“Ik schilder als Jan Cremer want ik rotzooi maar wat aan”

Roden LC Janny Oosterheert

Janny Oosterheert wil zichzelf creatief vooral heel vrij voelen

“Ach nee hoor, aan mij heb je niets, ik klooi wat schilderen betreft maar wat aan, zo’n beetje als Jan Cremer ook van zichzelf zei.” Zegt Janny Oosterheert aanvankelijk als we haar benaderen voor een interview voor deze Kleintje Cultuurrubriek. Maar na enig aandringen – ‘juist voor mensen als ú, die niet zwaarwichtig over hun creatieve prestaties doen, is deze rubriek bestemd’- gaat ze overstag. “Maar ik denk niet dat je er wat mee kunt,”voegt ze er als kanttekening aan toe.

Dat laatste blijkt als zo vaak toch weer erg mee te vallen, want Janny Oosterheert (1952, Loppersum) blijkt niet alleen een levendige gesprekspartner maar ook een getalenteerde creatieve veelkunner te zijn. Ze woont na een veelbewogen, soms zelfs avontuurlijk leven, nu drie jaar in Roden.(‘Vooral omdat mijn moeder hier nu ook woont; zij staat voor mij bij alles op plek Eén.’) En ze is sinds die tijd een enthousiast lid van de Maandagmiddaggroep van de Teken en Schildergroep Roden (TSR). Wim Heesen is haar docent en daar is ze blij mee. “Want Wim laat je vooral vrij. Hij geeft adviezen en helpt je als je daar behoefte aan hebt maar hij laat je voor de rest volledig je eigen gang gaan. Dat is waar het me om gaat: me vrij voelen. Het is – voegt ze er ten overvloede aan toe – overigens een heel fijne groep waar ik in zit; na afloop hebben we vaak de grootste lol in het positief becommentariëren van elkaars werk.”

Oosterheert woonde jarenlang in de Randstad; ze was verpleegkundige die in haar vrije tijd graag grote keramische werken maakte – ‘dat kan ik nu fysiek helaas niet meer aan’- en daarbij samen met een vriendin ook nog een galerie in Delft bestierde. “Druk allemaal, maar leuk om te doen, ik houd ook van avontuur. Ik heb zelfs een tijdje in een Kibboets in Israël gewerkt,” vertelt ze. En lachend: “Jarenlang heb ik hartje Amsterdam aan de Oudezijds Achterburgwal, in de rosse buurt dus, gewoond. Wat een hektiek. Dan is Roden voor mij een oase van rust. Ja, ik voel me hier helemaal thuis. Ik schilder in acryl, want dat droogt lekker snel en je kunt er ook gemakkelijk overheen schilderen, wat ik vaak doe. Ik ben een liefhebster van de zogeheten Klassieke Academie, maar ik experimenteer wel graag. Niet alleen kwasten maar ook pollepels en ramenwissers zijn mijn attributen waarmee ik de verf op het doek uitsmeer. Nee, daar zit geen vooropgezet idee achter. Ik begin en ik zie wel wat er van terecht komt. Ik geef mijn creaties, als je die zo wilt noemen, vaak ter plekke een naam. Lekker ontspannen bezig zijn, me vrij voelen, dáár vooral gaat het me om. Nee, thuis schilder ik niet, daar heb ik ook amper tijd voor want ik ben op meerdere terreinen actief. Ik bewonder de kunstenaars die er echt voor gaan; als lid van de werkcommissie van de sectie beeldende kunst van de Culturele Kring Roden – wat een mondvol hè – ben ik mede bezig met het opzetten van tentoonstellingen in Galerie K38, het nieuwe kunstencentrum in de Kanaalstraat in Roden waar én de professionele kunstenaars en de TSR hun domein hebben. Een fijne accommodatie; ik vind dat kunst en creativiteit in deze regio overigens relatief druk worden beoefend. Het klimaat, de vrijheid en veel minder stress dan in de Randstad, is er ook gunstig voor.”

Ondertussen laat Janny Oosterheert de verslaggever nog een stapel (inderdaad: ze staan tegen de muur gestapeld) van haar schilderijen zien. Ze geeft daarbij summiere verklaringen. “Maar jij mag er best iets anders in zien hoor,”lacht ze. En vervolgens weer serieus: “Weet je wat ik hier nog mis? Medestanders, die in moderne dans zijn geïnteresseerd. Nu nog ga ik daarvoor naar Onnen waar je dat één keer in de maand in het Dorpshuis kunt doen. Lekker ontspannend. Ik wil ook hier, in deze regio, samen met een andere liefhebster zoiets opzetten maar het is nog té prematuur om daar nu al iets over te zeggen. Maar schrijf toch vooral op, dat ik me hier volledig vrij voel. Denk je dat je hier nu genoeg aan hebt voor een verhaaltje?”