‘Ik wil nog eens wereldkampioen worden’

Kim Polling wil schitteren in 2021

ZEVENHUIZEN – Topjudoka Kim Polling zag in 2020 menig wedstrijd afgelast worden. Het komende jaar staat hierdoor nu al boordevol wedstrijden, waardoor er – zolang corona het toestaat – een belangrijk sportjaar wacht. Polling traint ondertussen stug door en pendelt op en neer tussen Papendal en haar ouderlijk huis in Zevenhuizen, bekend van de boomzagerij van vader Sikko. Zonder vriend, maar mét een gezonde dosis ambitie blikt ze terug en kijkt ze vooruit.

Het is een stille bedoening op Papendal, laat Polling weten. Het sportcentrum van NOC*NSF bruist niet meer van de activiteiten, zoals het dat ‘pre-corona’ wel deed. Eén voordeel: ‘We mogen weer judoën. Dat mocht voor de zomer niet. Ik trainde wel, maar niet op de manier zoals je graag zou willen. Wil je in vorm komen en blijven, dan moet je judoën.’

Het jaar begon voor Polling al niet fantastisch. Een operatie aan de knie maakte dat ze aan het begin van het jaar voornamelijk moest revalideren. Polling woont haar Italiaanse vriend in ‘Repubblica Italiana’ en zag hoe het coronavirus in haar thuisland hard om zich heen greep. Trainen zat er al gauw niet meer in en half maart ging het land op slot. Het leverde Polling veel stress op. ‘In Rusland zou ik deelnemen aan een toernooi. Ik zou daarheen gaan, maar ik vroeg me af of ik nog wel naar huis zou kunnen. De maandag voor het toernooi bleek het toch te worden afgelast. Bijna gelijktijdig ging Italië op slot. Ik was toen nog in Nederland, omdat de Italiaanse sportscholen al sinds eind februari gesloten waren. Zodra het toernooi in Rusland werd afgelast, ben ik snel naar Italië gegaan. Het land ging op slot, maar ik wist nog net op tijd terug te keren naar huis.

Half november stond Polling zomaar weer bij haar ouders in Zevenhuizen op de stoep. Zonder haar vriend, die achterbleef in Italië. Maar nog voor ze terugkeerde naar Nederland, kreeg Polling zelf het virus onder de leden. ‘Mijn vriend liep het op bij de nationale judoselectie en ik kreeg het weer van hem. Ik had er relatief weinig last van, moet ik zeggen. Alleen steek tussen mijn schouderbladen, neusverkoudheid en hoofdpijn als ik mijn hoofd omhoog deed. Verder is mijn geur nu nog steeds niet wat het geweest is, maar ik heb weinig te klagen.’

Van blijvende schade is volgens Polling sowieso geen sprake. ‘Het NOC*NSF controleert alle Olympische sporters die het coronavirus hebben gehad, om te kijken of er geen blijvende schade is. Dat is een geruststellende gedachte’, meent zij. ‘Straks gaan ze álle sporters controleren en dus niet alleen degenen die corona hebben gehad. Men wil geen risico nemen.’

Hoewel ze haar vriend dus even moet missen, is Polling blij weer even terug in Nederland te zijn. ‘Volgens mij bevalt het mijn ouders ook wel’, lacht ze. ‘Het is heel gezellig. In Papendal kan ik nu fit blijven en mij voorbereiden op het komende jaar. Want het gaat waarschijnlijk, als alles doorgaat, een druk jaar worden.’

Toch geeft Polling aan dat het lang niet altijd eenvoudig was om de motivatie vast te houden. ‘Ik heb in april wel eens gedacht: vandaag maar even niet trainen. Maar gelukkig sleepte mijn vriend mij er doorheen. Ik weet zeker dat als ik niet met hem had samengewoond, ik veel minder motivatie zou hebben gehad. Hij heeft mij er doorheen gedrillt als het ware.’

De eerste wedstrijd van het volgende jaar staat nu gepland op 12 januari. ‘Dat is onder voorbehoud uiteraard’, benadrukt Polling. ‘In het derde weekend van februari moet ik naar Tel Aviv voor een wedstrijd. Daarna volgt het Europees Kampioenschap. Tussen het EK en de Olympische Spelen wordt misschien nog een WK gepropt. Het is gek dat al die wedstrijden in zo’n kort tijdsbestek worden gepropt, maar ik wil er wel heen. Ik wil nog eens wereldkampioen worden, dus iedere kans die ik daarvoor krijg, grijp ik met beide handen aan. Een druk schema of niet: zo’n kans laat ik niet lopen.’

Polling verwacht niet dat concurrenten een voorsprong op haar hebben, gelet op het feit dat ook zij hun kruit droog dienden te houden. ‘In Duitsland en de Oostbloklanden kon men veelal door judoën, maar ook die voorbereiding is niet optimaal. Ik verwacht dan ook dat het niveau aan het begin van volgend jaar niet heel hoog zal liggen. Het wordt toch weer wennen.’