‘ Is het wellicht een optie om meer prijzen uit te reiken?’

Het Beste Bedrijf van Noordenveld:

De voorbeschouwing

Terug naar woensdagmiddag. De stemmen zij geteld, de finalisten intern bekend. Het is nu alleen nog zaak die finalisten in te lichten. Het is immers wel handig dat ze er morgen- als de jury komt- ook zijn. In Roden huizen drie finalisten. De eerste die het mag weten is – volledig willekeurig – Rolinda. Van Rolinda’s Hair & Beauty. ‘Echt? Meen je? Och, ik was vorig jaar heel nerveus, nu veel minder. Wát mooi, zeg. Niet op gerekend’, zegt ze. Rolinda is in alles een bijzondere meid. Jong nog, harde werker en altijd enthousiast. Haar eigen haar zit mooi, met iets van een vlecht aan de voorkant. Rolinda maakte binnen twee jaar van ‘die salon waar eerst de tientjeskapper zat’ een volwaardige salon. Ze is blij. Zichtbaar blij. Dat is ook Teun Stuurwold. Hij staat net even achter de balie van zijn zaak, specialist in fietsen. ‘Niet op gerekend’, zegt hij met een brede, tevreden grijns. ‘Heel erg mooi. Morgen ben ik er. Laat ze maar komen, ze mogen me echt alles vragen’, richt hij zich al tot de jury. Laatste van de drie Roner finalisten is De Vries. José loopt net bij de ingang. ‘Prachtig’, jubelt ze. ‘Er kwamen mensen speciaal hierheen om hun bonnetje nog in te leveren. Dat vond ik al zó mooi. Nee, verwacht had ik het niet, maar blij ben ik – of beter: zijn wij- wél.’
De Norger finalisten worden telefonisch ingelicht. Ze vallen even stil als ze horen dat ze bij de laatste vijf zitten. Jaap Spithost is blij. Hij is er echter niet, ook niet als de jury komt morgenmiddag. Hij geniet van een welverdiende vakantie.

De wedstrijd
‘Ik vind’, neemt Tanja Haseloop het woord, ‘dit zó leuk om te doen. Dat meen ik oprecht. Ik kan uren met deze mensen praten over hun vak. Wat ze drijft, hoe ze ondernemen. En weet je wat me opviel. De gedrevenheid. Passie is zo’n afgezaagd woord, maar ik heb vijf ondernemers met passie gezien.’ Tanja, Nico Borgman en Alida Zwerver hebben net de vijf finalisten bezocht en staan nu voor de zware taak de winnaar aan te wijzen. Het valt stil. Dan weer lijkt de voorkeur naar die ondernemer uit te gaan, dan gaan de complimenten naar een ander. ‘Weet je wat ik ook vind’, zegt weer Tanja. ‘Ik vind dit zo verschrikkelijk moeilijk.’

Een paar uur eerder.

