‘Ik ben zeventien kilo afgevallen door de stress’

Tolberter diep teleurgesteld in ISD

TOLBERT – Een ZZP’er die tijdelijk arbeidsongeschikt raakt, heeft een probleem. Dat merkte Tolberter Bram Meester, die twee jaar geleden een herseninfarct opliep. Hij wilde snel weer aan het werk. Hoe langer zijn klussenbedrijf niet ‘in de lucht zou zijn’, hoe moeilijker het zou worden om de draad weer fatsoenlijk op te pakken. Waar hij hulp van de ISD verwachtte, werd hij de schuldsanering in getrokken. Van de ISD merkte hij naar eigen zeggen weinig steun. ‘Ik wilde gewoon weer aan het werk. Hierbij ben ik door de ISD niet geholpen. De hulp die zij boden, is voor mij een financiële ramp gebleken. Ik heb momenteel nog geen tweehonderd euro te besteden.’

Het is een grauwe woensdagmiddag. Aan de Hoofdstraat in Tolbert woont Bram, die al twee jaar thuiszit. Zijn bus met de opdruk ‘Klussenbedrijf BSD’ herinnert hem iedere dag aan zijn kopzorgen. Want nog altijd bestaat zijn bedrijf en nog altijd heeft hij bedrijfskosten. Maar van werken komt het maar niet. Aan de keukentafel blijkt Bram aardig monter. Hij is somber gestemd, dat wel, maar komt – met enkele tussenpauzen – goed uit zijn woorden.

‘Twee jaar geleden kreeg ik een herseninfarct’, begint Bram. ‘Op dat moment had ik al zo’n achttien jaar een klussenbedrijf. Dat heb ik overigens nog steeds. Hoe dan ook: door mijn herseninfarct kon ik een tijd lang niets meer. Lopen en veterstrikken was al te lastig.’ Bram zag zich genoodzaakt een Bbz-uitkering aan te vragen. Dit is een uitkering als aanvulling op het bedrijfsinkomen. Het betreft een uitkering op bijstandsniveau. ‘Die uitkering liet langer op zich wachten dan de bedoeling was. Ondertussen liepen de kosten gewoon door en alles diende wel betaald te worden’, zegt Bram.

‘Op dat moment zag ik nog geen problemen. Ik had een bedrijfskrediet lopen, die ik tijdelijk niet kon inlossen. De bank – waarmee ik altijd goed contact had – kon hier begrip voor opbrengen. Het vervelende was echter dat de uitkering op zich bleef wachten en ik meer schulden kreeg. Van de één op de andere dag kwam hier een man aan de deur die mij mededeelde dat ik beter de schuldsanering in kon gaan. Dat werd als het ware voor mij besloten.’

Veel verzet bood Bram op dat moment niet. ‘Ik zei wel dat ik niet de schuldsanering in wilde, maar was op dat moment niet in staat hier tegen te handelen. Ik was heel ziek op dat moment. Er werd voor mij een afspraak gemaakt op het kantoor van de Rabobank in Zwolle. Daar wilde men kijken hoe het verder moest met mijn financiële zaken. In Zwolle werd mij verteld dat ik met een advocaat moest praten. Die zat in Baarn. Ik gaf aan dat dit voor mij niet te doen was, maar iemand van de schuldsanering gaf aan dat ik geen keus had. Ik was een niet zelfdenkend mens. De advocaat werd ook zonder mijn toestemming ingeschakeld.’ Bram herinnert zich de dag nog levendig. ‘Op de terugweg reed ik de auto van mijn broer in de prak. Dat was in mei 2017, enkele maanden na mijn ongeluk.’

Ondertussen liep Bram tegen een stugge organisatie bij de ISD aan. Dat begon al bij de aanvraag voor de Bbz-uitkering. ‘Ik zou worden teruggebeld. Dat gebeurde pas na vijf weken, waarna de uitkering in orde werd gemaakt. Ik gaf bij de ISD aan dat ik snel weer mijn bedrijf wilde oppakken. Zij zouden me daarbij moeten kunnen helpen. In gesprek met iemand van de ISD, stelde hij me de vraag waarom ik me druk zou maken. “Je krijgt al een uitkering”, zei die man. “Bovendien heb je een gezondheidsrisico.” Dat vond ik zo’n stomme opmerking.’

 De Bbz-uitkering werd door het ISD uiteindelijk wel geregeld. Dat was een hele opluchting, ook al bedroeg de uitkering slechts 1025 euro in de maand. ‘Daar moest ik alles van betalen. Mijn vaste lasten en mijn bedrijfskosten. Ik dacht gelijk: waar moet ik van leven? Ondertussen wilde ik weer aan het werk, maar ik had geen geld om mijn bedrijfsbusje te laten repareren. Dat was zeer frustrerend. Zeker toen ik anderhalf jaar later gebeld werd met het bericht dat ik een lening à 1200 euro had kunnen aanvragen. Waarom ze daar niet eerder mee kwamen, is mijn een groot raadsel.’

Nu, twee jaar na zijn herseninfarct, krijgt Bram een maatschappelijk werker over de vloer. ‘Deze is gestuurd door het ISD om mijn bedrijf weer op te starten. Het punt is: dankzij de schuldsanering heb ik een negatieve BKR-registratie. Ook ik heb geen klanten meer. En het mooie is dat die man die hier kwam mij vroeg hoe ik dacht mijn bedrijf weer op te starten. Terwijl dat notabene zijn werk is!’ Bram zucht. Hij baalt ervan dat hij nooit eerder hulp heeft gehad van de ISD, ondanks het feit dat hij op tijd contact met hen opnam na zijn herseninfarct. ‘Ik gaf gelijk aan dat ik hulp nodig had bij mijn administratie en de verzorging in huis. Pas na een half jaar kwam er een jongedame van een organisatie langs, die aangaf de eerste periode geen tijd te hebben vanwege zwangerschapsverlof. Hulp heb ik dus nooit gekregen.’

Wat Bram nu wil? ‘Schadeloos gesteld worden. Als ik kijk hoeveel problemen ik heb gekregen dankzij de ISD… Dat is ongelooflijk. Ik ben zeventien kilo afgevallen door de stress, heb geen klanten meer en ben m’n sociale leven kwijt. Pas na twee jaar komt er een maatschappelijk werker langs om te kijken hoe ik mijn bedrijf weer kan opstarten. Als ik eerder hulp had gekregen, had ik mijn bedrijf en mijn klanten gewoon nog kunnen hebben. Dat alles is niet gebeurd. Ik heb contact gehad met een advocaat die aangaf dat ik inderdaad niet netjes ben behandeld. Of ik een rechtszaak ga aanspannen tegen de ISD? Ik sluit het niet uit.’