‘Ik kan mijn eigen werk heel slecht zien’

image

Helga Mast: fenomeen uit Oostwold

OOSTWOLD – Oostwold is meer dan voetbalclub Pelikaan S. Je zou het bijna vergeten tegenwoordig maar het dorpje heeft véél meer te bieden. Een van de beste bewaarde geheimen is ongetwijfeld Helga Mast. Ze is kostuumontwerpster. Van een uitstervend ras. Misschien wel een van de beste die ons land kent. Dat ze nog relatief onbekend is, komt ook door haar zelf. Ze is bescheiden. Buitengewoon kritisch op haar eigen werk. ‘Ik kan mijn eigen werk heel slecht zien. Soms duurt het heel lang voor ik zelf zie dat het best aardig gelukt is’, zegt ze. De Krant ging op bezoek in Oostwold.

Ze is, zo zegt ze zelf, al honderd jaar kostuumontwerpster. Ze heeft geen Senseo, zet de koffie nog op de ouderwetse manier. De woning, die ze jaren geleden kocht, is nog steeds niet helemaal af, maar nu al erg mooi. En haar atelier natuurlijk. Daar verblijft ze vaak. Daar gebeurt het. Want wat Helga maakt is prachtig. Echt prachtig. Met de hand gemaakt. Uniek.

‘Kostuumontwerpen is als beeldhouwen. Je vertelt een verhaal. Ik kwam er overigens relatief laat achter dat dit is wat ik wilde. Ik liep stage bij Prins Charming. Zij maken ook de pakken voor De Toppers bijvoorbeeld. En Karin Bloemen. Ik heb toen een aantal kostuums voor Nicky Nicole gemaakt. Ze werd Miss Travestie.‘ Na enig aandringen laat Helga de foto’s van Nicole zien. ‘Ja, ik heb er moeite mee om naar mijn eigen werk te kijken. Ik weet niet wat dat is, maar ik word er kriebelig van. Pas jaren later kan ik het (soms) waarderen.

Om echt geld te verdienen met het maken van kostuums zou ze eigenlijk in Amsterdam moeten wonen. En niet in Oostwold. ‘Bovendien moet je in dit wereldje echt meedoen met ‘ons kent ons’. Het is een heel competitieve wereld. Je moet je daar vol op storten. Ik ben iemand die alles graag heel goed wil doen. Het maken van kostuums is tijdrovend. Bovendien: het kan altijd beter. Ik zie altijd dingen die ik een volgende keer anders zou doen. Ik ben dan ook zelden echt tevreden. Of dat irritant is? Nou ja, ik ben perfectionistisch. Kan ik niets aan doen.’

Ondertussen maakte ze de kostuums voor verschillende theaterproducties van Goov Muziektheater. Grote producties. ‘Het gaat in deze wereld om het totaalplaatje. Alleen de kleding is het nog niet. Mensen moeten het dragen, er in bewegen. Het gaat om de beleving. Een mooi kostuum komt pas goed tot uiting op de plek waarvoor het bedoeld is. Niet in een atelier. Voor de grotere producties maak je andere kostuums dan wanneer je één kostuum voor iemand maakt. Theater is anders dan werken voor een persoon. Bij een individu moet je de rijkdom van het handgemaakte kunnen zien en voelen, in het theater moet het stralen op tien meter afstand en dat kan ook met goedkoop materiaal. Dat is een wezenlijk verschil natuurlijk. Voor Goof heb ik ontzettend veel verschillende kostuums gemaakt. Zó mooi om te doen. En soms, heel soms, als ik dan in de zaal van de Oosterpoort zit, ben ik stiekem best een beetje trots. Maar dat is eerder uitzondering dan regel.’

Helga weet dat ze aan de weg moet timmeren. Dat mensen haar niet zomaar vinden. Dat mensen niet per definitie weten wat ze allemaal kan maken. ‘Ik maak ook trouwjurken. Ook voor zwangere vrouwen bijvoorbeeld. Of ik maak boorduurwerk voor bestaande jurken. Ik ben nu weer bezig met een opleiding borduren. Ik wil me blijven ontwikkelen en besef dat ik me moet laten zien, moet laten horen. Het zou inderdaad goed zijn als een bekende Nederlander mijn kleding zou dragen. Een lopend reclameobject. Ach, wie weet komt het ooit nog eens zover.’

Onlangs kreeg Helga een telefoontje. Van Boukje Mulder, bekend van het tijdschrift ‘Handwerk zonder Grenzen.’ ‘Ze vroeg of ik iets voor het tijdschrift wilde maken. Dat heb ik gedaan. Inger van Til (uit Paterswolde) draagt het resultaat. Of ik trots ben? Nou ja, ik zie alweer dingen die ik een volgende keer toch anders zou doen. In het tijdschrift staat een werkbeschrijving, voor wie de jurk na wil maken. Inderdaad, dat is niet echt commercieel gedacht, maar ook voor mij wordt het zaak om weer bekendheid te krijgen. ‘Handwerken zonder Grenzen’ is een echt verzameltijdschrift, iets blijvends. Mensen komen je dus weer eens tegen. Dit tijdschrift eindigt zelden bij het oud papier.’

Wonen in het noorden heeft wat betreft het maken van kostuums meer nadelen. ‘Materiaal bijvoorbeeld, is hier amper te krijgen. Moet ik voor naar Amsterdam’, zegt Helga, die zich tegenwoordig ook richt op het maken van tasjes en accessoires. ‘Ik ben altijd bezig. Op zoek naar materialen die bruikbaar zijn voor mijn creaties. Dat test ik hier allemaal. Ik ben van plan om straks ook workshops te gaan organiseren en ik overweeg me aan te sluiten bij de Open Atelier Route. Ik ben eigenlijk helemaal niet zo, maar besef dat ik zelf toch actie moet ondernemen. Mensen moeten m’n werk weer zien. Moeten weten wat ik doe. Wat ik kan. En dat gaat niet zomaar.’

Mast is kritisch. Misschien wel iets te kritisch. ‘Ik voeg graag een laag toe aan dromen van een ander. Iemand stelt zich iets moois voor, ik probeer er vervolgens nóg meer uitstraling aan te geven. Of ik een kunstenaar ben? Ik denk het niet. Ik doe het voor een ander, het komt minder uit mijn hart zoals bij kunstenaars vaak wel het geval is. En weet je wat het ook is. Ik heb een man, een gezin. Daar wil ik ook gewoon veel aandacht aan schenken. Als de kinderen nog wat ouder zijn, kan ik nog meer tijd aan de kostuums besteden. Het mooiste zou zijn om aansluiting bij een ander atelier te krijgen. Ik besef dat ik het zelf moet doen. Of ik goed ben? Mwah, ik denk dat de mensen mijn werk wel waarderen.’

Helga Mast is wel degelijk een kunstenares. Al zal ze dat zelf nooit beamen. Daar is ze veel te bescheiden voor. Voor wie meer wil weten, bekijk de site www.helgamast.com. Een aanrader! De foto van Inger van Til in de jurk van Helga is gemaakt door Alfred Oosterman.