‘Ik hoop dat ik nog genoeg tijd van leven heb’

Theo Tel: ondernemer met weinig tijd en veel dromen

LEEK – ‘Stond je al lang te wachten?’ Theo Tel stapt uit zijn bestelauto. Hoed op, waxcoat aan, thermoskan koffie in de hand, vriendelijke lach op zijn vollemaansgezicht. Hij zwaait naar de Roomsterborgh. ‘Mooi he? Kom, we gaan naar binnen.’ Binnen is het aangenaam. In het midden staat een enorme tafel. Er worden kopjes tevoorschijn getoverd. ‘Koffie?’
Maar eerst een rondleiding. De binnenkant van de Roomsterborg bestaat uit twee grote ruimtes, met in het midden de tafel. Hij loopt naar de linkerruimte. ‘Hier gaan we wonen.’ Tel wijst op krijtstrepen die op de vloer zijn getekend. ‘Hier komt de kamer, hier de keuken en hier de slaapkamer. Kijk, het bad komt gewoon in de slaapkamer te staan. Dat doen ze in Frankrijk ook.’ Hij lacht ondeugend: ‘Dan kan ik mooi naar mijn vrouw kijken als ze in bad zit.’ Hij wijst op de bak met hout die naast de kachel staat. ‘Daar ben ik geboren. Precies op die plek.’
Tels ouders hadden een boerenbedrijf op de plaats waar nu de Roomsterborgh staat. ‘We waren niet arm, maar we leefden eenvoudig. Mijn moeder was inventief. Dat leer je wel te zijn als je het niet bijzonder ruim hebt. Ze leerde me nooit bij de pakken neer te zitten. Ik nam uiteindelijk het boerenbedrijf over. De rest van de familie studeerde, ik was de domste.’ Hij lacht weer. ‘Ik heb wél vier jaar landbouwschool gedaan. Ik ben tot mijn 28ste boer geweest. Het was niet echt het leven dat ik wilde leven. Ik houd van dieren, dus ook van koeien, maar ik wilde dit niet zeven dagen in de week doen. Ik wilde erop uit.’

Geen tijd, wel veel dromen
Tel begon een bedrijf in landbouwmachines. ‘We bouwden ze zelf. Het bedrijf liep ontzettend goed, maar ik was overal mee bezig, behalve met wat ik echt wilde doen, namelijk ontwerpen en bouwen. Ik had 60 man personeel, dus dan ben je vooral bezig met administratie en personeelszaken. Uiteindelijk verkocht ik de fabriek. Dat zorgde ervoor dat ik middelen had. En middelen zijn belangrijk als je dingen wilt doen. Middelen en tijd. Ik had mijn hele leven geen tijd gehad, maar had wel dromen.’
Tel wilde gaan bouwen. Op de plaats waar zijn ouders hun boerderij hadden gehad. ‘Als je een landbouwmachine kunt schetsen, kun je ook een gebouw tekenen. Een bevriende architect werkte de tekeningen uit. En zo kwamen de plannen van de Borghoeve klaar.’ Naast de Roomsterborgh staat een complex met 18 huurwoningen, in de stijl van een Limburgse boerenhoeve. ‘Ik heb het allemaal zelf betaald. Geen cent subsidie. We begonnen al te bouwen toen we nog maar één huurder hadden. Ik had er alle vertrouwen in. En alle woningen zijn verhuurd.’
Tel bedacht het ontwerp van het gebouw helemaal zelf. Daarbij lette hij ook op het uiterlijk. Zo gebruikte hij leisteen en oude Friese dakpannen. ‘Dat is mooier. Duurder, maar mooier.’
Maar bij de Borghhoeve bleef het niet. ‘Zevenhuizen, ja. Moeten we het daar over hebben?’ Hij rolt met zijn ogen en zucht. ‘Oké even dan. Het plan ligt er. Een molen met drie pakhuizen en een aantal huurwoningen. Ik zie het helemaal voor me. Zevenhuizen is zo’n leuk dorp. Dat verdient het gewoon. Maar de gemeente begon moeilijk te doen. Ik zie dan een prachtig project waar mensen kunnen wonen, zij zien een dak dat te hoog is. Ik wil het nog steeds wel graag bouwen, maar ik ben wel een beetje klaar met het gezeur. En weet je, ik betaal het zelf. En er wordt geroepen dat we moeten bouwen, bouwen, bouwen. Maar goed, de wethouder is hier geweest voor een handreiking en we zullen zien waar we op uitkomen. Ik lijk misschien wel een pipo, maar als het te veel wordt, ben ik een vervelend mannetje. Net als iedereen, denk ik. Ineke is nog steeds bij me, al 47 jaar. Dus zij vindt me wel leuk.’
Hij lacht weer. ‘Ik wilde nog één keer iets moois maken. En dat wil ik nog steeds. Maar ik maak me er niet meer druk om. Het leven is te betrekkelijk.’

In het spoor van Sjoukje
Dat het leven betrekkelijk is heeft Tel aan den lijve ondervonden. Zo verloren hij en zijn vrouw Ineke hun dochter Sjoukje. Haar naam staat op zijn arm getatoeëerd. Hij wil er niet te veel over vertellen, dat raakt hem te hard. Zelf kreeg Tel een herseninfarct. ‘Dat is zo raar. Opeens kun je de helft van je lichaam niet meer bewegen. Ik kon ook niet meer praten.’ Hij staart even voor zich uit. ‘Ik werd meteen naar het ziekenhuis gebracht en daar kreeg ik vloeistof toegediend. Een week later werd ik geopereerd en zoals het in Nederland gaat, drie dagen na de operatie mag je weer naar huis. Een week later was ik weer aan het werk. En dat zeg ik niet om op te scheppen, maar omdat ik me goed genoeg voelde. Zo snel kan het gaan. Maar ik had ook al vier omleidingen. Hij laat een flink litteken op zijn arm zien. ‘Hier is een ader uitgehaald.’
Zijn gezondheid heeft Tel wel aan het denken gezet. ‘Ik vraag me wel echt af: heb ik nog genoeg tijd? Voorheen was ik me niet zo bewust van mijn leeftijd, maar nu wel. Ik wil nog zoveel doen. Zo willen Ineke en ik nog naar Amerika. Onze Sjoukje heeft daar gestudeerd. We willen in haar spoor reizen. En eigenlijk willen we nog veel meer reizen. We gingen regelmatig naar ons huis in Frankrijk. Maar dat staat nu te koop. Het wordt te veel werk. Maar het is een prachtig huis. Een kasteel. We willen nu liever echt reizen, bijvoorbeeld naar Sint-Petersburg, om de Hermitage te zien.’ Tel loopt nog even mee naar buiten. ‘Kijk eens, hier zijn de openslaande deuren. Daar kunnen we straks als het mooi weer wordt koffie drinken. En als de begroeiing daar wat hoger wordt, hebben we meteen meer privacy.’
De Borghhoeve is een kunstwerk. Vindt Tel zichzelf geen kunstenaar? ‘Och hemel nee. Ik pruts maar wat. Ineke vindt dat ik leuke dingen maak. Dat vind ik belangrijk. En dat ik nog tijd van leven heb.’