‘Ik ben trots op de kracht van dit moment. Maar denk ook: hoe heeft het zó mis kunnen gaan’

leek stolpersteine onthulling 7

leek stolpersteine onthulling 1leek stolpersteine onthulling 2leek stolpersteine onthulling 3leek stolpersteine onthulling 4leek stolpersteine onthulling 5leek stolpersteine onthulling 6Omgekomen Joodse inwoners Leek geëerd met Stolpersteine

LEEK – Een bijzonder moment, dinsdagmiddag in het witte kerkje op De Dam in Leek. In de Nienoordse Kapel werd een ceremonie gehouden voor de onthulling van de eerste 13 Stolpersteine in de gemeente Leek. De vierkante steentjes voorzien van messingplaatjes met daarop de namen van de vermoorde Joodse inwoners van Leek liggen voorgoed in de stoep verankerd. Na de toespraken van burgemeester Hoekstra, rabbijn Gaillard en Siebrand Homan, voorzitter van de werkgroep dat het initiatief nam voor de herdenkingssteentjes, trok de stoet van nabestaanden en andere genodigden langs Piepke 4 en 1 en Bosweg 4 en 16, de voormalige adressen van de gedeporteerde joden. Nog steeds, 70 jaar na dato, vloeien er tranen.

Tranen van Joodse nabestaanden die eindelijk iets hebben om hun vermoorde familie te herdenken. Want een graf was er niet. Tranen om de emotionele toespraak van Selma Denneboom, die samen met haar zus Hertha adoptant is van de steen die in de stoep bij Piepke 4 ligt. 89 is ze. Haar moeder Eva overleefde de oorlog en vertrok met haar dochters naar Israël. Daar woont ze nog steeds. Speciaal voor de Stolpersteine kwam zij met 15 andere nabestaanden naar de plek waar haar familiegeschiedenis ligt. Ze bedankt burgemeester Hoekstra voor de bijzondere bijeenkomst op de stoep bij Keukenwerk Leek, de plek waar haar familie ooit een manufacturenzaak had. Het reclamebord van ‘Denneboom manufacturen’ aan de zijkant van de gevel herinnert aan de oorlogstijd, net als het Joodse schooltje aan de Samuel Leviesstraat en de Joodse begraafplaats, toen Leek bekend stond als ‘jodendorp’ en een stevige joodse gemeenschap had. Nu is er nog maar één joodse familie in het dorp.

Van alle 61 gedeporteerde Joden is niemand teruggekomen. In Westerbork zijn ze in treinen gepropt en afgevoerd naar de concentratiekampen in Auschwitz, Bergen-Belsen en Sobibor waar ze op een gruwelijke manier aan hun einde kwamen. Het toenmalige bestuur van de gemeente Leek werkte gewoon mee aan de deportatie. Burgemeester Hoekstra kampt met gemende gevoelens. “Hoe heeft het zó mis kunnen gaan, 70 jaar geleden, denk ik wel eens. Het gevoel van teleurstelling, dat we niet hebben kunnen voorkomen dat zo’n grote groep inwoners is afgevoerd. Aan de andere kant ben ik trots op dit initiatief. Op de kracht van dit moment”, fluistert Hoekstra terwijl hij door een mevrouw wordt aangeklampt. Ze schudt hem de hand. ‘Wonderfull’, zegt ze dankbaar. Terwijl Siebrand Homan te midden van honderden toeschouwers het witte zand met een handvegertje van de steentjes veegt en daarmee de namen zichtbaar maakt, is het stil. Muisstil. Alle ogen zijn gericht op de messingplaatjes die onder het zand vandaan komen. De jongens en meiden van de Lindenborg die met een fakkel in de hand in een lange rij langs het Piepke staan, versterken de zwaarte van het plechtige moment. Rabbijn Gaillard leest Psalm 27 voor. Het verhaal van David dat gaat over het licht. Licht dat overal verborgen ligt, in de natuur en in de ziel, licht waar we hoop aan ontlenen en verlossing brengt, ook wanneer we het even niet zien, volgens de rabbijn. Vervolgens zegt hij de kaddisj op, één van de belangrijkste gebeden van het jodendom. Opnieuw vloeien tranen bij nabestaanden. Nadat een aantal scholieren beknopt de familiegeschiedenis van de namen op de Stolpersteine hebben voorgedragen, leggen nabestaanden witte rozen naast de steentjes. Kort daarna knielen om de beurt mensen, veelal familieleden, bij de Stolpersteine om ze te vereeuwigen met hun smartphone. En daarmee doen de stenen die ook wel ‘struikelsteentjes’ genoemd worden hun naam eer aan. Want als je de tekst wilt lezen moet je door je knieën waarmee je respect toont voor de overledene die op een ellendige manier om het leven is gekomen.

Barend Elburg spreekt voor het huis van zijn voorouders, op de stoep van Bosweg 16. Vijf generaties Van Dam hebben er gewoond. Zelf wist hij deportatie te voorkomen. “Dankzij dappere Nederlanders heb ik kunnen onderduiken.”, zegt hij zichtbaar geroerd. “Joden zijn altijd onderweg”, gaat hij verder. “Door vervolging en verdrijving moesten ze voortdurend opzoek naar een nieuw onderkomen.” De woorden zijn heftig. Doen pijn. Uitsluiting is voelbaar. Joden mochten geen lid zijn van gildes, een soort vereniging van mensen die hetzelfde beroep uitoefenden. Dat verklaart ook waarom zoveel joden in de handel zaten, en in het bankwezen en advocatuur. Die beroepen waren niet verenigd in een gilde. Leek was een echt handelskruispunt waar joden veen verhandelden, weet wethouder Ben Plandsoen te vertellen. Hij is –net als burgemeester Hoekstra met keppeltje op het hoofd- ook bij de ceremonie aanwezig. Voor hem persoonlijk een belangrijk moment. “De geschiedenis vormt je. Dat mag je nooit ontkennen. Ook voor je kinderen is het ongelofelijk belangrijk, om die reden betrekken we de leerlingen van de Lindeborg erbij. Zonder geschiedenis heb je lege mensen”, benadrukt Plandsoen. 13 van de 56 geadopteerde Stolpesteine zijn er gelegd in het centrum van Leek. De werkgroep hoopt de komende jaren nog zo’n 60 stenen te kunnen leggen. Dat hangt ook af van de Keulse kunstenaar Gunter Demnig, bedenker van het kunstproject. Hij plaatst de steentjes namelijk zelf. In heel Europa liggen inmiddels 45.000 van deze ‘struikelstenen’. Na de ceremonie vertrok een klein gezelschap voor een lunch naar Nienoord, waar speciaal voor deze gelegenheid de Shalom & Moi-tentoonstelling nog een dagje langer draaide.