‘Ik heb een niet aflatende energie tot creativiteit, ik ben altijd bezig.’

Rob Meeng: ‘Deze kunst is kleurrijk.’

RODEN – Achter de woonkamer in het huis bevindt zich het domicilie van Rob Meeng. Een eigen ruimte om zijn eigen kunst te maken. Gezeten achter een werkblad komt zo menig creatieve uitspatting tot zijn recht. ‘Vanaf mijn zevende jaar tekende ik al en dat doe ik nog steeds tot op de dag van vandaag. Ik ben nu bijna 80 jaar en stil zitten en niets doen, dat kan ik niet.’

Rob werd in Batavia, Jakarta Indonesië op 9 januari 1942 geboren. In 1956 is hij naar Nederland gekomen. Zijn vrouw Mary komt van Bantu. Als baby vertrok zij met haar ouders hals over kop naar ons land. Haar 1-jarige verjaardag vierde ze op de boot midden op het Suezkanaal. Het is deze geschiedenis die beiden met zich meedragen. ‘Wij zijn Indo’s. Omdat we nog kind waren weten we niet veel meer van vroeger. We hebben elkaar ontmoet in een disco in Goor. Vanuit Almelo zijn we voor werk bij Cordis naar Roden verhuist. Dat is nu 48 jaar geleden. We hebben twee kinderen, Maurice en Aimee en vijf kleinkinderen. Dat is toch geweldig, Kijk, bij ons hier in de kamer hangen allemaal versierde portretjes die door Rob zijn gemaakt,’ zegt Mary.

Op de lagere school begon Rob met tekenen. ‘Ik heb het mij allemaal zelf aangeleerd. Op de MULO zei een docent dat ik wel naar de Kunst Academie kon gaan, zo mooi vond hij het wat ik tekende. Dat is er niet van gekomen. Vanuit de MULO kon ik niet doorstromen naar de academie. Dat tekenen heb ik altijd doorgezet. Ik heb 30 jaar lang de voorplaten van de schoolkrant ‘De Hunepost’ van de Mr. De Vriesschool in Nieuw Roden gemaakt. Daar is later een boekwerk van gemaakt.’

Op het visitekaartje van Rob Meeng staat Free Artist. ‘Ik heb een niet aflatende energie tot creativiteit, ik ben altijd bezig. Zelf van een klein snippertje papier kan ik wat maken. Ik ben vrij in wat ik doe. Als anderen mijn creaties ook waarderen dan vind ik dat mooi. Ik zit op de Crea-Bea club van WiN in de Scheepstraschool in Roden. Elke week maak ik daar van alles. Zo heb ik onlangs bij de tentoonstelling van het tienjarig bestaan van het Scheepstrakabinet nog de klompen van Ot & Sien op een bijzondere wijze van papier-maché gemaakt. Dat vind ik mooi om te doen.’

Ook Mary schildert niet onverdienstelijk. ‘In onze hele familie wordt er aan kunst gedaan. Mijn vader schilderde en mijn broer ook. We hebben best wel wat fantasie om iets te bedenken en te maken.’ In de werkkamer van Rob valt op dat zijn werkstukken vooral gemaakt zijn van alledaagse dingen. Ook van afval dat hij op straat vindt. ‘Zo geef ik dat een tweede leven en weggooien is toch ook zonde. Ik gebruik chips dozen, melkflessen, bloembakjes en wat al niet meer. Op de tafel is een heel dorp nagebouwd. Deze kunst is kleurrijk. Ik noem dit dorp mijn Fairy Tale Village. Een fantasiedorp. Mijn boomhut stond onlangs nog in de etalage van boekhandel Daan Nijman in de Boekenweek. Kijk, dat vind ik dan weer leuk. Wat ik maak doe ik zonder voorbeeld en zonder gedachte vooraf. Het hoeft ook niet in 1 dag klaar te zijn. Elke dag creatief bezig zijn is het mooiste wat er is.’