In memoriam – Doetze Daniël Overwijk

De marinier die altijd voor een ander klaarstond en op het laatst voor zichzelf koos

RODEN – Op 6 augustus overleed Danny Doetze Overwijk. De stoere marinier – die altijd voor een ander klaarstond – stapte zelf uit het leven. Wat rest is de herinnering aan een fijne man met een goed hart.

Het is bijna drie maanden na het overlijden van Danny, als Gea en Berend aan de keukentafel in het oude huis van de marinier zitten. Hier, aan de Burgemeester Borgerstraat, was Danny gelukkig. Pa en ma wonen nu nog vijf huizen verderop, maar nemen binnenkort hun intrek in het oude stulpje van hun oudste zoon. ‘We weten dat Danny hier ontiegelijk gelukkig was’, vertelt Gea. ‘Dit was zijn plek. Ondanks dat hij in Den Helder op de marinebasis een kamer had, was hij altijd stellig. “Ik wil niet weg uit Roon”, zei hij vaak.’ Zijn huis en zijn omgeving waren heilig voor Danny. Het contact met de buurt was goed en achter zijn huis kweekte hij druiven, waar hij wijn van maakte. ‘Vorig jaar wist hij er twintig flessen van te maken. Daar was hij erg trots op’, zegt Gea.

Dat zijn ouders straks in het huis van Danny wonen, was een ideetje van Berend. Ook Gea vond dit al gauw een goed idee. ‘Hij was zo trots op zijn huis en zijn garage. Het was in dat opzicht vanzelfsprekend dat wij in zijn huis zouden gaan wonen’, zegt Berend. Gea beaamt dat. ‘Ik denk dat – als er meer is tussen hemel en aarde – hij zou zeggen: wat ben ik dáár blij mee, dat mijn ouders nu in mijn huis wonen.’

Terug naar 1974. Danny wordt geboren als Doetze Daniël Overwijk. Voor zijn familie zou hij ‘Danny’ worden, voor zijn collega’s bleef hij Doetze. Als eerste van uiteindelijk drie zonen zag hij het levenslicht. In dezelfde straat waar hij uiteindelijk zijn laatste adem zou uitblazen, genoot hij een fijne jeugd. Danny bleek een zorgzame jongen. Iemand die altijd voor anderen klaar stond. Iets wat hij zijn hele leven zou blijven doen. ‘Hij was als kind altijd vrolijk en zelden boos’, herinnert Gea zich. ‘Maar je moest hem ook niet kwaad hebben. Danny is altijd een kleintje geweest, maar ik herinner me hoe hij ooit eens de grootste jongen van school eronder kreeg.’

Danny was ‘allergisch voor sport’. Op een paar jaar judoën na, sportte hij nooit. ‘Zo’n judopartijtje won hij nog wel eens, maar dat was dan puur op kracht’, zegt Berend. Nee, veel liever ging Danny vissen en barbecueën. ‘Schroeien’ noemde hij dat. ‘Danny hield ontzettend veel van schroeien. Daar begon hij op de lagere school al mee. Ging hij met vrienden naar de kanovijver om te vissen en te schroeien’, zegt Gea. Later zou dat schroeien steevast gepaard gaan met een lekker biertje. ‘Altijd Heineken. Dat was zijn merk. Hij had zelfs een kat die Heineken heette.’

Na de Meester Zondagschool, volgde Danny een technische opleiding in Groningen. Daarna begon hij aan de MTS, maar dat liep op niets uit. Hij stopte met school en ging aan het werk. Eerst stortte hij betonvloeren in Duitsland, daarna ging hij voor Theo Tel aan het werk. Via een advertentie in de krant stuitte Danny op een advertentie van de Koninklijke Marine. Ze zochten personeel voor de technische dienst. Danny, die vanwege een missend vingerkootje werd afgekeurd voor militaire dienst, zag het wel zitten. Hij werd aangenomen en zou halsoverkop verliefd worden op zijn nieuwe baan.

Zijn vuurdoop leverde hem echter direct een heel avontuur op. Drie dagen lang was hij zeeziek rondom Devil’s Hole. ‘Daarna is hij ook nooit meer zeeziek geweest’, weet Gea.

Bij de marine zat Danny op zijn plek. In Marcel en Duncan vond hij zijn ‘dienstbroers’. Ze zouden makkers voor het leven worden. Ondertussen beleefde Danny een hoop avonturen. Zo ging hij maanden achtereen naar Curaçao en later naar Somalië. Dat die avonturen niet altijd rooskleurig waren, bleek wanneer Danny erover vertelde. Dat vertellen deed hij overigens zelden, maar een enkele keer gaf hij een inkijkje in wat hij had meegemaakt. ‘Dat was geen pretje’, zegt Berend. ‘Ik denk dat hij van Somalië misschien een tik heeft gekregen.’ Echt zeker weten doen de ouders van Danny dat niet. ‘Hij vertelde bijna nooit wat.’

