‘Ik verbaas me nog iedere dag’

wethouder Reint-Jan Auwema

RODEN – En dan, dan ben je zomaar ineens wethouder. Staan ze de volgende dag aan je bureau voor advies. ‘Hoe pakken we dit aan, wethouder? Een opleiding wethouder is er niet, van een gedegen begeleiding is ook al geen sprake. Je bent wethouder. Daar moet je het mee doen. Reint – Jan Auwema is sinds ruim een jaar wethouder van Noordenveld. Auwema zorgde voor nieuw elan. Is nieuwerwets en uitgesproken. Soms iets te. Soms ook wil hij te snel. En dus kreeg hij al een paar tikjes over de vinger. ‘Ik verbaas me nog elke dag. Maar: wethouder zijn is een fantastisch beroep. Het is enorm dynamisch. Ik vind het bovendien een voorrecht om mee te mogen beslissen over zaken die er echt toe doen.’
Vraag hem naar de behaalde resultaten of vraag hem aan zelfreflectie te doen en je hoort een reële wethouder. ‘Ik loop de polonaise nog niet, vind dat er nog niet echt veel bereikt is’. Ik was trouwens een week in functie, toen ik min of meer zelf besloot een wieler-evenement te cancelen dat eventueel in Noordenveld plaats zou vinden. Ik zag er de meerwaarde niet echt van in en bovendien vond ik dat we onze centjes beter konden besteden. Het college was not amused. Beslissen doen we met zijn allen. Het noemen van data is ook zoiets. Mensen kunnen je er op afrekenen. Maar aan de andere kant, als ik iemand word waarbij projecten maar wat voortkabbelen, dan hoop ik echt dat mensen me heel snel op de schouder tikken. Want dat wil ik niet. Te snel is ook niet goed, want dan drijf je zaken vaak op de spits.’
Iedereen die bij een nieuwe baas begint, moet wennen. Maakt fouten. Doorgaans krijg je daar de kans ook voor. Als wethouder ligt vrijwel elke handeling onder het vergrootglas. Een foutje en je bent een waardeloze wethouder. ‘Voordat ik wethouder was besliste ik alles zelf. Wilde ik links, dan ging ik links. Ik maakte mijn eigen keuzes. In deze functie ligt dat even wat anders. Nee, ik heb de baan niet onderschat, al verbaas ik me nog elke dag over hoe bepaalde zaken gaan. Aan sommige zaken wil ik ook niet wennen. Wat mij betreft laten we zaken wat meer los en geven we meer vertrouwen aan onze inwoners. Er zit zoveel kennis en enthousiasme, daar moeten we ons voordeel mee doen. In dit vak komen een hoop dimensies samen en zelfs na ruim een jaar weet je nog niet exact alles. Dat kan ook bijna niet. Het is mijn taak dingen te doen waarbij de gemeenschap baat heeft, maar het is onmogelijk om iedereen altijd tevreden te stellen. Hoe graag we ook willen, we kunnen niet altijd alle individuele belangen dienen. Ik ben overigens wel iemand die dat heel goed kan scheiden.’ Een heel gemakkelijke portefeuille heeft Auwema niet. Op zijn kaartje staat speciale projecten; een bewuste keus. ‘Ik vind het een uitdaging om te kijken of ik langlopende kwesties tot een goed einde kan brengen. Projecten dus als de Albertsbaan. Moeilijke projecten. Projecten die op weerstand stuiten. De soap rondom Camping Ot en Sien en mevrouw Bekkema, die de camping nog steeds wil kopen. ‘Er ligt een collegevoorstel dat volgende week tijdens de raadscommissie wordt behandeld. In dat voorstel staat dat we de camping voor nog eens tien jaar verhuren aan recreatievereniging Buitenrust. Ik kan me voorstellen dat dit, gezien de geschiedenis, van de buitenkant wat merkwaardig overkomt. En heel eerlijk, dit proces is ook niet heel gelukkig verlopen. Door het terrein nog eens tien jaar te verhuren, creëren we nu wel rust. Straks hebben we meer tijd om naar de invulling te kijken.’  Auwema gaat niet gebukt onder dit soort zaken. Integendeel. Hij is er de man ook niet voor om alleen maar lintjes door te knippen en op feesten en partijen te verschijnen. ‘Ik heb een portefeuille waarvan mensen snel iets vinden. Met zaken die dicht bij de mensen staan. Waarover mensen sneller hun onvrede uiten. Dat vind ik overigens helemaal niet erg, mits er maar wat nuance is. Mensen lezen wat korte berichten in de media, of hebben iets van horen zeggen. Als ik me daar druk om moet maken, dan heb ik geen leven meer.’
Ook de Albertsbaan is ondertussen een project waaraan maar geen einde (of beter: geen begin) lijkt te komen. Auwema zei dat we in 2015 Rodermarkt op de Albertsbaan zouden kunnen vieren. In werkelijkheid is er nog geen klinker omgedraaid. ‘Ik hoop en denk echt dat we in het voorjaar van 2016 kunnen starten, maar veel belangrijker is het dat het plan uiteindelijk breed gedragen wordt. Dat heb ik misschien onderschat. Het betekent dat de projectgroep, waarin de Zakenkring, VDH Vastgoed, Wijkbelangenvereniging Centrum en de Gemeente op basis van gelijkwaardigheid samenwerken en het uiteindelijke plan bij voorkeur volledig ondersteunen. We gaan er zeker uitkomen. Een mooie, nieuwe Albertsbaan is in ieders belang.’ Er heerst nog wel eens enig wantrouwen tegen de gemeente, zo ondervindt ook Auwema. Of het nou gaat om zaken als volkshuisvesting of het openbaar vervoer. ‘Iedereen wil voor zichzelf een verkeersveilige omgeving. Dan zou je dus eigenlijk overal dertig kilometer per uur moeten gaan rijden. Dat gaat niet werken. Er rijden relatief veel auto’s tegen bomen. Moet je dan dus alle bomen weghalen? Als het om verkeer gaat heeft iedereen een mening. Dan heb je gelijk het Nederlands Elftal echt zestien miljoen bondscoaches. Iedereen wil wat en roept wat. Dan is het soms lastig manoeuvreren. Ik ben wel een wethouder die zich niet wil verschuilen achter regels. Flexibel wil zijn. Maar soms kan het gewoon niet. Ik kan zelf de wetten niet veranderen, hoe graag ik dat soms misschien ook zou willen. En inderdaad, ik had verwacht dat het soms allemaal wat sneller zou gaan. Dat geef ik eerlijk toe.’ Auwema zou graag meer ‘buiten’ zijn.
‘Op locatie kom je toch vaak tot andere inzichten. Dat is gewoon zo. Onder de mensen, met de mensen. Kijken hoe een situatie daadwerkelijk is. Dat vind ik persoonlijk erg belangrijk. Net als dat ik denk dat we ons nog meer moeten inzetten voor sport en bewegen. Als gemeente heb je daar baat bij. Gezond zijn betekent meer kans op werk en betere prestaties. Betekent minder uitval en minder zorgkosten. Ik denk dat een letterlijk gezonde gemeente uiteindelijk ook een financieel gezondere gemeente betekent. Die ambitie blijft en daar blijf ik me hard voor maken.’