Iris is open over haar eetstoornisherstel in een boek

‘Ik hoop veel mensen te bereiken, want ik zie steeds meer mensen die hiermee worstelen’

LEEK – Ze had nooit gedacht dat zij een eetstoornis zou ontwikkelen. Zij hield immers van lekker eten en wilde ook niet extreem dun zijn. Toch kreeg de nu 22-jarige Iris de With uit Leek last van anorexia en boulimia. Over haar weg naar herstel is zij openhartig. Onlangs publiceerde zij de dichtbundel ‘De weg omhoog’, met daarin gedichten over de ups en downs van haar herstel.

‘Het boek bestaat uit een jaar aan dagboekgedichten, die ik schreef in de periode van januari tot en met december 2020,’ vertelt Iris. ‘Ik heb hard gewerkt aan mijn herstel in dat jaar. Het was niet de intentie om het uit te geven, omdat het heel persoonlijk is.’ Dat zij het boek toch uitbracht komt onder andere door haar werk voor Let’s Break the Shame, een stichting die zich richt op het helpen van mensen die worstelen met hun mentale gezondheid. Dat doet zij onder andere door middel van evenementen, online campagnes, coaching en educatie. ‘Daardoor vind ik het extra belangrijk om open te zijn over mentale gezondheid. Het is niet altijd gezond om fanatiek te sporten,’ aldus Iris. ‘Het is veel gezonder als je luistert naar je lichaam.’ Het helpt ook dat zij iedere dag een bericht plaatst op haar instagramaccount @growingjourney_, waar zij meer dan 16.000 volgers heeft. Daar deelt zij eveneens haar weg naar herstel en geeft zij informatie over eetstoornissen.

‘Toen ik een eetstoornis kreeg wist is er eerlijk gezegd weinig vanaf. Meestal denk je aan het stereotype van dunne mensen die niet van eten houden, maar het is veel complexer. Je hoeft ook geen ondergewicht te hebben om aan een eetstoornis te lijden. Het gaat veel meer om controle.’ Zelf kreeg Iris haar eetstoornis op haar achttiende. Op de middelbare school had zij last van onzekerheid en nadat haar ouders uit elkaar gingen, kreeg Iris het gevoel dat niemand haar zag en zij niet goed genoeg was. Waar zij zich eerst nog kon richten op school, viel die focus weg toen zij na de middelbare school niet goed wist wat zij wilde. ‘Toen werd eten mijn focus. Ik kreeg veel complimenten omdat ik veel afviel, waardoor ik mij gezien voelde.’

Bij Iris begon de eetstoornis met anorexia. ‘De eerste fase is dat je het niet doorhebt,’ zegt ze. ‘Je wilt dat goede gevoel behouden en plaatst mensen op afstand uit angst dat ze dat van je afpakken.’ Op een gegeven moment kon zij niets meer, waardoor zij haar problemen wel onder ogen moest zien. Hoeveel zij woog op het dieptepunt van haar ziekte wil Iris liever niet zeggen: ‘Andere mensen met een eetstoornis zien dat misschien als een voorbeeld of een doel, en dat wil ik niet.’ Dat het slecht met haar ging is echter duidelijk. Zij moest namelijk stoppen met haar universitaire opleiding en ook sporten lukte niet meer. ‘Ik legde de lat altijd heel hoog voor mijzelf. Ik zou nooit zomaar stoppen met een studie, totdat het echt niet meer lukte.’

Om de mensen om haar heen tevreden te stellen ging zij in therapie, maar dat hielp in eerste instantie weinig omdat zij er zelf niet open voor stond. Wel ging zij weer meer eten: ‘Het ging mij niet om het afvallen, maar om de controle over mijn lichaam. Ik werd zelf ook niet blij van wat ik zag.’

Doordat Iris weer aankwam kreeg zij opnieuw complimenten, omdat mensen vonden dat zij er weer beter uitzag. Dat was ongetwijfeld goed bedoeld, maar had een averechts effect op Iris. ‘Een eetstoornis zit in je hoofd,’ zegt ze. ‘Eigenlijk was ik nog heel ziek, maar niemand zag het nog.’ Vervolgens schommelde Iris tussen anorexia en boulimia. ‘Ik wilde wel meer eten, maar dan voelde ik mij weer schuldig. Er zijn zoveel triggers die ervoor kunnen zorgen dat je stopt met eten, bijvoorbeeld reclames, social media of opmerkingen. Ik vind het daarom ook best spannend om dit te delen.’

Inmiddels gaat het een stuk beter met Iris. Vanwege de lange wachtlijsten bij de GGZ ging zij naar het Leontienhuis, een inloophuis dat is opgericht door Leontien van Moorsel en waar geen wachtlijsten zijn. ‘Daar ging ik elke week naartoe. Ik kreeg er een mentor die zelf ook van een eetstoornis is hersteld. Dat hielp al veel.’ Nu is Iris in behandeling bij Human Concern, waar ook ervaringsdeskundigen werken. ‘Daardoor weten zij veel van eetstoornissen. Eerst dacht ik: prima, zorg er maar voor dat ik weer ga eten, maar tijdens therapie gaat het totaal niet over eten,’ geeft Iris aan. ‘Een eetstoornis is echt een ziekte. Er is altijd een onderliggend probleem, bijvoorbeeld een trauma. Bij mij was het de balans zien te vinden tussen mijn ouders en de controle houden over mijn leven.’ Haar therapeut gebruikte de metafoor van een pan met borrelend water: ‘De bubbels zijn de problemen. Om die te laten verdwijnen wil je de deksel op de pan doen. Dat deksel staat symbool voor de eetstoornis, maar dat is geen echte oplossingen. Je moet zorgen dat het onderliggende probleem, het vuur dat het water verwarmt, weggaat.’ Dat gaat langzaam, volgens Iris. ‘Je moet het zelf doen, stapje voor stapje. Je kunt niet in één keer de deksel van de pan halen, want dan stroomt de boel over.’ Dankzij therapie leerde Iris ook veel over zichzelf, bijvoorbeeld dat zij haar eigen pad mag bewandelen. ‘Lange tijd wilde ik voldoen aan maatschappelijke verwachtingen. Ik had VWO gedaan, dus ik moest naar de universiteit. Nu weet ik dat het ook anders kan.’

Wat Iris in de toekomst gaat doen, weet zij nog niet precies. ‘Ik zou wel journalistiek willen studeren en ik wil ook meer doen om mijn ervaringen te delen. Misschien ga ik wel lezingen geven.’ Daarnaast heeft zij samen met een collega van Let’s Break the Shame ook al een tweede, Engelstalig boek geschreven. Daarin delen zij wat zij hadden willen weten over eetstoornissen en tips voor naasten, therapeuten en andere hulpverleners in de gezondheidszorg. Iris: ‘Ik hoop veel mensen te bereiken, want ik zie steeds meer mensen die hiermee worstelen.’ Ze is in ieder geval vastberaden volledig te herstellen van haar eetstoornis: ‘Ik ben er nog niet, maar ik ben blij dat ik anderen kan inspireren.’