‘Ik maak veel verdrietige momenten mee en toch word ik vrolijk van mijn werk’

Jos Doedens over zijn heftige job in de palliatieve zorg

RODEN – Het ontbreken van feesten en partijen baart menig zzp’er in de muziekbranche zorgen. Voor Jos Doedens – bij sommigen beter bekend als DJ Doedie – betekent deze ‘feestloze periode’ vooral dat zijn uitlaatklep wegvalt. De Rodenaar werkt namelijk in de palliatieve zorg, wat inhoudt dat hij cliënten ondersteunt in hun laatste maanden op de aarde. ‘Het is best een heftige job, dat klopt.’ En het coronavirus maakt zijn werk zeker niet minder complex.

 Eigenlijk wou hij politieagent worden, net als zijn vader. ‘Vanwege mijn slechte zicht werd dat hem niet. Ik werd bij voorbaat al afgekeurd. Ik vroeg nog of ik de testen voor agenten mocht doen, maar dat kon blijkbaar niet. Dat vond ik persoonlijk erg jammer.’ Er zat voor Jos niks anders op. Hij moest wat anders zoeken. ‘Men vond mij altijd vrij sociaal, waarop iemand mij vertelde dat ik misschien maar de zorg in moest. Dat ben ik gaan doen. In 1997 begon ik in het Zonnehuis in Zuidhorn. Dat deed ik zo’n tien jaar. Daarna ben ik naar Amsterdam gegaan. Mijn vrouw, een geboren Rodenaar, woonde daar al.’ In Amsterdam werkte Jos onder andere met mensen met een alcoholverslaving en TBS’ers. Later zou hij in Den Dolder nog met in de gesloten Jeugdzorg gaan werken. Het werk beviel hem op zich wel, alleen nam de administratieve last steeds meer toe. De ‘handen aan het bed’ werden steeds minder, waardoor Jos als het ware vervreemde van de essentie van zijn werk.

‘Ik was op den duur helemaal klaar met de zorg’, zeg Jos eerlijk. ‘Ik werkte een jaar niet en keek uit naar een nieuwe stap. Totdat ik opeens iemand tegenkwam die ik eerder had opgeleid in mijn tijd bij het Zonnehuis. Hij vertelde dat hij Thuiszorg Dichtbij had opgezet. Zij leveren verpleegkundige zorg aan mensen die niet meer beter worden. Dat doen zij in de vorm van een coöperatie. Als zzp’er kun je lid worden van de coöperatie en gecontracteerde zorg leveren aan cliënten. Zodoende ben ik vier jaar geleden zzp’er geworden. En dat bevalt heel goed.’

Als zzp’er biedt Jos zich aan bij partijen zoals Thuiszorg Dichtbij. ‘Wanneer er een cliënt is die recht heeft op palliatieve zorg, dan wordt dit door Thuiszorg Dichtbij aangeboden aan de zzp’ers als zorgopdracht. Zij kunnen hier dan op reageren. Op die manier kun je dus zelf bepalen naar welke cliënt je gaat. Daarbij wordt overigens goed gekeken of de cliënt bij de zorghulpverlener past.’ En dat moet ook, want het verlenen van palliatieve zorg is een intensief traject. ‘We maken diensten van 24 uur per keer’, zegt Jos. ‘Daarbij slaap je doorgaans bij de cliënt in huis. Op de logeerkamer bijvoorbeeld of je crasht op de bank. Eten en drinken neem ik meestal van huis mee, maar je moet voor de cliënt wel een maaltje bereiden. Dan snuffel je zomaar in andermans kasten. Juist daarom is zo’n klik belangrijk. Je leeft toch op elkaars lip.’

Tijdens de 24 uur dat Jos bij een cliënt in huis zit, is hij aanspreekpunt voor zowel de huisarts al de familie. ‘Wij, de zzp’ers die de cliënt komen helpen, maken van het huis een soort ziekenhuis. Tenminste: de basis daarvan. Denk aan een Hoog Laag Bed en een bedlift, maar ook aan een sondevoedingspomp. Infusen en dergelijke doen we dan weer niet’, zegt Jos. ‘Thuis sterven is populair en het wordt ook steeds populairder.’ Dat komt ook omdat men er vaak niet extra voor hoeft te betalen. ‘Je bent ervoor verzekerd. Als bij je wordt vastgesteld dat je nog maar een paar maanden te leven hebt, heb je recht op palliatieve zorg.’

Dat maakt dat de omstandigheden waarin Jos zich begeeft, telkens wijzigen. ‘Het komt voor dat je bij iemand thuiskomt waar het niet mogelijk is om binnen te slapen. Dat kan zijn omdat het huis simpelweg niet schoon genoeg is, maar ook als er bijvoorbeeld oudere kinderen in huis wonen. Om hun privacy te respecteren, kun je ervoor kiezen om niet in huis te slapen. Waar ik dan slaap? In een caravan.’