De regen komt met bakken uit de lucht. De juryleden sprinten richting eerste finalist, Hairwish in Norg. ‘Goh’, zegt Borgman, ‘zo ziet een kapsalon er tegenwoordig dus uit. Ik ben al twintig jaar niet geweest’. Het is algemeen bekend, Nico is van de brede scheiding. Hoeft nooit iets aan zijn haar te doen, zit altijd goed. Binnen is Anja Kuiper bezig. De eigenaresse van Hairwish straalt. Logisch ook, want het gaat prima met haar nog piepjonge zaak. ‘Ik zit hier sinds september. Ik ben wel al heel lang kapper en wilde graag iets voor mezelf. Toen kwam Norg op mijn pad. En hoewel hier al verschillende andere kappers huisvestten, zag ik het meteen wel zitten. Het is simpel: het gaat om onderscheiden. Iets net even anders doen.’ Anja toont haar kunsten, want er zit een mevrouw in haar stoel. Ze krijgt een kleurtje in d’r haar. ‘Ik durf mezelf best kleurspecialist te noemen’, zegt Anja. ‘Dat is ook het aspect waarin ik me onderscheid’. Mensen mooier maken. Werk als hobby. Flexibel.  Zomaar wat woordjes die van toepassing zijn op Anja. ‘Ik wil graag een modern-klassieke salon zijn. In alles, dus ook qua uitstraling. Modern ben ik zeker. Moet ook wel, want mensen komen tegenwoordig vaak met plaatjes van Pinterest de salon binnen, weten dus precies hoe ze het haar willen. Met m’n IPad laat ik ze de mogelijkheden zien. Ik ben overigens altijd eerlijk. Ik durf ook te zeggen als ik het niet zie zitten, of als iets echt onmogelijk is.’ Het gaat sinds de opening crescendo met Hairwish. ‘Ik ben de vierde kapper in Norg. Op het onderdeel kleuren heb ik al veel mensen aan me weten te binden. Net zoals ik alleen met kwalitatief goede producten werk. Misschien is dat soms ietsje duurder, je krijgt wel waar voor je geld. Zeker, ook als kapsalon moet je met de tijd mee. Zo hebben we een online reserveringssysteem. Je kunt hier ook een knipabonnement afsluiten. Ik ben bovendien flexibel. Kijk, zaterdag bijvoorbeeld werk ik officieel tot 13.30 uur. Het gebeurt echter vaak dat ik om 15.00 uur nog bezig ben. Dat komt omdat werk mijn hobby is. Ik vind dit zo ontzettend leuk om te doen. Ik begeleid hier drie leerlingen. Heerlijk om jonge meiden met dezelfde passie op te leiden.’ Een van die leerlingen – Lianne- is er nu ook. Ze voelt zich thuis bij Anja. ‘ Ik vind het heel knap hoe ze het allemaal doet. Ik omschrijf haar als modern en bovendien is ze vaktechnisch heel erg goed’, zegt ze. Anja kan uren praten over het vak. Ze noemt haar een sieraad dat je altijd meedraagt. Anja gelooft in Hairwish. Ze wil stap voor stap haar bedrijf uitbouwen, verbeteren. ‘Over tien jaar? Oef, dat is een lastige. Ik hoop dan dat mijn zaak gegroeid is en uitgebreid is met een schoonheidssalon en zonnestudio. Dat zou prachtig zijn. Maar: ik moet nu al tevreden zijn. Ik ben in september begonnen en ben ontzettend tevreden met hoe het nu reilt en zeilt en hoeveel mensen ik al aan me heb weten te binden.’
