‘Ik hoop dat de goede harmonie straks niet stopt’

Nieuw Roden Jos Davina

Jos da Vina tapt binnenkort z’n laatste biertje

NIEUW RODEN – Ruim twintig jaar runt Jos da Vina Tapperij/Biljart Da Vina in Nieuw Roden. Op zondag 27 september tapt Jos zijn allerlaatste pilsje als kroegbaas. Hij stopt. Naar dat moment ziet hij uit. Niet omdat hij er zat van is, maar hij heeft het wel gehad. ‘Ik werk ondertussen 48 jaar in de horeca. Dan komt er een moment dat het klaar is. En dat moment is nu aangebroken.’

Jos zegt het nuchter, achter op het overdekte terras van zijn altijd schone café. Maar toch. Diep van binnen gaat hij zijn werk missen. De klanten, de verenigingen en de activiteiten die er plaatsvonden. Het zal wennen zijn om straks langs het pand te lopen dat jarenlang je tweede huis was. Of om te biljarten in het pand waar je duizenden biertjes tapte, als het tenminste een café blijft. Want dat is nog maar de vraag. Achter de schermen wordt er gepraat met kandidaten, een kogel is nog niet door welke kerk dan ook. ‘Voor Nieuw Roden zou het goed zijn dat dit een café bleef. Dat moet eigenlijk. Een café hoort in een dorp als Nieuw Roden. En bovendien: er is al zoveel leegloop hier. Wat er op dit moment speelt, weet ik niet. Ik hoor verder niks. Ook ik wacht het allemaal wel af.’
Da Vina heeft Italiaanse roots. Dat verklaart dus zijn bijzondere en prachtige achternaam. Via Twente, Drenthe en de Achterhoek belandde hij weer in Drenthe, in Nieuw Roden dus. Eind 1995 opende hij de kroeg. In het pand zat voorheen een kapsalon. ‘Ik kende het pand en toen men mij vroeg of ik er een café wilde beginnen, wist ik meteen hoe ik het wilde hebben. En kennelijk had ik dat goed gezien, want het is nog steeds zo. Er is nooit meer verbouwd. Het gekozen concept was dus gewoon goed.’

Hoewel Da Vina nog een aantal maanden aan de bak moet, kijkt hij met ontzettend veel plezier terug. ‘Toen ik begon waarschuwden mensen me. De verhalen over de Zwarte Bende, mensen van buitenaf en moeilijke klanten. Nou, dat is achteraf enorm meegevallen. Er is nooit trammelant geweest. Dat is ook een kwestie van de juiste snaar raken, mensen op de goede manier aanspreken. Weet je, er is niets moeilijker dan een café runnen. Je kunt namelijk niet weg. In een restaurant of café kan dat nog wel. Ik heb de afgelopen jaren zo veel gehoord. Maar ik wist nooit iets. Kwestie van horen, zien en zwijgen. ‘

Hoogtepunten? ‘De activiteiten uiteraard. De fietstochten, de dartstoernooien, de biljarttoernooien. Klaverjassen. Geweldig allemaal. Ik heb altijd samengewerkt met jongens uit het dorp. Zij zorgden altijd voor heel veel deelnemers. Die samenwerking was echt top, zoals ik altijd in goede harmonie met de klanten ben geweest. Ik hoop dat die harmonie blijft. Dat die niet stopt als ik straks geen kroegbaas meer ben’, zegt Jos.
Een ouderwetse, bruine kroeg. Zo noemt Jos zijn café. ‘Ik heb altijd prima kunnen leven van het café, ondanks het feit dat het de afgelopen jaren wel minder is geworden. Dat heeft met de recessie te maken. Toch heb ik nog steeds een mooie groep met vaste klanten. Van zeventig plus tot twintigers. Iedereen komt hier. Ik ben er van overtuigd dat als deze kroeg in Roden had gestaan, je echt een gouden tent had.’ Ondertussen hoort Da Vina nadrukkelijk bij de inventaris van het dorp. Zo was hij zes jaar voorzitter van de Handelsvereniging. Ook maakt hij al ruim vijftien jaar deel uit van het bestuur van de Koninklijke Horeca Nederland afdeling Noordenveld. Da Vina is een bekend gezicht in de regio. Een beetje hét gezicht van Nieuw Roden ook. Als zwaar heeft hij zijn baan nooit ervaren. ‘Het moet in je zitten. Het is een gave. Je hebt een wat ander ritme, maar dat heb ik nooit als een probleem ervaren. Nu ik wat ouder word, merk ik het wel. Nu pak ik nog wel eens een extra moment van rust. Nee, meedrinken moet je als kroegbaas niet doen. Zelf drink ik al een jaar of drie niet meer. Ik ben behoorlijk ziek geweest. Ik had poliepen op de alvleesklier. Ben ik toch een maand of negen heel erg ziek van geweest. Voordeel is wel dat ik twintig kilo ben afgevallen, haha.’
Hoewel Jos altijd het gezicht van de zaak is geweest, moet ook de rol van zijn vrouw Henny niet vergeten worden. ‘Henny is m’n rechterhand. Zij is ook de reden dat dit café altijd brandschoon is. Ze komt elke dag, en dat vinden de klanten ook leuk. Henny is een gezellige vrouw. Als ik sluit maak ik alles voor m’n gevoel al helemaal schoon. Henny doet het de volgende lach altijd nog een keer dunnetjes over. De vloer plakt hier niet, hier nooit een bierlucht als je binnenkomt. Ik durf best te zeggen dat we één van de schoonste cafés van de regio hebben. Misschien wel de schoonste. Ik vind dat ook een vereiste hoor. Het moet altijd schoon en netjes zijn’, zegt Jos, die ook de honkvaste werknemers Marianne en Lena prijst. ‘Ook twee kanjers die hier al jaren werken en er voor hebben gezorgd dat het altijd prima liep hier.’
Da Vina weet dat 27 september dichterbij komt. Hoewel hij heel nuchter kan praten over het leven na het café- Jos heeft hobby’s genoeg- ziet hij er ook wel wat tegenop, al geeft hij dat niet toe. ‘Je hebt toch iets opgebouwd. Op zo’n laatste zondag zullen er besliste moeilijke momenten zijn. Als vaste klanten iets gaan zeggen. Dan zou er zomaar een traantje kunnen komen. Je deelt toch lief en leed met elkaar. Je hebt hier zoveel mooie herinneringen liggen. Natuurlijk ga ik dat missen. Maar: ik kijk ook enorm uit naar de laatste dag. Ik zit bijna een halve eeuw in de horeca, heb alles gezien en ben straks 66 jaar. Het is genoeg geweest zo.’