Jos, zelf vader van twee kinderen, kan zelf beslissen op welke klanten hij wel en niet reageert. ‘Het liefst kom ik bij oudere cliënten’, zegt hij. ‘Als ik bij een cliënt kom die mijn leeftijd heeft, dan heb ik daar meer moeite mee. Dan komt het toch dichterbij.’

Al komt het werk van Jos sowieso dichtbij. ‘Maar dat maakt dit werk ook zo bijzonder. Mensen krijgen de aandacht die ze verdienen. Daarbij proef ik een stukje waardering in mijn werk. En het klinkt gek, maar ondanks de verdrietige momenten word ik blij van dit werk. Je kunt mensen helpen in het proces en je bent er voor de cliënt en de familie. Dat geeft een goed gevoel.’

Juist op het sterfbed hebben mensen vaak de behoefte aan een goed gesprek. ‘Het komt regelmatig voor dat je hele diepgaande gesprekken tot midden in de nacht voert’, zegt Jos. ‘Daarbij komt alles op tafel. Ik heb een beroepsgeheim en dat zeg ik de cliënt ook. Dat resulteert er soms in dat men mij dingen vertelt waar de familie niets van weet. Voor de cliënt lucht het op om bepaalde zaken dan alsnog te bespreken.’

De diensten uur zijn intensief, maar voor Jos geen probleem. ‘Voor ik een gezin had werkte ik 32 uur in de zorg, 24 uur als taekwondoleraar en fitnessintstructeur bij het Fitnesscentrum van Bert de Groot en werkte ik daarnaast nog in de horeca. Ik doe het nu rustiger aan. Heb ook nog een gezin hè.’

En toch draait Jos ook nog diensten buiten de palliatieve zorg om. ‘Dat doe ik omdat je in mijn vakgebied telkens moet bijscholen. Ik draai al twee jaar nachtdiensten in een verzorgingstehuis in Uithuizen.’  

In het verzorgingstehuis ziet hij de ellende van de coronacrisis. Vooral het gebrek aan bezoek, valt bewoners zwaar. ‘Op dit moment is het heel schrijnend hoe het er aan toe gaat. Ik had gehoopt dat er met de versoepelingen van het kabinet, ook een bezoekregeling werd getroffen. Mensen worden doodongelukkig nu.’ Het inrichten van ruimtes waar men elkaar veilig kan ontmoeten of simpelweg door een raam praten, doet daar niets aan af. ‘Er is niet per se behoefte aan oogcontact, maar veel meer aan een arm om je heen. Instellingen kunnen er niets aan doen: die roeien met de riemen die ze hebben. Maar vervelend is het wel.’

Dat gaat ook Jos, een vriendelijke reus van bijna 43 jaar, niet in de koude kleren zitten. ‘Onlangs kwam ik bij een vrouw waar ik al 2,5 jaar zorg verleen. Zij moest huilen vanwege de hele situatie. Toen heb ik een arm om haar heen geslagen. Ik ben zorgverlener, dus ik kan dat. Maar als ik zo iemand dan in tranen zie, dan heb ik daar moeite mee. Ik hoop dat er binnenkort een versoepeling komt waardoor directe familie alsnog die arm om de schouder kan bieden.’

Uitlaatklep

Zijn bijverdienste als dj is voor Jos vooral een uitlaatklep. Een uitlaatklep waar hij momenteel niet zoveel aan heeft, aangezien er geen feesten meer worden georganiseerd. ‘Balen, maar dat komt wel weer. Ik draai nu al een paar jaar bij de Lus van Roden, dat is voor mij een hoogtepunt in het jaar. Erg jammer dat dat nu niet kan.’ Het contrast is groot, beaamt Jos. ‘Soms maak je op donderdagavond een sterfgeval mee en sta je op vrijdagavond alweer op een feestje de dj uit te hangen. Dat is toch heel bijzonder.’

Toch went het, zegt de Roner. ‘Je gaat makkelijker met de dood om. En ja, je moet het ook van je af kunnen zetten. Ik verleen zorg in het hele noorden en ben soms blij dat ik eerst nog een uur naar huis moet rijden, zodat ik alles nog even op een rijtje kan zetten.’

Als dj komt Jos dit jaar niet vaak meer in actie, zo schat hij in. Maar gelukkig heeft hij meer hobby’s. ‘Laatst ben ik met de oudste, mijn zoon van 10, wezen vissen. En ik mag graag met de motor weg. Dit jaar zouden we bijvoorbeeld weer meedoen aan de Garbage Run. Die begint op 14 september, tot nog toe kan die gewoon doorgaan. En dat hoop ik van harte. Een week lang door heel Europa op een gammele brommer: een groter plezier kun je mij niet doen. Het is voor mij de ideale uitlaatklep. Mijn zwager, met wie ik vorig jaar voor het eerst meedeed, zei ooit: “Sommige mannen van onze leeftijd gaan naar de psychiater, wij gaan een weekje op de motor Europa in”. Treffender kon hij het niet zeggen, denk ik. Ik kom helemaal tot rust. Ik hoop dan ook van harte dat ik de Garbage Run dit jaar weer mag meemaken. Ik heb die uitlaatklep gewoon nodig.’