In den vreemde

Jaarlijks is het een terugkerende vraag waar de zomervakantie zal worden doorgebracht. Voor velen is het een uitgemaakte zaak waarover niet hoeft worden nagedacht. Zij verkeren jaarlijks het liefst altijd op het vertrouwde plekje. Ik ken mensen die al twintig jaar in Italië bij het Gardameer verblijven. Anderen doen dat bij het Balatonmeer in Hongarije. Zelf prefereer ik jaarlijks een andere plek, vooral om nieuwe indrukken op te doen. Dit jaar werd gekozen voor de Eifel in Duitsland.

Vooraf heb je bepaalde verwachtingen over het landschap en vooral over de flora die je denkt er aan te treffen. Vogels pik je natuurlijk ook wel mee, maar qua soortenrijkdom valt dat in het niet bij wat we in Nederland aantreffen. Vandaar dat ik me meer op de flora richt. En passant kijk ik tevens naar de vlinders. Nou viel het behoorlijk tegen wat ik er aan wilde planten zag. Het meeste tref ik ook in de omgeving van Roden aan. Misschien dat pakweg 5% hier niet voorkomt. Zo’n soort is bijvoorbeeld de Pijlbrem. Die komt überhaupt niet in Nederland voor, op misschien een enkel plekje in Zuid-Limburg na. In de ’Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora’ staat deze fraaie, laagblijvende, zodevormende plant niet vermeld. Dat geldt wel voor de Walstrobremraap die u op de foto ziet afgebeeld. Deze plant groeit in Nederland langs de Gelderse IJssel en in het Duinendistrict van het vasteland. Daar woekert deze parasitaire plant op Geel walstro en, minder vaak, op Glad walstro. Zij worden wel de gastheren van deze plant genoemd.

Vanwege de parasitaire leefwijze vormt de plant geen bladgroen, want de voedingstoffen die door het bladgroen worden gevormd betrekt (steelt) hij van zijn gastheer. Vandaar de bleke kleur. In Nederland komen een stuk of acht soorten bremraap voor, die meestal worden vernoemd naar de gastheer zoals de Klimopbremraap en de Klavervreter. Een andere ’bleekscheet’ onder de parasitair levende planten is het Vogelnestje. Dit is een orchidee die zijn naam ontleent aan de vorm van het wortelstelsel dat met enige verbeeldingskracht de vergelijking met een vogelnest kan doorstaan. Deze orchidee zie je vooral bij beuken, die er trouwens weinig hinder van ondervinden, laat staan schade. Wilde orchideeën behoren tot mijn favorieten en uiteraard keek ik in de Eifel ernaar uit. Tevergeefs, want de enige die werd gescoord was de Brede wespenorchis, de meest voorkomende orchidee in Nederland. Dat viel dus tegen. Als je veel orchideeën wilt zien ben je toch meer aangewezen op gebieden waar kalk in de bodem voorkomt. Om nog even terug te komen op planten met een parasitaire leefwijze: Er zijn ook tal van soorten die wel bladgroen vormen. Bekende soorten zijn de Grote- en Kleine ratelaar en het Moeras- en Heidekartelblad. Beide ratelaars zag ik genoeg in de Eifel, maar de beide soorten kartelblad zag ik er niet.

Net als hier was er sprake van grote droogte in de Eifel. Ik verkeerde er ’slechts’ twee weken en in die tijd is er geen spatje regen gevallen. Ik geloof dat dit vrij uniek is, want volgens mij heb ik nog nooit tijdens vakanties meegemaakt dat er helemaal geen enkel regenbuitje viel. Misschien een keer in de Drôme, dat trouwens bekend staat als de ’bakoven’ van Frankrijk. Temperaturen van boven de 35 graden Celsius waren toen geen uitzondering. Op een dag werd het in de Eifel ook ongeveer net zo heet en dat was een mooie gelegenheid om eens met de airco aan een tochtje langs de nabij gelegen Moezel te maken. In mijn puberjaren ben ik daar eens een keer in de buurt geweest, in Ahrweiler. Veel staat me er niet meer van bij, maar wel dat het er tamelijk toeristisch was. Nu is het er van het toerisme vergeven. Veel (fietsende) Nederlanders zag ik er, maar bovenal Duitsers. De keukens in de horeca zijn er op  afgestemd, want schnitzels voeren er in de menukaarten de boventoon. Dan weet je immers wat je krijgt. Eén keer werd noodzakelijker wijze bij een wat chiquere tent een (sanitaire) stop gemaakt. Dat verplicht je tot het innemen van een consumptie. In dit geval werd het een bitter lemon dat (minder chique) uit een fles van anderhalf liter werd geschonken. Daarvoor werd € 3,40 in rekening gebracht. In oud geld dus zeveneneenhalf gulden. Er zijn altijd wel de nodige dompertjes tijdens een vakantie.