‘Ik heb nu zorg, blijft dat zoals het is?’

norg zorg inloopavond 2

Inloopbijeenkomsten zorgtaken gemeente: vooral veel praktische vragen.

RODEN – Nog niet op alle vragen van bezorgde burgers is er een klip en klaar antwoord. Maar de wil om een goede samenwerking aan te gaan, is er zeker. Bezoekers van de bijeenkomsten worstelden vooral met praktische vragen. ‘Wat betekent het straks voor mij?’, daar willen zij het liefst een concreet antwoord op.

Natuurlijk zijn mensen bezorgd, want de veranderingen zijn ingrijpend. Niet alleen is de gemeente straks verantwoordelijk, ook moeten ze flink bezuinigen. Voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bijvoorbeeld, die straks voor een deel de verdwijnende AWBZ opvangt, heeft de gemeente zo’n 25 procent minder budget. Vooral mensen die afhankelijk zijn van zorg, kwamen af op de uitnodiging van de gemeente. Veel van hen met een vragenlijst onder de arm.

‘Mijn zoon is autistisch, kan ik op dezelfde zorg blijven rekenen?’

Zo wil een moeder van een autistische zoon weten of hij dezelfde zorg houdt. Haar minderjarige zoon krijgt nu zorg op drie verschillende niveaus: hij verblijft op gezette tijden in een zorgboerderij, daarnaast krijgt hij zorg in natura en is er iemand die hem individueel begeleidt. Zijn indicatie loopt tot oktober 2014 en valt dus nu nog onder Bureau Jeugdzorg. De herindicatie gebeurt daarom door hen. Wat verandert er na 1 januari? Heeft hij recht op dezelfde zorg dan nu het geval is? En bij wie moet ik daarvoor aankloppen?, wil ze weten. In de hoop antwoorden te krijgen op al haar vragen, schoof zij aan tafel bij Anne Marie Hofstede, projectleider Jeugd in Noordenveld. “Grofweg zijn er straks twee mogelijkheden: dat is één, zorg in natura en twee, een persoonsgebonden budget (PGB)”, legt Hofstede uit. “Het verschil zit hem hierin: In het eerste geval kijken wij of we zelf gepaste zorg kunnen aanbieden. Dat doen we via de zorgaanbieders met wie wij als gemeente een contract hebben. Dan praten we over ‘door de gemeente ingekochte zorg’. Een vast contactpersoon bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) bekijkt welke zorg de cliënt nodig heeft. En of die geboden kan worden. Is dat het geval, stuurt zij de cliënt meteen door naar de betreffende zorgverlener. Dat is handig, want er is op deze manier geen geldstroom tussen zorgverlener en cliënt. Die wordt dus niet geconfronteerd met rekeningen. Mocht het zo zijn dat we die specifieke zorg niet kunnen bieden, moet dat elders gehaald worden. In dat geval wordt een PGB opgesteld. Dat werkt zo: het CJG bespreekt de mate van zorg voor een cliënt met een aantal deskundigen in een Multi Disciplinair Overleg (MDO). Daar zijn onder andere een gedragswetenschapper, een psycholoog en een jeugdarts bij betrokken. Vervolgens wordt de hoogte van het PGB vastgesteld. Dat bedrag wordt gestort op een rekening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gestort. De cliënt stuurt de ontvangen rekeningen van de zorgverleners door naar de SVB, die ze vervolgens betaalt.” En stel dat ouders zelf een zorgverlener aandragen die geen contract heeft met jullie of een zorgorganisatie? Kan dat? “Dat is ook mogelijk. Maar de desbetreffende persoon moet wel aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen en geregistreerd zijn bij het BIG-register. Wat die eisen zijn? Dat kan ik je nu nog niet vertellen. Daar moeten we de richtlijnen nog voor opstellen. Maar in principe wordt er zorg in natura aangeboden tenzij een ouder gemotiveerd aangeeft dat… nou, ja. Vul maar in.”