Nico heeft genoeg gezien. ‘Leuk om eens weer in een kapsalon geweest te zijn’, lacht hij. Galant als hij is, haalt hij de auto voor zijn vrouwelijke juryleden. Het regent namelijk zo mogelijk nog harder dan een half uurtje eerder. In de auto vallen de juryleden, doorgaans niet echt op hun mondje gevallen, stil. ‘Wat een drive hè’, zegt Alida. De anderen knikken slechts als Nico de auto iets verderop parkeert. Bij Coop Spithost, kandidaat nummer twee. Tanja rookt een sigaretje. Ook om even om te schakelen van kapper naar supermarkt. Van schaar naar brood en chips. Ze zucht. ‘Het wordt weer een lastige middag’, beseft ze. Dan al.

Geen Jaap Spithost dus vandaag. Wel bedrijfsleider Fidel Seraus. Jaap had zich geen betere kunnen wensen. Alsof het zijn zaak is. Zijn kindje. De liefde spat er vanaf. Dit is niet iemand die plichtmatig zijn werk doet, dit is iemand die elke dag wil verrassen, de winkel elke dag – elk uur- beter wil maken. Jaap is het gezicht, Fidel een meer dan waardevolle werknemer, zoveel wordt al snel duidelijk.
‘Waarom wij het beste bedrijf van Noordenveld zijn? Nou, kijk eens rond. Kijk eens in deze prachtige supermarkt’, zegt Fidel, die de jury het versplein laat zien. Hij maakte de groenteafdeling iets lager, zodat de klant meer overzicht heeft. En zo is hij telkens weer op zoek naar verbeterpunten. ‘Dit is niet mijn eerste supermarkt’, zegt Fidel, ‘dit is wel de gezelligste en leukste’. Fidel laat de eigen Norger likeurtjes zien. Die mag Coop verkopen omdat ze net onder de grens van alcoholpercentage zitten. De wijnen staan zo mooi gepresenteerd dat je je als klant bijna verplicht voelt een flesje mee te nemen. Ook opvallend; de vriendelijkheid van de medewerkers. Hier loopt niemand je voorbij zonder je te groeten. Zonder je aan te kijken. Ook dat is een kracht van deze gemoderniseerde supermarkt. ‘De buitenkant is sterk verbeterd. Ik vond het voorheen wat somber. Nu straalt deze zaak, van binnen en van buiten. Coop Spithorst heeft meer body gekregen, is een meer dan volwassen supermarkt, een zaak met uitstraling.’ Fidel is los. Vertelt over het zoeken van de grens. ‘Natuurlijk werk je volgens de Coop-formule. Daarbinnen hebben we echter vrijheid, en wij zoeken hier samen die grenzen op. Bepaalde artikelen net even anders presenteren, elke keer weer verrassen. Het moet voor klanten leuk zijn hier binnen te stappen. Het is elke dag weer anders. Niet voor niets hebben we vorig jaar een mooie groei doorgemaakt. We hebben de openingstijden verruimd, zijn nog flexibeler geworden.’ Baas Jaap was dat al. Belde de voetbalclub ver na sluitingstijd dat het bier en de bolletjes op waren? Jaap bracht het wel. Niets was en is hem te gek. ‘Klantenbinding he’, zegt Fidel, die verder wijst op de bijzondere acties voor die klant. Zoals nu bijvoorbeeld het stickerboek van FC Groningen. Weinig andere Coop’s hebben dat, Spithost wel. Fidel laat weten niet zelden zomaar ergens een supermarkt binnen te stappen. Gewoon, om even te kijken. Ideeën op te doen. Tenslotte: bij Coop vind je nog voldoende dozen om je boodschappen in te doen. Sinds een tasje geld kost, komen de dozen weer in beeld. De Coop heeft daar rekening mee gehouden, zoals het ogenschijnlijk overal rekening mee houdt. Prachtige supermarkt. Fris, mooi, niks sombers meer aan. Het personeel straalt, Fidel straalt. Jaap kan trots zijn op bedrijf en medewerkers.

