“Ik heb nooit gekke dingen gedaan, daarom stond mijn hoofd ook nooit op de voorpagina’s”

Jacques d’Ancona blikt met de Krant terug op zijn leven

PATERSWOLDE – Journalist, theaterrecensent en voormalig scheidsrechter Jacques d’Ancona (82) blijft de nuchtere Groninger die hij altijd is geweest, ook gedurende de coronacrisis die ons land op dit moment treft: “Ik heb gewoon mazzel. Ik heb mijn haar nog, ik heb mijn stem nog en ben zelfredzaam.” Zijn man, theaterproducent Hans Langhout (52), bewondert het doorzettingsvermogen van zijn wederhelft: “Jacques moet met zijn postuur altijd net even een stapje naar voren zetten of ietsje harder praten dan de rest. Dat heeft hij altijd gedaan en ik bewonder hem in de manier waarop hij zoveel in zijn leven heeft bereikt.” We blikken terug op het leven van de spraakmakende inwoner van Paterswolde. Daar waar een klein mannetje groot in kan zijn.

Als de journalist van de Krant zijn Volkswagentje ietwat onorthodox naast een fietspad parkeert, loopt hij het laatste stukje richting het huis van d’Ancona. Hij passeert een, wat later blijkt gestolen, Amsterdammertje. Kort nadat de bel heeft geluid, staat er een kleine man in een hele grote deuropening. Het is Jacques d’Ancona, die zorgt voor een hartelijk welkom. Bij binnenkomst staat Langhout in de tuin te telefoneren waarop d’Ancona zegt: “Die telefoon gaat de hele dag door hoor. Let daar maar niet op. Koffie, thee, wat drink je?” Een kopje koffie is goed, wordt het antwoord. “Wil je daar ook een lekker stukje mokkagebak bij”, vervolgt de gastheer. Dat zegt hij niet tegen dovemans oren en dus wordt er onder het genot van koffie en mokkagebak gekletst over het leven van de excentrieke d’Ancona. ‘Het jong oet stad’, die door het leven dartelt en met volle teugen geniet van alles wat op zijn pad komt.

Hij wordt bij het grote publiek bekend als juryvoorzitter van Henny Huismans ‘Soundmixshow’. Hoe hij daar terechtkomt, levert een mooie anekdote op: “Huisman was een keer met een voorronde van de Soundmixshow in Groningen. Daarbij moest ook een jury gevormd worden. Ik nam zitting in die jury en ik ben misschien wel klein, maar ik durfde natuurlijk wel wat te zeggen. Dat heeft blijkbaar indruk gemaakt op Henny, die later een goede vriend van me geworden is. Als tijdens de Soundmixshow een jurylid wegvalt, reageert Henny: ‘Dan moeten we die gek uit Groningen hebben!’ Zodoende werd ik gebeld en gebombardeerd tot juryvoorzitter van de Soundmixshow.” Het blijkt het begin van een succesvolle carrière in de showbizz, die dankzij d’Ancona’s ‘brillenescapades’ zoals hij dat noemt ook lucratief blijkt: “Dankzij die brillen kunnen we in dit riante pand in Paterswolde wonen.”

Het begint echter als zeventienjarige jongen bij het schrijven voor het clubblad van voetbalvereniging Be Quick 1887 in Haren: “Een sportredacteur van het Nieuwsblad was daar ook bij betrokken en die vond dat ik mooi kon schrijven. Hij bood me daarop een baantje aan bij het Nieuwsblad. Ik tikte vervolgens jarenlang op zondagavond sportverslagen uit.” Na een mislukte studie Rechten en een even mislukte studie Engels blijft d’Ancona schrijven voor het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden. Tegenwoordig beter bekend als het Dagblad van het Noorden, waar hij op zijn tweeëntachtigste nog steeds theaterrecensent voor is.