Andere veel gestelde vragen zijn: ‘ik heb een indicatie tot maart 2017. Hoe zit dat dan? En: moet ik het hele traject opnieuw doorlopen in 2015, terwijl ik al zorg heb? Kun je daar ook antwoord op geven? “In het geval van de indicaties: 2015 is een overgangsjaar. Dat betekent dat álle indicaties die tot na 2016 lopen, toch per 1 januari 2016 vervallen. Dan vindt er een herindicatie door het CJG plaats. Dat geldt ook voor alle indicaties die in 2015 vervallen. Gevallen met indicaties die lopen tot en met 31 december 2015 houden dezelfde zorg tot die tijd. Dan de tweede vraag: daar kan ik kort over zijn. Mensen die al zorg hebben, hoeven niet het hele traject vanaf het begin opnieuw te doorlopen. We bekijken de dossiers van de betreffende cliënten en op basis daarvan maken we een zorgplan”, stelt Hofstede gerust.

‘Niet afwachten, maar zelf actie ondernemen’

Minder concreet zijn de antwoorden op vragen van mensen die nu nog geld krijgen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze vervalt per 1 januari. Zij, een groep van zo’n 300 inwoners binnen Noordenveld, vallen vanaf volgend jaar onder de Wmo. Deze wet regelt dat ouderen en mensen met een handicap of psychische problemen ondersteuning krijgen. Vooral ouderen maken zich zorgen. De gemeente moet fors bezuinigen, er is een kwart minder te besteden dan voorheen. ‘Over vijf jaar lig je als oudere in de goot’, is een veel gehoorde (nood)kreet.

“Er zal efficiënter gewerkt moeten worden”, stelt Albertus Hamstra, kwartiermaker voor de gemeente Noordenveld. Hij moet ervoor zorgen dat de groep kwetsbare mensen niet buiten de boot valt, maar op een succesvolle manier kan deelnemen aan de samenleving. “Zo weinig mogelijk bureaucratie, dat kost geld. De lijntjes moeten kort zijn. En we moeten als gemeente per geval goed bekijken hoe we de zorg zo slim mogelijk kunnen inzetten. Dat begint bij bewustwording: ouderen kunnen zelf alvast maatregelen nemen door bijvoorbeeld bepaalde voorzieningen te treffen. Zoals? Nou, te denken is tijdig de woning aanpassen bijvoorbeeld. Drempels weghalen, slaapkamer en douche beneden maar ook: zijn er kinderen of familie die kunnen helpen? Helaas zijn er ook ouderen die afwachten tot het niet meer kan. In die gevallen moeten we bekijken wat we als gemeente kunnen doen. Sowieso willen we beredeneren vanuit de vraag: welke vraag is er en wat kunnen we er aan doen? En niet andersom. Neem als voorbeeld een 88-jarige man die door een beperking niet meer kan autorijden maar nog wel een auto heeft. Zeggen we dan ‘verkoop je auto maar’ of moeten we die scootmobiel vanuit de Wmo verstrekken? Zo iemand zou dat zelf prima kunnen oplossen toch? We kunnen als gemeente wel op een andere manier ondersteunen: door uitleg te geven over een scootmobiel bijvoorbeeld. Waar hij op moet letten, verzekering, dat soort zaken”, stelt Hamstra. De dame die bij Hamstra aan tafel zit, is er nog niet zo gerust op. “Ik had een plenaire bijeenkomst verwacht. Ik zie nu allemaal stukken en brochures op de tafels liggen, daar kan ik me echt niet op concentreren, Wat mij zorgen baart is dat het zo kort dag is. Er moet zóveel geregeld worden in korte tijd. Ik hoop dat het goed komt”, zegt zij fronsend. De heer Piet Notebomer, bestuurder van de Noorderkroon in Roden, heeft ook vragen. Wat verandert er voor de 100 bewoners van zijn woonservicecomplex? “Ik heb zojuist afgesproken met Greta Hoving (teamleider Welzijn, Onderwijs en Sport) dat ik alle vragen inventariseer die er bij de bewoners leven. Die speel ik aan haar door. Daarna komt zij in de Noorderkroon persoonlijk uitleg geven. Dat lijkt mij voor nu een prima oplossing” zegt Notebomer tevreden. Volgens wethouder Alssema komt het allemaal dik in orde. “Het is veel en niet alles is al klaar, maar er wordt achter de schermen hard aan gewerkt. Veel taken hadden we ook al, maar dat weet niet iedereen. Het is belangrijk dat het duidelijk wordt dat er voor iedereen één centrale toegang is. Dat is het CJG samen met de Noordenveldwerkers. Iedereen met vragen rondom zorg kan bij hen terecht en wordt persoonlijk geholpen door een vast contactpersoon.”