‘Ik denk dat we een aanvulling kunnen zijn op traditionele teelt’

Voedselbos in Peize begint langzaam vorm aan te nemen

PEIZE – Het begon met een ‘Tuiny Forest,’ een plek in de voortuin van Gerwin en Ingrid Veenstra uit Peize. Een kleine plek waar struiken en wat onderbegroeiing gewoon mogen groeien. Blad wordt niet weggehaald en vormt zo een micro-ecosysteem.
‘We begonnen ook steeds meer fruitbomen in onze achtertuin te zetten. Ik zou het wel helemaal vol willen zetten, er een soort bos van willen maken. Maar we hebben ook kinderen die in de achtertuin willen spelen,’ vertelt Gerwin. ‘We kregen steeds meer belangstelling voor bos en bosbodems. We lazen er veel over en hebben filmpjes op YouTube bekeken. Uiteindelijk bedachten we dat we het geweldig zouden vinden om een voedselbos te creëren. Daarbij willen we elk deel van het ’bos’ gebruiken. Dan moet je denken aan zeven lagen. Er groeien dingen in de grond, op de grond, je hebt lagere en hogere struiken, lagere bomen zoals fruitbomen en hoge bomen zoals notenbomen en klimmers.’
Het stel besloot op zoek te gaan naar grond. ‘Dat was nog wel een ding ja. We hebben zelf geen grond, dus gingen in de buurt rondkijken. Er is veel agrarische grond, maar niet om een voedselbos op te starten. We namen contact op met de gemeente. Die waren echt welwillend, maar ze hadden zelf geen grond. Uiteindelijk plaatsten we een oproep op internet. Daar kwam ontzettend veel reactie op, maar vooral van mensen die het een goed idee vonden en wel mee wilde helpen. Maar er kwam ook één reactie van mensen die een hectare grond aan ons beschikbaar wilde stellen aan de Hornweg in Peize. Ze hadden zelf al het idee opgevat om het land te laten verwilderen, maar een voedselbos vonden ze een nog beter idee. We kregen het land in bruikleen en daar zijn we natuurlijk heel blij mee.’
Het stel volgde een cursus bij Wouter van Eck, voorzitter van de stichting Voedselbosbouw. ‘Daar leerden we echt van. We zijn niet opgeleid als bioloog, dus we hadden die extra kennis gewoon nodig. We wilden weten hoe het werkt in een bos en hoe hij dat aanpakte.’
Ingrid vult aan: ‘We leerden bijvoorbeeld over schimmels. Schimmels zijn heel erg belangrijk, ze werken samen met bomen. Ze kunnen mineralen uit de bodem halen die ze dan weer afstaan aan de bomen. Van de bomen krijgen ze suikers terug. Van Eck leeft in zijn voedselbos met de natuur en er niet tegen. Zo kreeg hij op een gegeven moment bevers in zijn bos. Hij heeft daar niets aan gedaan en merkte dat de bevers zeker een aantal bomen omhaalden, maar verderop in het bos de bomen met rust lieten. Ook plukt hij alleen voedsel waar hij bij kan, de rest is voor de dieren.’

Inmiddels zijn de singels aangelegd in het voedselbos in Peize. ‘Die bestaan uit bomen en struiken. Niet zozeer voedselbomen hoor, ze zijn vooral bedoeld als windsingel. Als het bos straks klaar is dan moet het een fijne plek zijn, met paadjes, onderbegroeiing en een vijver voor amfibieën. Op de paden na wordt het bos helemaal vol.’
Gerwin en Ingrid hebben zelf geld in de beplanting gestoken. ‘Hobby’s kosten nu eenmaal geld,’ zegt Ingrid. ‘Maar daarnaast hebben we wat subsidie gekregen, heeft de gemeente er wat geld in gestoken en hebben we een schenking van het bedrijf waar Gerwin werkte, gekregen. En we doen natuurlijk niet alles in één keer, hè.’

Er worden straks zogenaamde pioniers aangeplant.  Gerwin legt uit: ‘Pioniers zijn bomen die je neerzet om de bodem voor te bereiden voor langer levende bomen. Pionierbomen leven redelijk kort. Je moet daarbij denken aan berken, elzen en wilgen. Naast die pionierboom zet je dan een fruitboom neer. Uiteindelijk haal je deze boom weg. We voeren de boom dan niet af, maar gebruiken hem bijvoorbeeld als houtwal. Ideaal voor schimmels en beestjes. We willen dus ook zo weinig mogelijk ingrijpen, maar zullen dat af en toe wel moeten doen. Bramen hebben bijvoorbeeld nogal eens de neiging om te woekeren en dat is niet de bedoeling.’

Waarom wilden Gerwin en Ingrid een voedselbos beginnen? ‘Voor volgende generaties. Kijk, je hebt al productiebossen, daar staan de bomen echt in rijen. Wij vinden daar niks mis mee, maar wij wilden een ander bos, een meer romantisch bos. Met veel biodiversiteit. We willen dan ook graag het educatieve gedeelte meepakken. Misschien met scholen samenwerken, of workshops organiseren. Maar we willen ook wel plukdagen houden waarop mensen met een mandje het bos in gaan en zelf hun voedsel kunnen plukken. Ik denk dat we ook een aanvulling kunnen zijn op traditionele teelt.’
Lokaal voedsel produceren, dat is wel de droom. ‘Het lijkt me fijn om samen te werken met een lokaal restaurant, bijvoorbeeld. Dat we ons voedsel kunnen verkopen. We hebben beslist geen winstoogmerk, maar quitte spelen zou wel fijn zijn. Of een bierbrouwerij die ons fruit kan gebruiken, dat lijkt me inderdaad wel heel fijn.’

Gerwin en Ingrid hoeven gelukkig niet alles zelf te doen. ‘We hadden al snel een stel enthousiastelingen gevonden die hebben geholpen bij het planten van de singels. En nu gaan we bedenken wat we komende lente gaan planten. Ook zijn we op zoek naar een container, zodat we niet steeds al het gereedschap in de bus hoeven te laden,’ vertelt Gerwin. ‘En die container komt natuurlijk niet zomaar in het bos te staan, daar komt een wal van zand tegenaan, die we helemaal kunnen laten begroeien. Een soort Teletubbies huis,’ lacht hij. ‘Maar containers zijn momenteel erg duur, dus voorlopig gaat het gereedschap nog steeds gewoon de bus in.’
De bomen en struiken worden zoveel mogelijk lokaal ingekocht. ‘We kijken ook naar hoe ze gekweekt worden. Als ze goed bemest zijn opgegroeid, dan zullen ze het zwaar krijgen in deze wat armere grond. Mest gaan we niet gebruiken. Mest laat planten goed groeien, maar is niet per definitie goed voor de organismes in de grond.’
Gerwin en Ingrid hebben geen achtergrond in teelt van gewassen. Gerwin lacht. ‘Ik was productmanager bij een softwarebedrijf. Ik ben zelf gestopt en nu bezig een bedrijf in de IT op te zetten.’ Ingrid vult aan: ‘En ik ben opleidingscoördinator bij de RUG. Heel iets anders dus. Ik denk dat dat ook een deel van de reden is dat we hiermee bezig zijn gegaan. We zitten beide veel achter een scherm, dus rees al snel de vraag wat we daarbuiten nog zouden kunnen doen. En als je dan CO2, tuin en voedsel bij elkaar optelt dan kom je hier op uit. Maar voor het bos echt wat op gaat brengen zijn we wel wat jaren verder.’
Foto’s: Marten de Blecourt.