoor opzij gezet. Geweldig toch? Het noaberschap voel je hier meer dan waar dan ook. Ik ben hier helemaal op mijn plek.”

Ze woont in Norg, is geboren in Amsterdam en opgegroeid in RAS-dorp Steenbergen. “Daar ben ik mijn ouders nog elke dag dankbaar voor, dat ze me mee hebben genomen naar het noorden. Voor kinderen is het geweldig om hier op te groeien”, weet Nicole die tegelijkertijd een leuke anekdote te binnenschiet: “Een keer, toen ik met m’n ouders een keer terugging naar Amsterdam, had ik kinderen wijsgemaakt dat chocolademelk uit een bruine koe kwam. Dat geloofden ze gewoon. Zó erg vind ik dat, kinderen die niet weten waar voedsel vandaan komt. Denken dat melk in fabrieken gemaakt wordt. Dat ben ik nooit vergeten. Kinderen moeten buiten spelen, lekker ravotten, dingen ontdekken. Natuur is belangrijk, dat leer je niet in een boekje.” Toen Nicole zelf eenmaal kinderen op de basisschool had, gaf ze zich altijd op om mee te helpen bij activiteiten. Gewoon, omdat ze het heerlijk vond om kinderen iets bij te brengen. “Zo ineens kreeg ik een telefoontje van school: ‘jij bent het geworden!’ Huh, dacht ik, waar gaat dit over? Ik mocht mee als begeleider op schoolreis, luidde de boodschap. Kennelijk een heel geliefd tripje. Maar dat schoolreisje zorgde er uiteindelijk wel voor dat ik voor het onderwijs ben gegaan. Ik zag met eigen ogen hoe kinderen zich uren konden vermaken met een simpel blaadje waarop ze een rode mier probeerden te laten lopen. Hoe mooi is dat? Een blaadje en een mier. Of een spin. We hebben er een heel educatief reisje van gemaakt.” En die ervaring zorgde ervoor dat Nicole, naast haar Randstad-baan, de Pabo haalde en aan de slag ging als leerkracht op een basisschool en uiteindelijk dus op de directiestoel van De Schans belandde. Bijna jubelend: “Heb je het beleefpad hier op het schoolplein gezien? Dat pas helemaal bij mij!”

En behalve directeur mag ze zich zeer binnenkort ook (hobby)boerin noemen. Want volgende maand verkast Nicole met haar gezin naar Veenhuizen, naar de boerderij van haar schoonouders. Een tamelijke gezinsuitbreiding, want op de boerderij wonen ook nog zo’n 60 koeien, of kalveren eigenlijk.  Want ze komen als kalf en vertrekken als ze een kalf krijgen, volgens Nicole die zich zelf trouwens niet in een blauwe overall hoeft te hijsen. “Mijn man gaat het bedrijf, naast zijn baan als sectormanager bij de Rabobank in Utrecht, samen met zijn vader en oom runnen. Zij zijn de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels voorbij, maar hun lijfspreuk luidt: ‘zoals het een goede boer betaamt ga je niet achter de geraniums zitten.’ Zij zorgen voor het vee en het reilen en zeilen rond de boerderij. Het enige waar ik me mee bemoei zijn de paarden. Ben en blijf een paardenmeisje, haha. Nu ben ik de groom (bijrijder, red.) van mijn dochter. Ga mee met alle wedstrijden. Natuurlijk, dat zal best even druk worden allemaal. Gelukkig zijn de kinderen zijn heel zelfstandig, ben ik flexibel en is de app gewillig als er even snel iets geregeld of gecommuniceerd moet worden. En, dat moet gezegd, heb ik ouders die áltijd voor me klaar staan! Daarom kan ik met gemak een hoop schoteltjes tegelijk in de lucht houden.