In diezelfde tijd groeit hij tevens in het scheidsrechtersvak en haalt daarmee de top van het amateurvoetbal: “Ik was net niet goed genoeg voor het betaalde voetbal, maar het is het allermooiste wat ik in mijn leven heb gedaan.” Ondanks het feit dat hij bij een wedstrijd tussen Jubbenga en Velocitas door de Mobiele Eenheid bevrijd moet worden uit het ballenhok: “Het was sowieso niet handig om een Groninger een wedstrijd in Friesland te laten fluiten, waarin ook nog eens een ploeg uit Groningen meedoet. Na een, in de ogen van de Friezen, foutieve beslissing moest ik me uit de voeten maken. Ik maakte daarbij de cruciale fout om het ballenhok aan te zien voor de kleedkamer van de scheidsrechter. De ME heeft me er toen uit moeten vissen.”

Maar liefst tweeëntwintig jaar geeft hij zelf leiding aan de meest uiteenlopende wedstrijden in de top van het amateurvoetbal. Als de journalist aangeeft voor Valthermond te voetballen, dan herinnert d’Ancona zich nog wel een wedstrijd van Valthermond die hij ooit heeft gefloten: “Henk Nienhuis was toen trainer. Na een beslissing riep hij: ‘Kom nouuuuu!’. Ik legde daarop het spel stil, rende op draf naar de zijlijn en vroeg hem: ‘Wat is er?’ Dat hoofd van Nienhuis op dat moment vergeet ik nooit meer. We voetbalden zonder weerwoord verder. Ik werd beoordeeld met een 9 die wedstrijd, zie ik hier.” Het typeert de Groninger, die in een volgeschreven schriftje dat aan elkaar hangt met plakband alle uitslagen van voetbalwedstrijden in het district Noord van de KNVB uitschrijft, inclusief klassen en beoordelingen van de wedstrijden die hij zelf fluit. Het schriftje verschijnt later die middag op de eettafel. “Hij bewaart alles”, reageert Langhout, “Hij heeft ook altijd een notitieblokje en een pen in zijn binnenzak om even iets te noteren of een quote ergens op te pikken.”

Ze leren elkaar kennen op een bankje in Bangkok, Thailand. Ze zijn toevallig op hetzelfde moment op reis door het land van de eeuwige glimlach. Tijdens een kerstfeestje van de Nederlandse ambassade waar ze allebei voor uitgenodigd zijn, slaat de vonk na enige aarzeling over. Langhout vertelt over hun eerste ontmoeting: “Ik dacht echt oh nee, daar heb je die zeikerd van de Soundmixshow.” Het blijkt echter al gauw dat het klikt tussen de twee: “Ik wilde eigenlijk mijn drankje opdrinken en zo snel mogelijk weg, maar gaandeweg het gesprek wordt al snel duidelijk dat we een gemeenschappelijke interesse hebben: Theater. We babbelen er de hele avond over en die zeikerd van de Soundmixshow blijkt eigenlijk een heel gevoelig mens.” Uiteindelijk komen ze overeen om samen eens een première te bezoeken als ze terug zijn in Nederland. “Toen we een première hadden, gingen we samen over de rode loper en dat bleek voor de roddelpers een reden om van een liefdesrelatie uit te gaan”, vertelt d’Ancona waarop hij de dag erna meteen Langhout belt: “We staan in alle bladen.” Oei, denkt de theaterproducent op dat moment, die vervolgens snel contact legt met zijn moeder: “Mijn moeder zit namelijk ook gewoon bij de kapper door die magazines te bladeren. Ik belde haar en vertelde dat ik een Bekende Nederlander had ontmoet in de persoon van Jacques d’Ancona.” Daarop reageert zijn moeder met: “Oh, gelukkig. Ik was even bang dat je Paul de Leeuw zou zeggen.”

