‘Ik ken mijn opa nu al tien keer zo goed als vorig jaar’

Wie weet er meer over het paardjerennen in Nieuw-Roden?

ZEVENHUIZEN – Al dik anderhalf jaar werkt Joop Posthumus samen met zijn vrouw Geppy aan een boek over zijn grootvader. Jeep Posthumus was een markante man, over wie tientallen – dan niet honderden – verhalen te vertellen zijn. Vaak zijn deze anekdotes doorspekt met ondeugd, maar volgens kleinzoon Joop is zijn vader moeilijk in één kort verhaal te omschrijven. Naast smakelijke anekdotes over Jeep, zal het boek ook een tijdsbeeld schetsen. Jeep leefde tijdens twee wereldoorlogen, zat in verscheidene kampen en hield onderduikers. En zo valt er nog veel meer te vertellen. Om het verhaal nóg completer te maken dan het al is, zoeken Joop en Geppy nu informatie over het paardjerennen in Nieuw-Roden.

‘We hadden in januari 2018 nog niet kunnen weten dat we zoveel informatie over Joop zijn opa zouden verzamelen’, stelt Geppy op een zonnige dinsdagmiddag in Zevenhuizen. Geppy is degene die vooral veel research doet. Ze helpt Joop graag in zijn zoektocht naar grootvader Jeep. De verhalen boeien ook als je zelf géén directe familie van Jeep bent.

In de winter van 2018 startte de zoektocht dus. Joop weet nog waarom. ‘De verhalen van opa Jeep waren in onze familie heel bekend. Opoe vertelde die verhalen altijd en wij smulden daarvan. Destijds zeiden we al dat de verhalen eens moesten worden opgeschreven. Dat is echter nooit gebeurd. Toen ik een kleinzoon kreeg, ben ik er dan maar mee begonnen. “Deze verhalen moet je echt opschrijven”, zei één van m’n zoons. Daar had hij wel gelijk in.’

Inmiddels telt het boekwerk over zijn opa al 163 pagina’s. ‘En daar komt nog wel wat bij. Ik dacht op voorhand dat het een boekje van zo’n zestig pagina’s zou worden. Maar wanneer je eenmaal de archieven in duikt, wordt het verhaal steeds breder’, zegt Joop. Hij kwam in contact met schrijver Libbe Henstra. Henstra schreef het boek ‘Teken van het beest’, over de geruchtmakende viervoudige moord van IJe Wijkstra. Hij schoot in 1929 vier veldwachters dood en pleegde later zelfmoord. ‘Libbe vertelde mij dat de levenswandel van IJe Wijkstra en die van mijn opa, veel raakvlakken heeft. Vooral over de tijd waarin het speelde. Arme mensen hadden het lastig, heel lastig. De omstandigheden waren slecht, sommigen woonden letterlijk in een hol in de grond. Mijn opa kwam van het Ronerveld. Daar waren slechts plaggenhutten. Drank was in die tijd een gigantisch probleem. Het moet een verschrikkelijke periode zijn geweest voor arme mensen.’

Hoe meer Joop en Geppy in de tijd van toen duiken, hoe meer er boven water komt. ‘Ik ken mijn opa nu al tien keer zo goed als vorig jaar’, stelt Joop. ‘Soms denk ik: dat boek komt niet af. Maar ik wil het wel. Er gaan zeker nog veel pagina’s bijkomen, maar ik wil het toch eens gaan afronden. We willen echter dat alles klopt. En dus checken we ieder detail. We willen dat de feiten kloppen, dat de verhalen kloppen. Het zou zonde zijn om een incompleet verhaal te vertellen.’

En daarom zijn ze op zoek naar informatie over het paardenrennen in Nieuw-Roden. ‘Er is vrij weinig over bekend. Enkele bewoners weten soms nog wat over het paardenrennen, maar veel details kent men niet. Ook foto’s lijken er niet te zijn. We hebben een programma van Paasmaandag 22 april 1946. Toen was mijn opa nog penningmeester van Volksvermaken Nieuw-Roden. In het bestuur vaten onder andere de heer Liewes, Dijk en Roffel.’ Wie enige informatie over het paardenrennen heeft, kan zich melden bij Joop Posthumus.

Na anderhalf jaar onderzoek komt Joop steeds dichter bij het ware verhaal van zijn opa. De paardenhandelaar, woonwagenbewoner en oud kampgevangene heeft een bewogen leven achter de rug. Een conclusie kan Joop nog maar moeilijk geven. Misschien als het boek af is. ‘Maar ik vind hem – ondanks zijn ondeugd – een geweldige kerel.’