Omdat Danny zo weinig sprak over zijn belevenissen, leek er nooit een vuiltje aan de lucht. Doordeweeks zat de zeeman gewoonlijk in Den Helder, ’s weekends stond hij bij goed weer te schroeien in de tuin of trok hij eropuit op zijn Harley Davidson. Samen met zijn motorvrienden van motorclub De Walnoten. Die club dankt haar naam aan het feit dat het altijd lijkt te regenen wanneer zij op pad zijn. En de combinatie van kou en regen verleidde één van de vrienden tot de uitspraak dat bepaalde lichaamsdelen dan wel heel erg op walnoten gingen lijken.

Danny mocht graag een biertje drinken. Op stap had hij de grootste lol. ‘Hij kende daardoor ook ontzettend veel mensen’, zegt Gea. ‘Dat merkten we bij zijn condoleance. Toen kwamen er zoveel mensen die allemaal hun eigen herinnering hadden aan Danny. Wat voelden we ons getroost door zoveel warmte’.

6 en 11 augustus

‘De zeeman heeft besloten er een eind aan te maken.’ Het zijn deze woorden op de Facebookpagina van Gea Overwijk die menig Rodenaar zich de rest van zijn leven zal herinneren. Die middag, op 6 augustus, vond zijn familie hem. In de schuur, zijn zo geliefde schuur, had Danny zijn laatste adem uitgeblazen. Op de keukentafel lag een afscheidsbrief. Geen lange brief, al merkt Gea op dat het voor Danny’s doen nog een flinke lap tekst was. ‘Als je nagaat dat Danny op ansichtkaarten uit verre oorden alleen maar ‘moi’ schreef, was die brief zeer lang.’

Na het vinden van Danny ging alles in een stroomversnelling. ‘Er heerste volledige paniek’, herinnert Gea zich. Er werd een ambulance gebeld en ook de politie en recherche kwam ter plaatse. Gea belde Janneke Wiersema van GJ Uitvaartverzorging. ‘Ik kende haar en vroeg haar direct om advies’, zegt Gea. Janneke vroeg haar collega Gretha van der Veen om langs te gaan. ‘Ik kende Gea en Berend niet en was er daardoor iets minder emotioneel bij betrokken. Gelukkig was Janneke er om te luisteren naar mijn verhaal, bovendien werkt een rondje extra rennen dan erg helend.’

De samenwerking met GJ Uitvaartverzoring hebben Gea en Berend als heel fijn ervaren. ‘Gretha was er en was er niet, precies wat je nodig hebt. Het voelde vanaf de eerste minuut goed en haar begeleiding was heel liefdevol.

In samenspraak werd besloten om Danny in zijn eigen woonkamer op te baren. De dagen voor zijn uitvaart stonden bol van bezoek. Er werden herinneringen opgehaald. Vaak werd er gelachen, nog vaker werd er gehuild. Heel waardevol was het bezoek van de motorvrienden. ‘Net als tijdens hun uitstapjes, kwam de regen met bakken uit de lucht’, weet Gretha. ‘De tranen vloeiden rijkelijk toen ze met elkaar de straat in kwamen rijden, heel bijzonder om te zien.’ Gea vult aan: ‘Toen ze weer wegreden, regende het ook.’

Op zondag 11 augustus werd in kleine kring definitief afscheid genomen van Danny. In zijn afscheidsbrief gaf hij aan dat hij het zo wilde doen. ‘Uitgezwaaid door zijn buurtjes in zijn straat, heerste er die zondag een soort serene rust’, zegt Gretha. ‘Het klopte gewoon.’

‘Praat erover’

Inmiddels zijn we bijna een kwartaal verder. Berend en Gea lijken vrij makkelijk te kunnen praten over het verlies van de oudste van hun ‘Drie Musketiers’. Veel praten, het helpt enorm. ‘We hebben onze momenten’, zegt Gea. ‘Dan praten we over Danny. En ja, dan wordt er nog steeds gehuild.’ Het verdriet is nog steeds enorm, maar volgens Gea valt er ook een les te trekken uit het vroege afscheid van de marinier. ‘Danny praatte niet over wat hij meemaakte, over wat hij voelde. Dat schijnt een mannending te zijn. Ik heb het er nog met enkele collega’s van hem over gehad. Hen de vraag gesteld: “praten jullie erover? Over wat jullie meemaken?”. Dan blijft het angstvallig stil.’ Danny, voor velen – waaronder zijn broers René en André – een rots in de branding, stond altijd voor anderen klaar. ‘En aan het eind heeft hij voor zichzelf gekozen’, zegt Gea. De brief die hij achterliet biedt enige houvast voor zijn nabestaanden. ‘De brief geeft antwoorden. Geen troost, maar we weten nu in ieder geval wat er in hem omging.’

Gea benadrukt nog maar eens dat het goed is om te praten over eventuele problemen, over gevoelens, over emoties. ‘Blijf er niet mee zitten, maar praat erover’, is de les van een moeder die haar eerstgeborene heeft verloren.