In beeld – Mariët Meester

VEENHUIZEN – Schrijver Mariët Meester groeide op in Veenhuizen, als dochter van het hoofd van de basisschool. Ze schreef al eerder boeken over het leven in de gevangeniskolonie. Haar boek ‘De eerste zonde’ werd in 1997 gepubliceerd en gaat over een meisje dat stiekem brieven van gedetineerden leest. Haar boek ‘Koloniekak’ is geschreven naar aanleiding van interviews met oud-inwoners van Veenhuizen.
In april komt haar nieuwste boek, ‘Koloniekind, opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen,’ uit. ‘Ik heb het steeds voor me uit geschoven om over mezelf en mijn ervaringen te schrijven.

Misschien moest ik eerst meer afstand nemen. Want hoewel ik nu in Amsterdam woon, kom ik heel regelmatig in Veenhuizen. Maar mijn vader woont daar nog steeds, dus het voelt nog als een soort thuis. Blijkbaar heb ik nu genoeg afstand kunnen nemen om er wel over te kunnen schrijven. Mijn jeugd was bijzonder, ik ben opgegroeid in Veenhuizen toen het nog op slot zat.

En hoewel we niet met de gedetineerden mochten praten, woonden en leefden ze tussen ons in. Ze hadden een functie, zaten met ons in de kerk, ze hielpen bij klusjes zoals de ramen lappen en tuinonderhoud. Ze waren echt in onze nabijheid, mijn moeder gaf ze koffie. Ik leerde dat gedetineerden hele gewone mensen waren die toevallig aan de andere kant van de maatschappij leefden. Ik ben daardoor wel in een positieve zin gevormd en ben zeker anders over mensen in het algemeen gaan denken.

Het boek is als een roman geschreven. Aanvankelijk heb ik geprobeerd het als een journalist te schrijven, maar dat voelde niet goed. In deze versie kruip ik in de huid van het meisje. Het zijn echt mijn eigen herinneringen.’
‘Koloniekind, opgroeien in het gevangenisdorp Veenhuizen,’ wordt op 19 april gepresenteerd in het Nationaal Gevangenismuseum in Veenhuizen, het eerste exemplaar wordt aangeboden aan de Commissaris van de Koning, Jetta Klijnsma.