Inspraaktermijn beleidsagenda Jeugdwet en Wmo 2015 van start

“Iedereen kan met deze onderwerpen in aanraking komen”

RODEN – Van een rustige zomerperiode was op het gemeentehuis van Noordenveld geen sprake. Sinds vlak voor de zomer de nieuwe Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo 2015) landelijk zijn vastgesteld, is er in de gemeente hard gewerkt aan haar eigen invulling hiervan. Nu het college van burgemeester en wethouders een klap op de plannen heeft gegeven, gaat de inspraaktermijn voor de burgers van start. Betrokken wethouders Gerrit Alssema en Alex Wekema hopen dat een ieder kennis neemt van de stukken en hierop reageert. “Dit zijn onderwerpen waar iedereen mee in aanraking kan komen. In de plannen vindt men de lijn die wij denken dat we uit moeten zetten. Graag horen we nu of we op de goede weg zijn”, aldus de heren.

Het concept beleidsagenda Maatschappelijke Ondersteuning en de conceptverorderning, en het concept beleidsplan jeugd(hulp) en de verordening Jeugdhulp, liggen vanaf woensdag 13 augustus ter inzage. Wie direct denkt dat er hier over een ‘ver-van-mijn-bed-show’ wordt gesproken, heeft het mis. Een ieder met kinderen bijvoorbeeld komt met jeugdhulp in aanraking. Bij de jongste jeugd al vanaf het consultatieburo tot aan de pubers die onderwijs volgen op de middelbare school. Ook de Wmo is een wet waar velen óf mee te maken krijgen óf wel iemand kennen die ermee te maken heeft. De gemeente Noordenveld formuleerde al eerder een visie welke de kern weergeeft hoe zij wil werken op deze vlakken. ‘Meedoen betekent: je draagt bij, je werkt samen, je telt mee. Meedoen vraagt iets van jezelf en van een ander. Meedoen kun je leren en jong geleerd is oud gedaan. Ook de gemeente doet mee: ze draagt bij, werkt samen en biedt ruimte om mee te doen. De gemeente biedt het vangnet voor hen die het (tijdelijk) niet lukt om mee te doen.” Juist die laatste zin is de belangrijkste volgens de wethouders. “Dat vangnet, dat is de kern van de zaak waar we het nu over hebben. Gelukkig is ondersteuning voor het grootste deel van de burgers niet nodig. Maar voor die mensen die dat wel nodig hebben, moeten we goed zorgen”, vindt Alssema.

Waar de uitvoering van de beide wetten eerder de verantwoordelijkheid van de landelijke overheid waren, is door het kabinet besloten de taken die hierbij horen over te hevelen naar de gemeentes. Nu de landelijke wetteksten zijn vastgesteld, wil Noordenveld kostte wat het kost voorkomen dat burgers vanaf 1 januari 2015, de datum dat de gemeente verantwoordelijk wordt, niet weten waar ze aan toe zijn. Van een haastklus wil Alssema echter niet horen. “We kunnen op 1 januari toch niet zeggen: ‘sorry, we hebben nog geen besluit genomen.’ We staan met de rug tegen de muur, maar de grote lijnen hadden we al eerder en daarmee konden we alvast aan de slag. Eigenlijk is er de laatste weken gewerkt aan het afronden van een proces wat al veel eerder gestart is.”

Het overhevelen van deze taken naar de gemeente is een beslissing waar de heren volop achter kunnen staan. “Als je kijkt hoeveel we middels de Noordenveldwerker bij de mensen thuiskomen”, vindt Alssema, “is dit eigenlijk wel een goede beslissing. Wij kennen de mensen en de situaties.” Onder andere gedwongen door het budget moet de uitvoering van de wetten straks ‘efficiënter en effectiever’. Om dit te bereiken is de manier van werken eigenlijk 180 graden gedraaid. “Jarenlang hebben we aanbodgericht gewerkt. Het was altijd zo: ‘als je wat wilt, dan kun je het hier krijgen’. De rol van de overheid verandert van verstrekker naar ondersteuner. De inwoner staat nu centraal. Wat kun je zelf en wat kan je van je omgeving verwachten? Als dat niet lukt, gaan we kijken, wat er nodig is om wel mee te kunnen doen”, aldus Alssema. Verhalen over scootmobiels op afroep zijn dus verleden tijd. “De vraag is ook of je er echt mee geholpen bent om weer te kunnen participeren.” Wekema vult hem aan: “Bij de jeugd is het zo dat de ouders verantwoordelijk zijn voor hun kinderen. Waar ze hulp nodig hebben, denken we mee.” Voorop staat overigens wel dat kinderen een bijzondere bescherming verdienen. Maar ook hier geldt: de inwoner staat centraal. “Nu we als gemeente verantwoordelijk zijn, wordt dat juist makkelijker. We kiezen nu voor de aanpak: één gezin, één plan, één aanspreekpunt.”