En weer is het eerst even stil in de jurywagen. ‘Mooi he, mensen die zoveel passie in hun werk leggen’, zegt Tanja. Ze slaat de spijker op de kop. Ondertussen trapt Nico het gaspedaal in. Hij heeft het druk. Heeft later op de dag nog een bijeenkomst met mensen van de Westeresch; Nico, de workaholic.

In Roden regent het zo mogelijk nog harder. Op de Albertsbaan is het een puinhoop. Modderig en nat. Plassen water en rennende mensen. Paraplu’s worden kapot geblazen door de wind. De jury sprint richting Rolinda’s Hair en Beauty. Kandidaat nummer drie. Weer een kapsalon. Rolinda scoorde veel ingevulde briefjes en kreeg online nog meer stemmen. Een blijk van waardering vooral voor de nog jonge salon. Twee jaar zit ze hier nu. In die jaren ontwikkelde de salon zich. Elke maand, elke week, elke dag. Het is er sfeervol. De Privé ligt er – zoals het hoort- te wachten. Bonbons op tafel, koffie en thee voor de wachtende klant. Rolinda is hier in charge. Vol vuur vertelt ze over haar zaak. Over beter willen worden. Over de cursussen die zij en haar meiden volgen en over concurrentie. ‘Ik weet dat er in elk geval veertien salons in de nabijheid zijn’, zegt ze. ‘Ik wilde graag een eigen zaak en toen de kans zich voordeed, heb ik toegehapt. Ik begon wel met een 1-0 achterstand. Ik nam een bestaande zaak over die een bepaald imago had. Ik moest er dus mijn zaak van maken, er een ander imago aan geven. Dat is echter heel snel gegaan. Ik heb goed nagedacht. Over alles. Over de inrichting bijvoorbeeld. Hier komt van alles: jong en oud. Je zou me dorpskapper kunnen noemen, en dus heb ik gekozen voor een gezellige, huiselijke inrichting. En zo moet je je telkens afvragen wat de klant wil’, zegt de blondine. Acties? Nou en of. Naamsbekendheid? Die groeit en groeit. Het is de sfeer. De gewone meiden. De gezelligheid. ‘Mensen komen ook zomaar even binnen. Voor een praatje. Dat kan hoor, vinden we hier juist leuk. Bovendien: we bieden kwaliteit. We zijn echt up-to-date. We volgen alle cursussen en trends. We werken veel met sociale media. Maken ‘voor en na’ foto’s en zijn vandaag begonnen met een nieuwe manier van verven. Je moet bezig blijven. Je wilt het liefst geen nee tegen de klant zeggen. Dat kost energie, zoals je als zelfstandige toch al meer werkt dan dat je in loondienst bent. Dat is een wezenlijk verschil. Als ik thuis kom doe ik nog even de boekhouding. Het laat je nooit los.’ Op dit moment scoort Rolinda met extensions en spray-tan. Dat laatste is een soort van snelbruiner. Vrouwen krijgen in bikini een soort van bruin laagje opgespoten. ‘Doen we nu nog na sluitingstijd. Binnenkort krijgen we er echter een speciale ruimte voor. Wat nu voorraadruimte is, gaan we daar voor gebruiken, in de keuken krijgen we werkbanken voor de voorraad. Weer een stap voorwaarts inderdaad, zoals ik wil blijven groeien, bezig wil blijven. Het kappersvak is volop in beweging, je moet mee blijven bewegen’, beseft Rolinda. Bij het scheiden van de markt ziet de jury iets op de toonbank; het logo van Haarwensen. ‘Och, helemaal vergeten’, zegt Rolinda. ‘Wij steunen die stichting. We bewaren afgeknipt haar en doneren dat. Van dat haar worden pruiken gemaakt. Fantastisch hè, dat je op die manier nog iets voor je medemens kunt beteken.’ Omwille van de tijd moet de jury verder. Tanja en Alida kijken hoe een vrouw een nieuwe kleur krijgt. Niemand die raar op moet kijken dat beide dames binnenkort bij Rolinda binnen stappen. ‘Wist je trouwens dat je mijn broer getrouwd hebt’, zegt Rolinda nog tegen Tanja, die meteen weer weet wanneer en hoe. Veelzijdig jurylid: kandidaat Tweede Kamer, ex-wethouder, manager, eigen zaak en Babs. Waar haalt ze de tijd vandaan.
Over tijd gesproken, Nico dramt. ‘Hup’, we moeten verder’, zegt hij. Stuurwold is de volgende halte. Teun en Bart staan de jury al op te wachten en vertellen een verhaal waar geen speldje tussen te krijgen is. Over de rijke historie, de groei, de wensen en plannen. Bart en Teun laten alles zien. De benedenverdieping en de werkplaats en zeker ook de bovenverdieping: nog een van de best bewaarde geheimen van ondernemend Noordenveld. Wat mooi en sfeervol. Verdient een plek midden in Roden. ‘Haha, ja en nee’, zegt Teun. ‘Aan de ene kant hebben we wel eens met de gedachte gespeeld weg te gaan, meer richting centrum. Aan de andere kant zitten we hier prima. Mensen kunnen hier veilig de fiets proberen bijvoorbeeld.’ Daar zegt hij wat. Maar toch: die bovenverdieping. Pareltje. Jurylid Nico vindt dat ook en heeft een tip. ‘Kun je de uitstraling binnen ook niet meer aan de buitenkant uitstralen. Bijvoorbeeld met doeken?’ Alsof het afgesproken werk is, vertellen Teun en Bart dat er doeken in de maak zijn en dat ook zij beseffen dat het contrast tussen binnen en buiten nu nog wat groot is. Maar beste mensen: gewoon een keer stoppen en kijken. Teun en Bart weten wat ze doen. Ze bieden alles op fietsgebied. Gaan met de tijd mee en luisteren naar de klant. ‘Voorbeeldje. We hoorden wel eens dat mensen vonden dat we wat eenzijdig qua merkvoering waren. En dus zijn we dat anders gaan doen. Nu Noordenveld de fietsgemeente wil worden, is het aan ons mee te bewegen, mee te gaan. We hebben al met wethouder Auwema gesproken en zijn al bij bedrijven geweest om te kijken of we bijvoorbeeld een fietsplan op kunnen zetten. We hebben voor iedereen een fiets hier. Voor jong en oud, E-bikes en Speed-fietsen. Voor de wielrenners, ATB-ers. Voor kinderen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Bovendien hebben we alles wat aan de fiets gerelateerd is. Bedenk het maar.’ Bart neemt de jury mee naar de werkplaats. Dan verwacht je vet en smeer. Olie. Niet dus. Geordend en schoon. Brandschoon.  ‘Onze manier van werken’, zegt Bart. Pareltje van de gemeente: Stuurwold. Qua historie, groei en met een adembenemende bovenverdieping.