Het is de start van een inmiddels tweeëntwintig jaar durende relatie, die zich na drie jaar vestigt in Paterswolde. Twee homoseksuelen in een klein dorp is in die tijd best spraakmakend, maar ondanks dat zetten ze de schouders eronder. Ze spreken vol liefde over elkaar: “Jacques is een heel gevoelig en sociaal mens. Als hij ergens komt dan gaat hij niet weg voordat hij iedereen, tot de toiletjuffrouw aan toe, een hand heeft gegeven. Men heeft natuurlijk een vooroordeel, maar ik heb altijd bewonderd hoe hij zich staande heeft gehouden.” d’Ancona vult daarop aan: “Ik heb de mazzel dat ik jong van geest ben en dat komt mede door Hans. Hij houdt me zeker jong. Ik leef door hem in het hier en nu, anders zat ik nu wel ergens te kniezen.”

Gesteund door zijn man groeit de Groninger in de loop der jaren uit tot een instituut in de theaterwereld. Daarbij bloeien vriendschappen met Joop van den Ende, Herman van Veen en tal van andere prominente namen op. Spijt staat niet in het woordenboek van d’Ancona: “Natuurlijk gaan er wel eens dingen anders dan je hoopt, maar ik ben blij dat het allemaal zo is gelopen.” Zo is hij ook gelukkig met het feit dat hij nooit de top van de scheidsrechterswereld heeft gehaald: “Als ik meer had bereikt, had ik minder bereikt.” Daarmee doelt d’Ancona op zijn carrière in de theaterwereld, die hij niet zou hebben gehad wanneer hij professioneel scheidsrechter zou zijn geworden. De recensent geeft daarnaast aan nooit gekke dingen te hebben gedaan: “Ik zorgde er altijd voor dat ik niet het onderwerp van een negatief gesprek was. Daarom stond ik nooit op de voorpagina’s. Je hebt mij niet kunnen betrappen op rijden onder invloed of dat ik met 180 kilometer per uur over de A7 aan het jagen was.”

D’Ancona doet zoveel in zijn leven, dat het bijna niet in één artikel te vatten is. Hij belandt in de scheidsrechterscommissie van het betaalde voetbal en nog steeds coacht hij scheidsrechters in het talententraject van de KNVB: “Ik heb bijvoorbeeld Bas Nijhuis en Danny Makkelie gecoacht.” Daarnaast geeft hij lezingen, is hij veilingmeester voor goede doelen, dagvoorzitter en presentator en terwijl we het erover hebben, is er toch iets van spijt bij d’Ancona te bespeuren: “Ja, ik had er misschien meer van moeten genieten. Ik heb alles altijd als werk beschouwd.”

Door de coronacrisis staat ook het leven van d’Ancona en Langhout even stil. Waar de recensent immer nog minimaal drie voorstellingen per week bezoekt en dan in de holst van de nacht vanuit het Westen weer terugkeert in Paterswolde, is dat nu niet het geval. Vanwege de maatregelen rondom het coronavirus zijn de agenda’s van d’Ancona en Langhout van honderd naar nul gegaan, zoals eerstgenoemde het zelf zegt. “We hebben al zoveel niet meegemaakt in die paar weken. Hans zou een première van toneelvereniging Erica in Yde hebben, we waren uitgenodigd voor een diner ter ere van de vijfenzeventigste verjaardag van Herman van Veen en zo zijn er nog veel meer dingen die we hebben moeten afzeggen. De kunst in deze tijd is om de realiteit onder ogen te blijven zien en zo op afstand dichtbij te leven”, relativeert d’Ancona.

Als de foto voor het artikel gemaakt is en het mokkagebak in de maag verdwenen is, wordt er een einde aan het bezoek gebreid. De journalist wordt door d’Ancona zelf uitgelaten. Bij de brievenbus wordt er nog even over voetbal gebabbeld: “Je zei dat je voetbalt, wat is je positie?” Terwijl de journalist met zijn antwoord bezig is, maakt d’Ancona het al af: “Centrale verdediger hè?” Het klopt en hij verdwijnt vervolgens lachend in de grote deuropening.