‘Meedoen’ lijkt misschien een abstract begrip, maar enkele voorbeelden geven aan hoe het op iedereen betrekking kan hebben. “Het gaat niet alleen om een oudere die zelf niet zijn boodschappen kan doen of huishoudelijke hulp nodig heeft, maar ik weet van iemand met een beperking die graag paard wilde rijden, maar die kon daar alleen niet zelf komen. Uiteindelijk is er gezamenlijk een oplossing gezocht met de VOR-bus”, vertelt Alssema. De omslag in hoe er nu ondersteuning wordt geboden, juicht hij toe. “Eén van de belangrijkste doelstellingen is dat mensen zoveel mogelijk van hun eigen kracht uitgaan en zoveel mogelijk in hun eigen kring ondersteuning vinden. Ik denk dat het goed is dat het weer bespreekbaar wordt gemaakt, dat we voor elkaar moeten zorgen. Misschien moeten we dat wel weer leren. Aan de andere kant: we weten dat we ouder worden en dat ouder worden met minder mogelijkheden en gebreken komt. Je hebt zelf een verantwoordelijkheid om daarin maatregelen te nemen.”

Een belangrijke rol is weggelegd voor de Noordenveldwerker. “Dit model, eigenlijk het aanschuiven aan de keukentafel’, blijven we hanteren. De Noordenveldwerker is gestart als pilot in de dorpen Norg en Peize, maar zal straks gemeentebreed werken.” Ook het inwonersplein, gelegen aan de achterzijde van het gemeentehuis, krijgt steeds meer betekenis. “Er zijn hier verschillende organisaties gevestigd die al intensief met elkaar samenwerken”, vertelt Wekema. “Denk maar aan Win, het Centrum voor Jeugd en Gezin, Noordermaat, MEE, ISD en Woonborg.”

Een speciale positie nemen de mensen in die op dit moment onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) vallen. Hieronder vallen ouderen, chronisch zieken en gehandicapten die nu een vergoeding krijgen voor extra-murale langdurige zorg. Vanaf 1 januari 2015 draagt de gemeente hier zorg voor. Tot 1 januari 2016 geldt een overgangsbeleid dat de hulp doorloopt zolang er een indicatie is. Daarna kán er wat veranderen. “Dat mensen bang zijn tussen wal en schip te vallen, begrijp ik goed”, vertelt Alssema. “Het is heel omvangrijk waar we mee bezig zijn en mensen horen natuurlijk van alles. Ik kan echter vertellen dat zodra we de gegevens hebben, we met iedereen die gebruik maakt van de AWBZ persoonlijk contact leggen en er in overleg wordt gekeken hoe we verder gaan.”

Een uitdaging wordt het, alleen al door het budget wat krapper is dan de landelijke overheid zelf benutte voorheen. “Of het haalbaar is? We doen ons uiterste best”, begint Alssema voorzichtig. “Er zijn nog geen ervaringscijfers, dat is zo lastig”, vult Wekema aan. “Op het gebied van jeugdhulp proberen we absoluut de kosten te beperken. Daarom wordt heel veel in Drents verband gedaan”, aldus Wekema. Een grotere uitdaging is misschien nog wel de omslag, die toch ook vooral bij de burger moet plaatsvinden. Juist dáárom is het van belang dat een ieder zich uitspreekt over de plannen. “Zijn we op de goede weg?”, benadrukt Alssema nog maar eens. “Neem kennis van de plannen, volg het proces op de website of kom naar de inloopbijeenkomsten.”

De inspraaktermijn loopt tot en met 24 september 2014. De stukken liggen ter inzage in de centrale hal van het gemeentehuis tijdens openingstijden. Men kan zich melden bij de balie. Er worden drie inloopbijeenkomsten georganiseerd: op maandag 8 september van 19.30 tot 21.30 uur bij het Wapen van Drenthe in Roden, op dinsdag 9 september van 19.30 tot 21.30 uur in de Brinkhof in Norg en op donderdag 11 september van 19.30 tot 21.30 uur in Café Ensing in Peize. Onder de knop ‘nieuwe zorgtaken van de gemeente’ is er op www.gemeentenoordenveld.nl meer informatie te vinden.