In de auto naar de laatste kandidaat, De Vries Tuinmeubelen, begint het Grote Zuchten. Appels en peren vergelijken. Hoe moeilijk allemaal. De bekende jurykreten vullen de auto. De Vries dus nog. De laatste in de rij. José begroet de jury. Nou was het de bedoeling dat Marco dit zou doen, hij heeft klanten en die gaan altijd voor. Dat wil echter niet zeggen dat José nu in paniek is. Integendeel. Zij hoeft zich niet voor te bereiden. Zij weet alles. Zij kan als geen ander vertellen. Over de bedrijfsvoering, de historie, duurzaamheid, werkgelegenheid, groei. De jury roept, José draait. Ze geeft een rondleiding door de zaak. Ze laat het enorme magazijn zien. Ze vertelt over trends en ontwikkelingen en over het feit dat ze slechts met de gekende merken werken. Ook vanwege de manier waarop geproduceerd wordt. ‘Al ben je er zelf natuurlijk nooit bij. Wat er in de fabrieken in China gebeurt, weet je dus niet. Wel weten we dat er van de door ons gevoerde merken iemand zit die vinger aan de pols houdt. Ook als het gaat om arbeidsomstandigheden.’ José laat zien wat de zaak te bieden heeft. Ze neemt weg dat De Vries alleen peperdure tuinmeubelen verkoopt, want er is iets moois voor elke beurs. Ook voor de dikke beurs dus met als pronkstuk een setje van zeven mille. Ook bijzonder: de banken die je zowel binnen als buiten kunt zeten, die amper onderhoud behoeven en die je ook gewoon buiten in de regen kunt laten staan. José vertelt over de verlenging van het seizoen door de ontwikkeling van de overkapping. Ze vertelt over alles, ook over pa Geert die nu klanten wegwijs maakt. ‘Pa is nu bij ons in dienst, zoals ik heel lang voor hem heb gewerkt. We waren ooit warenhuis met wat stoeltjes. Nu is dat omgedraaid. We hebben een keuze gemaakt, zoals ook Marco en ik een keuze gemaakt hebben. Op een bepaald moment heb ik geopperd weer ander werk te gaan zoeken. We zaten toen aan de Kanaalstraat en pa en ma werden ook wat ouder. Tot Sjors van der Heide – –nu zes jaar geleden- binnenstapte en met deze ruimte kwam. Alsof het zo moest zijn. We hebben plannen gemaakt, Marco heeft ontslag genomen en we zijn begonnen. We zijn heel content met de ontwikkelingen. We groeien, ondanks dat we in de recessie zijn begonnen en je dit toch kunt zien als luxeproduct. We blijven groeien, want tijdens het seizoen krijgen we bij Snow&Co extra vierkante meters. Kijk, hier komt de doorgang. ‘ En zo vertelt José maar verder. Vol passie – weer dat woord- elan en vuur. Gedreven, fanatiek. Vrouw met een mening en kennis. Ondertussen is ook Marco aangeschoven. ‘Groter worden of de grootste worden is niet ons doel. Dit is mooi zo. We kunnen voorlopig nog op tal van terreinen doorgroeien. Bijvoorbeeld in projecten, zoals we nu al veel doen voor de Zijlen en Interzorg.’ Ook Geert schuift aan en, alsof het zo moet zijn, ook Tineke komt binnen. Iets verderop veegt een jongen de winkelvloer. ‘Mooi verhaal’, vertelt José. ‘Hij is hier gekomen vanwege een stage en is er nog. En we weten niet of het lukt, maar we onderzoeken de mogelijkheden hem hier te houden. Hem een kans te geven. Nogmaals: het moet allemaal wel kunnen, maar we proberen het wel.’ Maatschappelijk betrokken dus, en dat al zeventig jaar. De Vries is nu van de nieuwe generatie, de ‘oude’ helpt die nieuwe lichting. Mooi om te zien. Geert kijkt op het horloge. Het is vier uur. ‘Ik ben vrij’, lacht hij. ‘Alsof jij werktijden hebt, pa’, lacht José.

De derde helft
Tsja. En nu mag de jury het zeggen. ‘Er lastig. Dat klink cliché, maar ik kan niet anders zeggen. De gedrevenheid straalde er bij elk van de finalisten af. Ik vond de mensen dit jaar minder ‘inpakkerig’, maar enorm gedreven’, zegt Alida. Met inpakkerig bedoelt ze, in positieve zin, dat de rode loper wat minder uit lag, er wat minder gebak voor de jury klaar stond. ‘Appels en peren. Blijft beetje jammer dat je maar één mag kiezen.’ De rest van de jury sluit zich er bij aan. Maar: toch moeten ze één bedrijf noemen. Eerst zijn er drie potentiele winnaars. Dan nog slechts twee. Oké, hoofdelijke stemming dan maar. Na twee juryleden is de winnaar bekend: De Vries. ‘Maar’, zegt Tanja meteen, ‘de andere vier hadden ook kunnen winnen. Echt. Goh, vervelend zeg. Allemaal trots en blij met de finale, verlies je toch. Zo voelt dat. En wij zijn de daders. Nou ja, het moet dan maar.’ Nico komt nog met de opmerking of het niet mogelijk is meer prijzen uit te reiken, maar ook die vlieger gaat niet op.
Het leven van een jurylid gaat niet altijd over rozen.